Leesfragment: George Orwell, Dagboeken 1931-1949 (voorpublicatie)

27 november 2015 , door George Orwell
| | | |

Op 29 juli verschijnen Georges Orwells Dagboeken 1931-1949 in de Nederlandse vertaling van Nelleke van Maaren. Wij publiceren een uitgebreid fragment. 'Toen ik gisteren mijn haar liet knippen in de City, vroeg ik aan de kapper of hij doorging tijdens luchtaanvallen. Hij zei van wel. Zelfs als hij iemand aan het scheren was, vroeg ik. O ja, hij ging gewoon door. En op een dag valt een bom zo dicht bij hem in de buurt dat hij schrikt en iemands halve gezicht afsnijdt.'

Orwell was een verstokt dagboekenschrijver. Dit boek bestrijkt de jaren 1931-1949 en daarmee de volledige ontwikkeling van zijn schrijverschap. De notities over zijn reis door industrieel Engeland tonen hem als bevlogen sociaal commentator. Hij schrijft over de opkomst van totalitaire regimes, het drama van de Tweede Wereldoorlog en de totstandkoming van Animal Farm en 1984, maar ook over het dierenleven in zijn tuin, de dood van zijn vrouw en zijn gevecht met tuberculose.

 

Oorlogsdagboek

[...]

10.9.40. Kan niet veel schrijven over de krankzinnige toestanden van de laatste dagen. Het is niet zozeer dat de bombardementen op zich verontrustend zijn als wel dat de ontwrichting van het verkeer, de veelvoorkomende telefoonstoringen, het sluiten van winkels als er een aanval gaande is enz. enz., in combinatie met de noodzaak je normale eigen werk gedaan te krijgen, je uiteindelijk uitputten en het leven één voortdurende strijd wordt om verloren tijd in te halen. Hierbij een paar notities over bommen enz.:
Ik heb geen bomkraters gezien die dieper waren dan ongeveer 4 meter. De krater tegenover het huis in Greenwich was (onderbroken door luchtalarm, hervat 11.9.40) was slechts van het formaat van die welke in Spanje door 15 cm granaten werden gemaakt. In het algemeen is het geluid heel hard, maar niet zo oorverdovend als van de enorme bommen die ik op Huesca zag vallen. Afgezien van ‘gillende’ bommen heb ik regelmatig het fluiten van een bom gehoord – om dat te horen moet je geloof ik binnen hoogstens anderhalve kilometer afstand zijn – en daarna een niet overdonderend luide explosie. Ik concludeer dus dat ze over het algemeen kleine bommen gebruiken. Die welke het meeste schade aanrichtten op de Old Kent Road, hadden een merkwaardig beperkte uitwerking. Vaak werd een klein huis tot een hoop puin gereduceerd, terwijl het huis ernaast nauwelijks een schrammetje opliep. Hetzelfde geldt voor de brandbommen die soms de binnenkant van een huis volledig in de as leggen terwijl de gevel vrijwel intact blijft.
De tijdbommen zijn bijzonder vervelend, maar ze schijnen erin te slagen de meeste te lokaliseren en alle omwonenden naar buiten te halen voordat de bom ontploft. In het zuiden van Londen zwerven overal wanhopige (trieste) groepjes mensen rond met koffers en bundels die door de overheid op straat zijn gezet vanwege een niet-ontplofte bom. [...]
Gisteren het grootste deel van de nacht in de openbare schuilkelder, waar we heen gedreven waren door het met tussenpozen van ongeveer een kwartier terugkerende fluiten en inslaan van bommen in de buurt. Afschuwelijk oncomfortabel omdat het stampvol was, hoewel het ding goed ingericht is, met elektrisch licht en ventilatoren. De mensen, voornamelijk bejaarden uit de arbeidersklasse, mopperden enorm dat de stoelen zo hard waren en de nacht zo lang duurde, maar defaitistische opmerkingen waren er niet te horen... Elke avond tegen de schemering kun je mensen met hun beddengoed in de rij zien staan voor de deuren van de schuilkelders. Degenen die het eerst binnen zijn, maken zich meester van plaatsen op de vloer en hebben waarschijnlijk een redelijk goede nacht. Afgezien van aanvallen overdag zijn de uren waarop de aanvallen plaatsvinden gewoonlijk van 8 uur ’s avonds tot 4.30 uur, d.w.z. net voor de ochtendschemering.
Volgens mij zouden 3 maanden lang voortdurende luchtaanvallen van dezelfde hevigheid als de afgelopen 4 nachten het moreel van iedereen breken. Maar het valt te betwijfelen of iemand aanvallen op zo’n schaal 3 maanden lang kan volhouden, vooral als hijzelf aan ongeveer dezelfde bombardementen is blootgesteld.

12.9.40. Zodra de luchtaanvallen in volle ernst begonnen, viel te merken dat de mensen veel meer bereid waren met vreemden op straat te praten... Vanmorgen trof ik een jongeman van een jaar of 20 in een vuile overall, misschien een hulp in een garage. Heel verbitterd en moedeloos over de oorlog en ontzet door de verwoesting die hij in Zuid- Londen had gezien. Hij zei dat Churchill het gebombardeerde gebied bij de elephant1 had bezocht en op een plek waar 20 van de 22 huizen waren verwoest had opgemerkt dat het ‘zo erg niet was’. De jongen: ‘Ik had zijn verdomde nek omgedraaid als hij dat tegen mij had gezegd.’ Hij was pessimistisch gestemd over de oorlog, dacht dat Hitler zeker zou winnen en Londen ongeveer zou reduceren tot de staat van Warschau. Hij sprak verbitterd over de mensen die in Zuid-Londen dakloos waren gemaakt en beaamde direct mijn mening toen ik zei dat de lege huizen in het West End ten behoeve van hen zouden moeten worden gevorderd. Hij vond dat alle oorlogen werden uitgevochten om de rijken rijker te maken, maar was het met me eens dat deze waarschijnlijk op een revolutie zou uitlopen. Ondanks dit alles was hij niet onvaderlandslievend. Een deel van zijn gemopper werd veroorzaakt door het feit dat hij de afgelopen 6 maanden 4 keer had geprobeerd bij de luchtmacht te komen en steeds was geweigerd. [...]
In Churchills toespraak gisteravond werd het gevaar van een dreigende invasie heel serieus genoemd. Als werkelijk een invasiepoging wordt gedaan en dit geen afleidingsmanoeuvre is, is het plan vermoedelijk om ofwel onze luchtmachtbases langs de zuidkust uit te schakelen, waarna de verdedigingslinies op de grond efficiënt gebombardeerd kunnen worden en tezelfdertijd alle mogelijke verwarring veroorzaken in Londen en op de communicatie in zuidelijke richting, ofwel zo veel mogelijk verdedigingstroepen van ons naar het zuiden te trekken alvorens de aanval op Schotland of wellicht Ierland te openen.
Intussen heeft ons peloton Home Guards na 3½ maand ongeveer 1 geweer voor 6 man, geen andere wapens dan brandbommen en misschien 1 uniform voor 4 man. Uiteindelijk hebben ze zich verzet tegen het mee naar huis nemen van de geweren door individuele manschappen. Ze worden allemaal bewaard op één plek, waar een bom de hele voorraad nacht in, nacht uit in één klap kan vernietigen.

15.9.40. Vanochtend heb ik voor het eerst een vliegtuig zien neerschieten. Het viel langzaam uit de wolken, met de neus naar beneden, net als een snip die hoog in de lucht is geschoten. Enorm gejuich bij de toeschouwers, af en toe onderbroken door de vraag: ‘Weet je zeker dat het een Duitser is?’ De aanwijzingen die gegeven worden, zijn zo verwarrend en de types vliegtuigen zo talrijk dat niemand eigenlijk weet wat Duitse vliegtuigen zijn en welke die van onszelf. Mijn enige criterium is dat een bommenwerper die je boven Londen ziet een Duitser moet zijn, terwijl een jager hoogstwaarschijnlijk van ons is.

17.9.40. Gisteravond tot ongeveer 11 uur zware bombardementen in deze buurt... In de hal van dit huis stond ik te praten met twee jongemannen en een meisje dat hen vergezelde. De psychologische houding van alle drie was interessant. Ze waren volkomen openlijk en onbeschaamd bang en praatten over hoe hun knieën bibberden enz., maar waren tegelijkertijd opgewonden en geboeid, en renden tussen de bommen door de deur uit om te zien wat er gebeurde en granaatscherven op te rapen. Later in het versterkte kamertje van Mrs C. beneden, met Mrs C. en haar dochter, het dienstmeisje en drie jonge meisjes die hier ook kamers huren. Alle vrouwen behalve het dienstmeisje gilden eenstemmig, klampten zich aan elkaar vast en verborgen hun gezicht zodra er een bom langskwam, maar daartussendoor waren ze heel normaal en opgewekt en voerden geanimeerde gesprekken. De hond was berustend en duidelijk bang omdat hij wist dat er iets mis was. Ook Marx is zo tijdens bombardementen, berustend en onbehaaglijk. Maar sommige honden worden wild en woest tijdens een luchtaanval en moeten worden neergeschoten. Ze beweren hier, en Eileen zegt hetzelfde over Greenwich, dat alle honden in het park nu naar huis vliegen zodra ze de sirene horen.
Toen ik gisteren mijn haar liet knippen in de City, vroeg ik aan de kapper of hij doorging tijdens luchtaanvallen. Hij zei van wel. Zelfs als hij iemand aan het scheren was, vroeg ik. O ja, hij ging gewoon door. En op een dag valt een bom zo dicht bij hem in de buurt dat hij schrikt en iemands halve gezicht afsnijdt.
Later werd ik aangesproken door een man, ik denk een soort handelsreiziger met een verkeerd soort gezicht, terwijl ik op een bus stond te wachten. Hij begon een warrig verhaal over hoe hij zichzelf en zijn vrouw Londen uit probeerde te krijgen, hoe zijn zenuwen het begaven en hij maagklachten had enz. enz. Ik weet niet hoeveel van dit soort dingen er gaande zijn. ... Natuurlijk is er een grote exodus uit het East End geweest, en elke avond een soort massale migratie naar plekken waar voldoende schuilkeldergelegenheid is. De praktijk om een kaartje van 2d te kopen en de nacht door te brengen in een van de diepe stations van de ondergrondse, bijv. Piccadilly, neemt toe. ... Iedereen die ik heb gesproken, is het ermee eens dat de lege, gemeubileerde huizen in het West End gebruikt behoren te worden voor de daklozen, maar ik vermoed dat de rijke varkens nog voldoende in de melk te brokken hebben om te voorkomen dat dit gebeurt. Onlangs marcheerden 50 mensen uit het East End, aangevoerd door een paar deelraadsleden, het Savoy binnen en eisten de schuilkelder daar te mogen gebruiken. Het bedrijf slaagde er pas in hen naar buiten te werken nadat de luchtaanval voorbij was en toen vertrokken ze vrijwillig. Als je ziet hoe de rijken zich nog steeds gedragen in wat zich duidelijk ontwikkelt tot een revolutionaire oorlog, denk je aan Sint-Petersburg in 1916.
(Avond). Bijna onmogelijk om in dit helse kabaal te schrijven. (De elektriciteit is net uitgevallen. Gelukkig heb ik een paar kaarsen.) Zoveel straten in (licht weer aan) de buurt zijn afgezet vanwege niet-ontplofte bommen dat naar huis gaan vanuit Baker Street, zo’n 250 meter verderop, iets heeft van de weg vinden in het hart van een doolhof.

21.9.40. Een paar dagen lang kon ik geen nieuw schrift kopen om dit dagboek voort te zetten, omdat drie of 4 kantoorboekhandels hier in de buurt op één na zijn afgezet vanwege niet-ontplofte bommen.
Gangbare kenmerken van deze tijd: keurig bijeengeveegde hopen glasscherven, steenpuin en keiensplinters, de geur van ontsnappend gas, groepjes toeschouwers die bij de afzettingen staan te wachten. [...]
Onbestemde mensen zwerven rond nadat ze vanwege vertraagde bommen uit hun woning zijn geëvacueerd. Gisteren hielden twee meisjes me staande op straat, ze zagen er elegant uit, behalve dat hun gezicht ontzettend smerig was. Ze vroegen: ‘Meneer, kunt u ons alstublieft zeggen waar we zijn?’
Ondanks alles zijn grote delen van Londen bijna normaal, is iedereen overdag heel tevreden en lijkt niet over de komende nacht na te denken, net als dieren die de toekomst niet kunnen voorzien zolang ze wat voedsel en een plaats onder de zon hebben.

24.9.40. Gisteren in Oxford Street, van Oxford Circus tot Marble Arch, geen enkel verkeer en maar een paar voetgangers, terwijl de late middagzon recht over de lege weg scheen en op talloze glasscherven glinsterde. Voor John Lewis2 een stapel gipsen paspoppen, heel roze en realistisch, die zo leek op een stapel lijken dat je ze daar zelfs van dichtbij voor had kunnen aanzien. Precies dezelfde aanblik als in Barcelona, alleen waren het daar gipsen heiligen uit ontwijde kerken.
Veel discussie over de vraag of je een bom die recht op je afkomt (d.w.z. het fluiten ervan) zou horen. Het draait er allemaal om of de bom sneller dan het geluid gaat. ... Een vraag die ik volgens mij bevredigend heb opgelost, is dat hoe verder een bom van je vandaan valt, hoe langer je het fluiten zult horen. Het korte gesis is daarom het geluid waarbij je ter bescherming weg moet duiken. Volgens mij is dat het principe dat je volgt als je opzijspringt voor een granaat, maar dit lijk je vanuit een soort instinct te weten.
De vliegtuigen blijven terugkomen, elke paar minuten. Het is net als in een oosters land waar je blijft denken dat je de laatste muskiet onder je klamboe hebt doodgeslagen, en zodra je het licht uitdoet, begint elke keer een andere te zoemen.

15.10.40. Ik schrijf dit in Wallington, nadat ik ongeveer veertien dagen ziek ben geweest door een vergiftigde arm. Niet veel nieuws – d.w.z. alleen gebeurtenissen van wereldwijd belang, die me persoonlijk niet erg geraakt hebben.
Er zijn nu 11 geëvacueerde kinderen in Wallington (er kwamen er 12, maar één is weggelopen en naar huis gestuurd). Ze komen uit het East End. Een klein meisje, uit Stepney, zei dat haar grootvader zeven keer door bommen uit zijn huis was verdreven. Het lijken aardige kinderen en ze schijnen aardig gewend te raken. Niettemin zijn hier en daar de gebruikelijke klachten over hen te horen. Bijv. over het jongetje van zeven dat bij Mrs --- is: ‘Het is een smerige kleine deugniet, echt waar. Hij plast in bed en bevuilt z’n broek. Ik zou hem met zijn neus erin wrijven als ik op hem moest passen, die vuile, kleine deugniet.’
Een beetje gemopper over het aantal joden in Baldock. --- zegt dat het vooral joden zijn die de metrostations als schuilkelder gebruiken. Dat moet ik proberen te verifiëren. De aardappeloogst is dit jaar uitstekend, ondanks het droge weer, en dat komt goed uit.

19.10.40. De onuitsprekelijke treurigheid elke ochtend van het aanmaken van de open haarden met kranten van een jaar geleden en een blik werpen op de optimistische koppen terwijl ze in rook opgaan.

[...]

1 The Elephant and Castle, een café dat later de naam werd van een grote arbeiderswijk, een winkelcentrum en kruising van verschillende belangrijke wegen.
2 Een winkelcentrum.

 

© George Orwell
© 2014 Nederlandse vertaling Nelleke van Maaren

Uitgeverij De Arbeiderspers

MINDBOOKSATH : athenaeum