Leesfragment: Meriswin

27 november 2015 , door Hafid Bouazza
| |

1 mei verschijnt Hafid Bouazza's nieuwe boek Meriswin. Wij publiceren een fragment voor.
'Een lied is tot ons gekomen dat wij zingen willen, sta ons bij, schone muzen, maar omdat wij niet rijmen kunnen, maar wel trommelen, zullen wij het in proza vertellen.'

Wanneer werkelijkheid en delirium in elkaar overlopen, wanneer dag en nacht bevolkt worden door schimmen en fantomen en wanneer de geest steeds maar struikelt, hoeft het geheugen niet verloren te gaan.
In Meriswin vertelt Hafid Bouazza het verhaal van een ziekte die lichaam en geest tot slaaf maakt, en van de liefde van een vrouw die niet anders kan dan liefhebben. Laverend van drinkebroers en verpleegsters naar goden is dit het delirante relaas van een man die vecht tegen een vervallend lichaam en tot leven wordt gewekt door de vrouw. Haar naam is Merijne.

 

Stad van muzen en muizenissen, van geveinsde liederlijkheid en gereguleerde onmatigheid. Stenenparadijs voor belastinginners. Stad van saletjonkers en rokkenjagers, waar vrouwen de broek verkiezen en stokvis als maal bereiden en muilenbier te drinken geven; soms, voor de gelukkige, malse tong en veie lendenstuk.

Een lied is tot ons gekomen dat wij zingen willen, sta ons bij, schone muzen, maar omdat wij niet rijmen kunnen, maar wel trommelen, zullen wij het in proza vertellen.

Teofilo Folengo had zes dikke muzen om hem borden macaroni en polenta aan te dragen; zo hebben wij de twee nimfen van de Heer Bolos. Draag ons woorden en boeken aan. Ranke en rankgekrulde Melyi, met ogen van nebris en handen van sierlijke meien en ook jij, Tenare, met fluwelen ogen en sluike sabellokken, tengere leest en efebenrug: een blik, een woord, een lach, een glas wijn zal ons gezang verheffen.

Melyi, vertwijn met uw hyacintkrullen deze woorden; vul met de inkt van uw ogen deze klanken, Tenare. Kom, lieve muzen, en verstom van deze stad de muizenissen.

 

© 2014 Hafid Bouazza

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum