Leesfragment: Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig?

27 november 2015 , door Dave Eggers
| |

Deze week verscheen Dave Eggers' Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig? (vertaald door Gerda Baardman, Lidwien Biekmann en Elles Tukker). Wij brengen een fragment.
'"Wie ben jij?"
"We kennen elkaar, Kev. Van heel vroeger. Het was niet de bedoeling dat het op deze manier ging. Ik zou veel liever ergens een biertje met je drinken, maar je schreef nooit terug en toen zag ik dat je in de stad was - ruk nu niet zo aan die ketting. Straks doe je je been nog pijn."'

In een barak op een verlaten militaire basis, ver verwijderd van de bewoonde wereld, kijkt Thomas toe hoe de man die hij heeft gekidnapt wakker wordt. Kev, een astronaut, herkent zijn ontvoerder niet, maar Thomas herinnert zich hém wel. Kev roept om hulp. Hij rukt aan de ketting waarmee hij is vastgemaakt. Maar de golven van de oceaan en de wind overstemmen het geluid. Thomas verontschuldigt zich. Hij had het niet zover willen laten komen.

Dave Eggers schreef met Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig? het briljante en universele verhaal van een man die zijn land probeert te begrijpen en nog maar één mogelijkheid ziet om antwoord te krijgen op zijn vragen.

gebouw 52

– Ik heb het voor elkaar. Ik heb je hier gekregen. Een astronaut. Jezus.
– Wie ben jij?
– Je zult wel hoofdpijn hebben. Van de chloroform.
– Wat? Waar ben ik? Wat is dit voor een gebouw? En wie ben jij, godverdomme?
– Herken je me niet?
– Wat? Nee. Wat is dit?
– O, dat? Een ketting. Die zit aan die stang vast. Niet aan trekken.
– Jezus christus. Jezus christus.
– Niet aan trekken, zei ik. En ik zal meteen maar zeggen dat ik het heel vervelend vind dat je hier onder deze omstandigheden bent.
– Wie ben jij?
– We kennen elkaar, Kev. Van heel vroeger. Het was niet de bedoeling dat het op deze manier ging. Ik zou veel liever ergens een biertje met je drinken, maar je schreef nooit terug en toen zag ik dat je in de stad was – ruk nu niet zo aan die ketting. Straks doe je je been nog pijn.
– Waarom ben ik hier?
– Omdat ik je hierheen heb gebracht.
– Heb jij dit gedaan? Heb jij me met een ketting aan die stang vastgemaakt?
– Ja, goed is dat ding, hè. Ik weet niet of je het wel een stang kunt noemen. Maar wat het ook is, hij is ongelooflijk sterk. Hij zat hier al. Dit was vroeger een legerbasis, dus hier en daar zitten er van die rare dingen. Dat geval waar jij aan vastzit kan vijfduizend kilo aan en in bijna alle gebouwen hier zit er een. Hou nou op met trekken.
– Help!
– Schreeuw niet zo. Er is hier toch niemand in de buurt. En achter de heuvels ligt de zee, dus door de branding en de wind zou je zelfs een kanonschot nauwelijks horen. Al worden hier allang geen kanonnen meer afgeschoten.
– Help!
– Jezus. Hou op. Dat is veel te hard. Allemaal beton hier, man. Hoor je die galm?
– Help! Help!
– Ik dacht al dat je misschien ging roepen, dus als je dat nú wilt doen, zeg het dan even. Ik kan het niet aanhoren.
– Help!
– Mijn respect voor je slinkt met de minuut.
– Help! Help! Help! Hallo...
– Oké. Jezus christus. Ik kom wel terug als je klaar bent.

– Klaar? – Fuck you.
– Hé, ik had je nog nooit horen schelden. Dat is een van de dingen die ik me vooral van jou herinner, dat je niet aan grof taalgebruik deed. Je was zo serieus, zo precies, zo zorgvuldig en integer. Met dat gemillimeterde haar en die overhemden met korte mouwen was je zo’n anachronisme. Dat zal ook wel moeten als je astronaut bent – dan moet je fris en opgeruimd zijn. Dan moet je die zuiverheid hebben.
– Ik ken jou niet.
– Wat? Jawel hoor. Weet je dat niet meer?
– Nee. Ik ken geen mensen zoals jij.
– Wacht even. Denk eens na. Wie ben ik?
– Nee.
– Je zit met een ketting aan een stang vast. Waarom zou je niet even raden? Nou, waar kennen wij elkaar van?
– Fuck you.
– Nee.
– Help!
– Niet doen. Hoor je niet wat een lawaai dat hier maakt? Hoor je die galm?
– Help! Help!
– Je stelt me teleur, Kev.
– Help! Help! Help!
– Goed. Dan laat ik je maar even alleen totdat je jezelf weer in de hand hebt.

 

© Dave Eggers, 2014
© Vertaling uit het Amerikaans: Gerda Baardman, Lidwien Biekmann en Elles Tukker
© Nederlandse uitgave: Lebowski Publishers, Amsterdam 2014

Uitgeverij Lebowski

MINDBOOKSATH : athenaeum