Leesfragment: Nog houdt het schip zich recht. Verzamelde gedichten

27 november 2015 , door Michaël Zeeman
| |

Op 12 september verschijnt Michaël Zeemans Nog houdt het schip zich recht, zijn verzamelde gedichten bezorgd en ingeleid door Maarten Doorman. Wij publiceren er alvast twee voor. 'Het groeten versleten, de aanhef verschaald,/ mijn beste, mijn liefste, geen vermoeden van beter of/ liever dan wie, wij houden ons staande in een banjir/ van taal, haken naar wrakhout en grijpen dan mis.'

Michaël Zeeman was een begrip. Zijn indrukwekkende verschijning riep evenveel weerstand als bewondering op. Hij had een fenomenaal geheugen, dat hij niet-aflatend voedde met kennis over literatuur, politiek, geschiedenis en kunst, en bovendien bezat hij het weergaloze talent dit alles om te zetten in vele prachtige stukken over literatuur, scherpe analyses, interviews en inmiddels legendarische tv-programma’s. Michaël Zeeman publiceerde ook verhalen en gedichten. Zijn twee poëziebundels en nagelaten werk zijn nu bijeengebracht in deze door filosoof en schrijver Maarten Doorman bezorgde bundel. Hij voorzag de gedichten van commentaar, waarmee hij zijn vriend en de dichter Zeeman na vijf jaar weer even tot leven brengt. Het laat de lezer achter met spijt dat dit oeuvre veel te vroeg tot een einde kwam.

N.B. 12 september wordt Nog houdt het schip zich recht gepresenteerd bij Athenaeum Boekhandel.

 

Zondagsdienst

De winter is zacht, maar het voorjaar is ver;
op klamme kusten knallen golven als zware artillerie
gebouwen en auto's en meubels en mensen aan gort.
Wij echter rollen bedremmeld wat woorden uit.

Het was in die drassige dagen dat wij vernamen
hoeveel beter het is samen te sterven dan alleen.
De dood is een rancuneuze oplichter, bedrog
de oplichterij van de rancune. Het voorjaar is ver.

Het groeten versleten, de aanhef verschaald,
mijn beste, mijn liefste, geen vermoeden van beter of
liever dan wie, wij houden ons staande in een banjir
van taal, haken naar wrakhout en grijpen dan mis.

Als we al grijpen. Zelfs lusteloosheid werd hysterie
en de hysterie een vertoning. Het laagland ontloopt
de golfslag, het laagland zinkt weg in zijn eigen gezijk,
buiten het spotten van regen, het gekwaak en gekwat.

Binnen de volheid des tijds, als het de tijd is en als het
die volheid kan zijn. Alle illusie is armoe, 't is zondag,
de oude vromen struikelen naar hun missen - en ik
reik naar het vlees van een arm, drink het bloed zonder kelk.

De dagen vervuld
Als alles gezegd is kan er niet eens meer gezwegen,
het bed geurt van wanhoop, van bevlekte gevangenschap,
het lichaam vertelt sprakeloos zijn verhaal, de man die ik ben
wordt de archeoloog die het stof van je huid streelt. Ave, Maria.

 

Halverwege, de liefde

Nooit is het goed,
nooit is het zo goed,
nooit is het goed zo,
nee, nooit is het goed.

Zoals een doffer loopt,
koerend over het binnenplein,
roekeloos over de rand van de goot,
kop omlaag, staart omhoog -

Of zoals een woerd kruist
door het veld of het riet,
blindelings oversteekt,
voor geen mens en geen wagen wijkt -

Zo gaat het nooit en zo gaat het niet,
zo ging het ooit, maar ooit ging het mis,
met jou en mij - zo moest het wel gaan,
behalve met jou en met mij.

 

Copyright auteursportret © Philip Mechanicus / MAI / Hollandse Hoogte.

Uitgeverij De Bezige Bij

MINDBOOKSATH : athenaeum