Leesfragment: Horizon City

27 november 2015 , door Jaap Scholten
| |

Dit is een van Athenaeums Zomerboeken: Jaap Scholtens Horizon City. Wij brengen een uitgebreid fragment.

'Er zijn twee soorten familieleden die veel aandacht krijgen: zij die schreven en zij die zich ontworstelden aan de dominantie van de familie; de voorzichtige en de onvoorzichtige avonturiers. Ik behoor zelf, zoals de meeste schrijvers, tot de eerste soort en ben daarom zo dol op de tweede soort.'

Jaap Scholten krijgt in 2012 onverwacht een versleten stewardessenkoffertje in handen gedrukt. Het blijkt een goudmijn. De koffer zit bomvol verloren gewaande archiefstukken over zijn voorgeslacht en nooit eerder gepubliceerd materiaal. Het stelt Scholten in staat met humor en hartstocht een intiem portret van de opkomst en de ondergang van de Twentse groot-industriëlen te schetsen – een verdwenen wereld waarvan hij de nadagen meemaakte.

De hoofdpersoon is Chuck Stork, een excentrieke oudoom van de auteur. Hij werd een pionier in de vliegtuigindustrie, trouwde vijf keer, werd multimiljonair maar stierf berooid in Amerika. Een halve eeuw na diens dood achterhaalt Jaap Scholten het geheim van Chucks mysterieuze laatste jaren. Horizon City combineert ontroerende persoonlijke lotgevallen met de wereldgeschiedenis.

N.B. Zie ook onze bespreking van Horizon City.

woord vooraf

 

Horizon city is een gat in de woestijn bij El Paso, Texas, vlak over de grens met Ciudad Juarez, Mexico. Het is de plek waar mijn oudoom Chuck Stork in een mobile home eindigde. Dat Chuck burgemeester van Horizon City was, wist de familie in Nederland. Dat Chuck, zijn jonge Mexicaanse vrouw en zoon Francisco, buiten wat konijnen en coyotes, de enige levende zielen in Horizon City waren, was onbekend. Als Delftse student was Chuck de eerste importeur van Harley-Davidson in de Lage Landen. Hij vertrok – 24 jaar oud – in 1917 naar New York. Hij trouwde vijf maal, werd een pionier in de Amerikaanse vliegtuigindustrie, bouwde met Anthony Fokker de qed, werd enkele malen steenrijk en eindigde uiteindelijk arm als een kerkrat, zich in leven houdend met de verkoop van accuvloeistof. Chuck is voor mij hét voorbeeld van een man die in actie leefde, die zichzelf steeds opnieuw uitvond, een man die alles uit het leven probeerde te halen.

 

 

Horizon City is voor mij ook het Enschede van na de stadsbrand van 1862, een stadje dat tot de grond toe afbrandde. Alleen enkele huizen en fabrieksschoorstenen stonden nog overeind. De inwoners bivakkeerden maandenlang in tenten op de weilanden buiten de stadsgrachten tot ze weer een dak boven hun hoofd zouden hebben. Vlak voor de stadsbrand was Enschede niet meer dan een groot dorp met dampende mestvaalten en godvruchtige burgers. Na de brand groeide het in enkele tientallen jaren uit tot het op Lancaster na grootste textielproducerende centrum van de wereld. Tot aan de Tweede Wereldoorlog brachten de Twentse textielfabrieken twintig procent van het bruto nationaal product in. De vermogendste families van het land woonden in Twente. Er waren geen delfstoffen, er was geen zee, geen rivier, geen haven, aanvankelijk zelfs geen spoorbaan. Het is een wonder hoe een schraal heideveld met wat nietszeggende stadjes in een uithoek van het land in zo’n korte tijd economisch gezien tot zo’n hoogte kon stijgen. Voor mij staat Horizon City voor de droom en de stamina van mannen en vrouwen die iets willen bewerkstelligen. Het land aan de horizon.

 

 

De fabrikantenfamilies waren dominante families met een sterk dynastiedenken (wat nog nasluimert). Het familiebelang prevaleerde altijd boven dat van het individu. Mijn grootmoeder Van Heek mocht niet met mijn grootvader trouwen. Zij was voorbestemd voor iemand uit het rooie boekje. Gelukkig hield zij voet bij stuk. Ze verkoos liefde boven status en de goedkeuring van haar vader. Uiteindelijk gaf haar vader toestemming te trouwen met de man van wie zij hield. Hij stelde wel een voorwaarde: zij mochten elkaar eerst een jaar lang niet zien.

Mijn vader en moeder mochten wel met elkaar trouwen. In dit boek breng ik de twee fabrikanten – Scholten en Stork – weer bij elkaar. De twee cruciale elementen in het succes van Twente en twee gescheiden werelden: textielfabrikanten en machinebouwers. De opkomst van deze twee clans kwam met de onafhankelijkheid van België en de stadsbrand van Enschede, hun teloorgang met de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië. De vijf delen in dit boek tonen op particuliere wijze de gloriedagen en de neergang van Nederlands eerste grootindustriëlen.
Ik vertel het verhaal van Twente en de wereld aan de hand van mijn eigen familie omdat ik die geschiedenis voor mezelf en voor mijn zonen wilde en moest uitzoeken en omdat mij een geweldige hoeveelheid materiaal uit een onverwacht privéarchief in de schoot geworpen werd.
Er zijn twee soorten familieleden die veel aandacht krijgen: zij die schreven en zij die zich ontworstelden aan de dominantie van de familie; de voorzichtige en de onvoorzichtige avonturiers. Ik behoor zelf, zoals de meeste schrijvers, tot de eerste soort en ben daarom zo dol op de tweede soort. Ik volg het archetypische zwarte schaap, Chuck Stork. Deze buitenstaander van de familie sleurt me voort, van Twente naar Delft, van Delft naar New York, van New York naar Tampico en van Tampico naar Horizon City.

In eerste instantie wilde ik dit familieverhaal als fictie presenteren maar het materiaal was zo uniek dat ik gekozen heb voor de vorm van een literaire documentaire. Wat ik aantrof, was vaak dermate recht voor z’n raap en eerlijk opgeschreven dat ik er wel ruim uit moest putten. Het boek biedt een inkijk in het leven van menisten, kleinwildjagers, landhuizenbouwers, collectioneurs, dromers, polygame avonturiers en dappere vrouwen. Buiten de zorg over bedrijven en bezittingen zijn de zaken die mijn voorouders aanroeren, de hoofdonderwerpen in vrijwel ieders leven: geboorte, liefde, ziekte, dood.
Ook voor de foto’s heb ik voornamelijk geput uit familiealbums. Achterin staan toelichtingen bij de foto’s en een register. In deel ii en iii van het boek zijn stambomen afgebeeld met de roepnamen van de familieleden die een dragende rol spelen in mijn boek. Ik heb het verhaal min of meer chronologisch geordend maar als lezer kun je in elk hoofdstuk beginnen. Bladeren en lezen. Het bevat veel namen, maar eigenlijk maakt het niet uit. Want al die mensen, dat zijn wij.

Jaap Scholten, Boedapest, 16 maart 2014

 

 

© Jaap Scholten & AFdH Uitgevers
Auteursportret © Kati Sandor

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum