Leesfragment: Privédomein

27 november 2015 , door Ingrid Hoogervorst
| |

Onlangs verscheen Privédomein van Ingrid Hoogervorst. Op Athenaeum.nl een uitgebreid fragment.
'Onverenigbaarheid van karakters, van levenspatroon, van in de wereld staan. Mijn man van zijn ongelijk overtuigen zou ik niet kunnen, mocht ik dat al willen. Toch zet zo’n mail een mens na zeventien jaar aan het denken. Aan het schrijven ook, in mijn geval. Terugschrijven. De beste remedie, schreef iemand. Wie? Ik zal het straks opzoeken.'

Samen werken en wonen. In hetzelfde huis. Alle uren van de dag samen. Twee schrijverslevens. Op 1 juni 2012 komt een abrupt einde aan de symbiose tussen Ingrid Hoogervorst en haar man, de schrijver. Hij wil niet meer met haar praten, niet meer in één ruimte. Hoogervorst doet het enige waar ze op dat moment toe in staat is: in haar herinnering graven, aantekeningen maken, boeken van gelijkgestemden lezen en schrijven. Terugschrijven. Daarbij voortgedreven door een dwingende vraag: hoe heeft het zover kunnen komen?
Soms moet je het ene leven vernietigen om het andere te kunnen leiden.

Privédomein is een relaas over het web van emoties en tegenstrijdigheden die een scheiding met zich meebrengt. Het is zowel een poging tot reconstructie als een liefdevolle zoektocht naar zin en betekenis van liefde en verlangen.

 

Bootje

De glazenwasser klom mijn woonkamer binnen. Zal ik ook even de binnenkant voor je wassen? Ik dacht aan de ondraaglijke lichtheid van het bestaan en maakte een kop koffie voor hem klaar. Hij begon mijn ramen te zemen. Brede halen. Geen krukje bij nodig. Oud glas, zei hij, krijg je nooit meer echt schoon.
Ik keek naar de krassen op de ruit, het werd tijd te verhuizen. Even later wurmde de glazenwasser zich weer door het omhooggeschoven raam naar buiten. Bedankt voor de koffie, zei hij. Nu moet ik mijn klus afmaken.
Hij zwaaide, toen dook zijn bak naar beneden.

Ik woon in een groot herenhuis, drie verdiepingen en een dakterras. In 1991 hing het bellenpaneel voor het personeel nog in de keuken, een metalen kastje ter grootte van een schoenendoos. Elke kamer zijn eigen nummer, in sommige kamers zaten de drukknopjes nog op de deurlijsten. Als iemand schelde, viel het hendeltje met het juiste getal voor een van de gaten.
Het dienstmeisje sliep op de derde verdieping. In de kleinste kamer van het huis, zonder verwarming. Misschien was ze afkomstig uit Polen en hoopte ze in Amsterdam haar geluk te vinden. In deze buurt werkten voor de oorlog veel vrouwen uit Oost-Europa. Een familielid stuurde haar een collage van twee pauwen. Coloriet van rode aarde, met schaar, lijm en liefde in elkaar geknutseld. Achterop schreef hij een groet.
Het knipsel met het cyrillische alfabet vond ik achter de spiegel boven het fonteintje, waar ze zich aan waste. Het dienstmeisje zal het aan de wand hebben geprikt. Zo kon ze er iedere ochtend naar kijken.

De eerste vier jaar woonde ik in het huis met man en kinderen. De kinderen bleven. Toen kwam de schrijver bij me wonen. Hij werkte beneden, ik boven. Alle uren van de dag samen. Tot een jaar geleden. Onverenigbaarheid van karakters, van levenspatroon, van in de wereld staan. Zijn woorden. Omdat we zo goed bij elkaar pasten en op het punt stonden uit elkaar te gaan.
Ik kon de woorden moeilijk rijmen. Mijn man wil niet meer met mij praten, niet meer met mij samen in één ruimte. Hij reageert niet op persoonlijke mails of sms’jes. Hem kon ik dus niets vragen. Ik zocht op internet. Onverenigbaarheid van karakters. Oorzaak nummer 1 bij echtscheiding en ontslag.
Verstoorde werkrelaties en doodgelopen liefdes. Wat is de link?

Voor het opsporen van arbeidsconflicten hanteert het bedrijfsleven een sleutel: de Myers-Briggs Type Indicator. Hoe goed kent u uzelf? Hoe goed weten andere mensen in de organisatie wat u beweegt, en hoe uw ideale werkomgeving eruitziet? De MBTI is een veelgebruikt instrument om meer duidelijkheid te krijgen over je persoonlijke voorkeuren.
Moeder en dochter Briggs ontwikkelden hun richtingaanwijzer op basis van de theorie van Carl Jung, de Zwitserse psycholoog die bijna een eeuw geleden vier persoonlijkheidstypen onderscheidde om het gedrag van de mens te doorgronden.

Denken, Voelen, Gewaarwording en Intuïtie. En de tweedeling extraversie-introversie.
Ergernissen en ruzies. Het blijkt allemaal een kwestie van tegenstellingen in energie en levensstijl.
Is de ene mens gericht op de buitenwereld, op mensen en dingen om zich heen (Extravert), de ander concentreert zich vooral op de eigen gedachten (Introvert). Zal het ene type snel analyseren en oordelen (Judging), het andere type houdt het liever bij waarnemen (Perceiving). Gaat de een af op feiten (Sensing), de ander zal zijn eigen ervaringen (Intuition) als leidraad nemen.

Onophoudelijk gonsden zinnen door mijn hoofd die mijn leven, tenminste mijn leven met mijn man, verklaren. Maar ik begreep ze niet. Alsof ik iets oversloeg. Of iets me was ontgaan. Al had ik er met mijn neus bovenop gezeten.
Ik tikte ‘voorkeur’ in, en ‘persoonlijke code’.
Bent u een dromer of een praktisch mens? Oeps. In allebei kon ik me vinden. En hij?
Wie van ons vervulde de rol van coach, wie was de pelgrim? Wie de conservator en wie de ontdekker? Dirigent of wetenschapper? Was ik de bedachtzame realist en hij de actiegerichte vernieuwer? Of was hij de bedachtzame vernieuwer en ik de actiegerichte realist?
Volgens de mbti hebben waarnemers soms moeite met afronden omdat ze steeds nieuwe en nuttige info vinden. Aha, een aanknopingspunt! Deur nog in de grondverf, belastingformulieren niet ingevuld. Dat kwam me bekend voor.
Hoewel.
Degene die de deur niet afschilderde was ik. En hij was bang voor de belastingambtenaar.
Ik kwam er niet uit en riep: geheugen, zwijg! Maar het luisterde niet. Het eist een oorzaak en een betekenis – een verhaal.

De MBTI-trui bleek te krap. Geen mens past in een psychologisch model. Neemt het leven niet iedere keer opnieuw een loopje met je? In perioden sloop ik op fluistervoetjes rond, op mijn hoede voor iedere verandering, andere keren verraste ik mezelf met een huppeltje en nam ik in één minuut een beslissing voor het leven.
Zou Jung uit de voeten hebben gekund met de Type Indicator van de dames Briggs?
Ik las dat hij als kind vrij eenzaam en introvert was: ‘er al vroeg van overtuigd dat hij over twee persoonlijkheden beschikte.’ Enerzijds de moderne Zwitser, gericht op de buitenwereld. Anderzijds een op het innerlijk gerichte figuur. ‘In wie zich het verleden van eeuwen representeerde,’ aldus Wikipedia. ‘Speciaal met het oog op dit deel van zijn persoonlijkheid bouwde Jung eigenhandig zijn beroemde toren in Bollingen.’

Toren. Nu heb ik een wezenlijk punt van verschil en ik kan het bewijzen ook.

De toren blijft toch oprijzen in mijn verbeelding, ik kan er niks aan doen. En hij moet in realiteit uitgevoerd. Het is zo ongeveer een wilsbesluit. (…) De dag dat ik aan de toren ga beginnen, pakt zij haar koffers, zegt ze. Het zou de bouw bespoedigen, denk ik. Binnen een paar jaar zou de toren voltooid zijn en zou ik inderdaad op de tinnen kunnen staan dromen en uitkijken naar… (…)
Ja, naar wat?
Naar mijn wederhelft, vrees ik. Want afgezien van de verschillen die zij zo uitvergroten kan… We passen bij elkaar, ik kan bijzonder slecht zonder haar.

De schrijver is een Fries, geboren in een dorp aan de Wispel. Als we langs het kwispelende water reden, de boerderijen en de oude melkfabriek voorbij, zei hij: Kijk, daar stond mijn geboortehuis. Daar was mijn lagere school. De school van zijn vader, een strenge hoofdonderwijzer.
Tijdens het speelkwartier keek hij onze proefwerken na, vertelde mijn man.
Eén tik op de ruit was voldoende om je tot de orde te roepen. Bij het leegruimen van de kasten vond ik een videoband van Terwispel 1963. Een microkosmos, waar zijn hele familie in paste. De grootmoeder die boterhammen sneed van een brood dat ze tussen de knieën geklemd hield. Zijn grootvader werkte bij de politie. Geslacht van ordebewaarders. Op de film een flits van een kleine jongen op een fiets. Zijn geboortehuis is af - gebroken, de school opgeheven, maar de eenden in de vijver kwaakten nog in zijn hoofd.
Wie lang getrouwd is kent de verhalen van de wederhelft. Hij schreef er vaak over. Onversneden heimwee. Al herinner ik me hoe bedrukt hij in dat landschap kon rondlopen. Afgezakte schouders. De stem een octaaf lager.
Die zomerse zondag jaren geleden, we liepen door Stavoren. Wat is er met je aan de hand? vroeg ik.
Het is alsof iemand een deken op mijn hoofd legt, zei hij.

Onverenigbaar? Zo heb ik het nooit ervaren, ook al verstond ik geen woord van wat er tussen de zoon en de ouders werd gezegd.

Mijn familie heeft minder vaste grond onder de voeten. De joodse gemeente in Enschede werd mijn grootmoeder al snel te benauwd. Op haar achttiende nam ze de benen, ze leerde mijn grootvader kennen op de kermis in Haarlem. Donkere ogen, net als zij. Bewonderaar van de socialistische voorman Domela Nieuwenhuis, ook net als zij. Maar een goj. Voor jaren werd haar de toegang tot het ouderlijk huis ontzegd. Mijn grootmoeder maakte het, denk ik, niet veel uit. Ze waren jong, lazen veel en deden aan amateurtoneel. Kritische stukken van Herman Heijermans. Na afloop moest het toneelgezelschap rennend naar het station – achter ze braken de eieren, lag de struif op de straat.
Af en toe kijk ik naar hun foto. Trots poseren ze naast de tandem, zij reikt niet hoger dan zijn bovenarm. Joods of niet joods, er heerste trapperharmonie.

Onze familienaam verraadt de bollenstreek, maar niet de ware herkomst van ons geslacht. Stamhouder: Dina Hoogervorst. Op 15 december 1853 stierf de jonge vrouw in het kraambed. Waarom gaf ze nooit de naam van de verwekker van haar kind prijs?
Was hij te voornaam, te getrouwd of al te ver weg? Jaren geleden werd ik opgebeld door familiegenealoog Bert. Bij zijn stamboomonderzoek was hij op mijn betovergrootmoeder gestuit.
Ze heette Dina, Geraldina of Goverdina Hoogervorst, zei hij enthousiast.
Geboren op 20 mei 1827 in Warmond als dochter van Jacob Hoogervorst, voerman, geboren te Noordwijk, en Jaapje van der Plas. De moeder overleed in 1842, Dina was toen vijftien jaar. Het meisje kreeg een baan in Leiden, op de Oude Vest. Geweldig! zei ik. Hebt u dat allemaal uitgezocht?
Zwanger op haar zesentwintigste.Baarde een zoon, Gerrit Hoo - gervorst, op 10 december 1853 te Leiden. Vader onbekend. Dina stierf vijf dagen later.
Gerrit is absoluut geen familienaam, ging Bert verder. Je zou toch eens moeten uitzoeken bij wie dat meisje op de Oude Vest werkte. Haar kind werd twee dagen na de geboorte aangegeven door een knecht.

De familiegenealoog wachtte even om iets op te zoeken. Hij noemde een naam.
Diende ze langere tijd bij iemand?
Was het kind van de heer des huizes?
Heette die misschien Gerrit?
Heeft ze zwijggeld gekregen?
Ja, ja, riep ik. Binnenkort ga ik het uitzoeken.

Mijn moeders geboortegrond was een suikerrietplantage op Java. Januari 2002. Ze boog zich over het opnameapparaat. Ik ben Anna Wilhelmina Frederika Roos, zei ze en haar r’en rolden met het draaiende bandje mee. De kaart van het oude Indië lag voor haar op tafel, met een van reuma kromgetrokken vinger liep ze de sporen na van haar jeugd.
Toeloeng Agoeng. Mijn geboorteplaats, in de residentie Kadiri. Maar ik kan slecht zien op die kaart van jou… Hoe het er daar uitzag? Weet ik niet. Het enige wat ik me herinner is ons laatste huis, papa werkte toen bij de suikerfabriek NieuwTersana, vlak bij Cheribon. En dan fel: maar dat kun je toch niet vinden op die kaart…

Afgelegen suikerondernemingen. Bergen, mist, stilte, vogels, een gamelan van verre. Voor hun opleiding waren de meisjes Roos aangewezen op de nonnenscholen van de ursulinen. Hun broers werden ondergebracht bij pleeggezinnen in de dichtstbijzijnde stad. Bandoeng. Malang. Medan. Cheribon. Omdat ik de standplaatsen wilde weten, schreef ik een brief aan de weduwe van mijn oom Willem Frederik Roos. Ik wist dat Willem Nederland na de oorlog de rug had toegekeerd, de rest van zijn leven woonde hij in Canada.
Zijn weduwe stuurde me een kopie van zijn geboorteakte, opgemaakt te Madioen in 1916. Opa Roos was toen werkzaam op de suikerplantage Purwodadi.
Ik stuur je twee kopieën, schreef ze. Het Nederlands origineel is zwaar beschadigd, toen zijn schip in de oorlog door de Japanners werd getorpedeerd en hij met een reddingsvlot achttien dagen op zee dobberde. Hij slaagde erin zijn geboortecertificaat samen met wat andere spullen te redden, maar het is door olie en water aangetast. De andere kopie is een Engelse vertaling.

Door de Japanners getorpedeerd in de oorlog? Ik belde meteen mijn moeder.
Wist je dat jouw broer Willem op het nippertje aan de dood is ontsnapt? Achttien dagen heeft hij rondgedobberd op zee.
Zoiets heb ik wel eens gehoord, antwoordde ze.
Heb je hem nooit meer gesproken dan?
Hij is naar Canada gegaan, toch! Ik heb hem nooit meer gezien.

Onverenigbaarheid van karakters, van levenspatroon, van in de wereld staan.
Mijn man van zijn ongelijk overtuigen zou ik niet kunnen, mocht ik dat al willen. Toch zet zo’n mail een mens na zeventien jaar aan het denken. Aan het schrijven ook, in mijn geval. Terugschrijven. De beste remedie, schreef iemand. Wie? Ik zal het straks opzoeken.

Hoe zal de joodse slagersdochter uit Enschede tegen een schoondochter met twee vaderlanden aan hebben gekeken?
Wat wist mijn oma van tropische regens, krissen en worteldoeken? En mijn moeder, zou zíj zich ooit hebben verdiept in de geschiedenis van de joden? Ik herinner me de nerveuze rondjes die mijn moeder om de tafel draaide, als grootmoeder op bezoek kwam. Er hing dan iets scherps in onze huis - kamer.
Nog zie ik mijn moeders onthutste blik bij de foto van de be- nige hoofdonderwijzer uit Terwispel. Een man met een pet.
Geen hoofddeksel voor een schoonvader van haar dochter.
Ook haar heimelijke blikken op de plompe, ongepoetste schoenen van haar nieuwe schoonzoon, en op de leren lapjes op de ellebogen van zijn trui, konden me onmogelijk ontgaan.
Maar lag er niet eenzelfde angstige verbazing in de ogen van mijn Friese schoonouders?
Hun huwelijksfeest – was het zilver, goud of platina? Ik droeg een witglanzende jurk van Comme des Garçons.
Zoals je kijkt naar een uitheems insect.
Waar heb je die exotische schone vandaan? vroeg een oom aan mijn man.

© 2014 Ingrid Hoogervorst

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum