Leesfragment: Boek (256 blz.)

27 november 2015 , door Robert van Eijden
| |

Wij richten in samenwerking met Recensieweb de schijnwerpers op vijf Nederlandse prozadebuten van april, allemaal voorzien van uitgebreide fragmenten. Lees op onze website de voorpublicaties uit de romans van Inge Schilperoord, Fons Dellen, Robert van Eijden, Rutger Pontzen en Sander van Leeuwen.

21 april verschijnt het debuut van freelance tekstschrijver en journalist Robert van Eijden. In Boek (256 blz.) is hij zelf het hoofdpersonage en wordt geconfronteerd met de renovatie van zijn woningbouwflatje. Athenaeum.nl publiceert het eerste hoofdstuk voor. 'Ik vind wonen al vermoeiend genoeg en klussen doe ik ongeveer net zo vaak als reizen naar de planeet MonkeySpace 14, al kijk ik graag naar klusprogramma’s op mijn flatscreen. De presentatoren daarvan bezitten een fascinerende opgewektheid en hun programma’s geven me elke keer weer vijftig minuten lang het gevoel dat het bestaan net zo maakbaar is als de wand van mijn badkamer.'

Freelance-tekstschrijver Robert van Eijden heeft grip op zijn bestaan. Iets te veel grip, misschien. Hij leidt een overzichtelijk leven volgens schema's en systemen waar hij nooit van afwijkt, maar bezit desondanks weinig kracht - zelfs voor het oprichten van een Vereniging voor Onderpresteerders kan hij geen energie opbrengen. Met behulp van zijn vriend Paalman, de wijsheden van zijn blinde buurman en vele glazen Witte Trappist gaat hij moedeloos en volkomen zelfgeabsorbeerd elke strijd uit de weg - totdat de renovatie van zijn woningbouwflatje hem dwingt voor het eerst in zijn bestaan een daad te stellen. 

Boek (256 blz.) is een genadeloos grappige roman over het schemergebied tussen normaal en gek, het bijzondere van het gewone en het gewone van het bijzondere. Zelden werd de onwil om te leven zo nauwgezet en ontroerend verwoord. 

 

Wat gaat er gebeuren?

Vrijdagmiddag kwam de man van de woningbouwvereniging op bezoek om over de op stapel staande renovatie van mijn flatwoning te praten. Ik nam aan dat ik het zoveelste adres was dat hij die dag bezocht – geroutineerd verborg hij zijn minachting voor mijn gordijnen met pindakaasschimmelvlek, mijn laagpolige tapijt en mijn meubilair dat ik zorgvuldig bij elkaar heb gescharreld van het grofvuil. Zelf zag de man van de woningbouwvereniging er met zijn gekamde haren en zijn confectiepak succesvol uit, alsof hij al sinds zijn geboorte in een appartement met kookeiland, eikenhouten vloer en designradiatoren woonde, van boven tot onder en van links tot rechts geïsoleerd zodat hij niet de leefen sterfgeluiden van acht verschillende buren hoefde te horen. Ik wilde hem het liefst neerschieten, maar bij gebrek aan moed en een pistool gaf ik hem een glaasje espresso – zonder koekje. Zelf nam ik ook een espresso. Het mocht, ik had er die dag pas eentje op.
Na zijn inleidende praatje aan mijn eettafel in de woonkamer probeerde ik de man van de woningbouwvereniging ervan te overtuigen dat het beter was onze flat niet te renoveren, maar gewoon te slopen – bij voorkeur met mij er nog in, voegde ik eraan toe. Zo’n renovatie betekent bouwvakkers met bijbehorende decolletés over de vloer, 3FM op klopboorvolume, vroeg opstaan, kortom: dingen waar ik niet tegen kan, legde ik uit. Door de inzet van een sloopkogel – eventueel met het logo van de woningbouwvereniging erop – zou ik in één keer overal vanaf zijn, en hij trouwens ook.
Even was het stil, toen begon de man van de woningbouwvereniging een betoog over de voordelen van mechanische ventilatie. Mijn opmerking dat het onnodig was om in niet-geïsoleerde woningen als de mijne mechanische ventilatie aan te leggen, wuifde hij weg met een slap handje. De renovatie gaat door, want dat is beter voor iedereen en we kunnen geen uitzonderingen maken – dat was zo ongeveer de strekking van zijn verhaal. Waar had ik dat eerder gehoord? Ik nam een slok espresso en vroeg me af of het te vroeg in het gesprek was om over Hitler te beginnen. Mijn gedachten dwaalden af naar de Tweede Wereldoorlog zoals ik die elke nacht bekijk op National Geographic Channel wanneer ik terugkom uit mijn stamcafé – in kleur, hoewel de originele Tweede Wereldoorlog in zwart-wit heeft plaatsgevonden. Blijkbaar was de Tweede Wereldoorlog inmiddels ook gerenoveerd. Wat had ik ook alweer betaald voor mijn flatscreen? Ik wist het niet meer, maar het was de beste investering van mijn leven geweest. Zonder de afleiding die deze toverdoos mij biedt was ik allang aan de heroïne gegaan, of – erger nog – had ik een vaste baan genomen bij een automatiseringsbedrijf. Daar had ik tenslotte voor gestudeerd, voor een baan bij een automatiseringsbedrijf. Voor het gebruiken van heroïne bestaat voor zover ik weet geen studie, hoewel een baan bij een automatiseringsbedrijf een goede springplank is.
Een van de vele voordelen van de renovatie was dat het plafond van mijn onderburen brandwerend zou worden gemaakt, ging de man van de woningbouwvereniging verder. Hierdoor zou het veertig minuten langer duren voordat een brand vanuit hun woning zou doordringen tot die van mij. Ook zouden aan het plafond in mijn hal en mijn woonkamer rookmelders komen die niet op batterijen werken maar op het lichtnet, waardoor ze het blijven doen zolang er stroom is in de flat.
Misschien heb ik de man van de woningbouwvereniging verkeerd ingeschat, dacht ik – hij was duidelijk begaan met mijn gezondheid. Terwijl ik overwoog of ik hem dan toch maar een koekje zou geven, werkte hij naar het einde van zijn menslievende blokje toe: zijn stemgeluid sprong van het meelevende naar het zakelijke register en hij deelde mee dat het tijd werd om afspraken te maken en parafen te zetten. Uit zijn strontkleurige koffertje haalde hij wat officieel ogende papieren tevoorschijn die hij uitspreidde op de eettafel. Ik voelde een lichte spanning opkomen in de nekpartij en mijn blik ging naar de fles Jack Daniel’s op de schoorsteenmantel. Kon ik onbeschroomd een scheut whisky in mijn espresso doen, of zou ik dan een slechte indruk maken? Als ik voor zijn ogen mijn koffie aan lengde met sterkedrank, zou hij ongetwijfeld een aantekening maken van mijn drankgebruik die dan in een dossier van de gemeente terecht zou komen en tegen mij gebruikt zou worden wanneer ik weer eens mailde dat de glasbak voor de flat vol was – nee, de whisky moest nog maar even wachten.
De man van de woningbouwvereniging schoof de papieren naar me toe en wees aan waar ik moest tekenen: op alle plaatsen waar ‘de huurder, de heer Van Eijden’ stond. Vanwege de zenuwen omdat er bezoek over de vloer was, besloot ik overal mee akkoord te gaan. Toevallig had ik de voorgaande week op de achterkant van een belastingenvelop geoefend in het zetten van mijn paraaf, dus dit onderdeel van onze bijeenkomst ging me voortreffelijk af. Terwijl ik het ene vel papier na het andere ondertekende, voelde ik me belangrijker en belangrijker worden, alsof ik secretaris-generaal Gorbatsjov was die zwierig een antikernwapenverdrag signeert terwijl op de achtergrond zo’n typische jarentachtighit klinkt als ‘Self Control’ van Laura Branigan, ‘The Safety Dance’ van Men Without Hats of ‘Your Love’ van The Outfield. Wereldvrede en een gerenoveerd huis ineen, de toekomst zag er zonnig uit voor de hele planeet.

Na de handtekeningenceremonie wilde de man van de woningbouwvereniging een ronde door mijn huis maken om vast te stellen of ik in de tijd dat ik hier woonde dingen had verbouwd of toegevoegd – als ik ooit uit deze flat zou vertrekken en er iets in de oorspronkelijke staat zou moeten worden teruggebracht, kwamen de kosten daarvan voor mijn rekening, meldde hij.
Vanzelfsprekend was er in geen enkel vertrek van mijn woning ook maar een lichtknopje aangepast, stelde ook de man van de woningbouwvereniging al snel vast. Ik vind wonen al vermoeiend genoeg en klussen doe ik ongeveer net zo vaak als reizen naar de planeet MonkeySpace 14, al kijk ik graag naar klusprogramma’s op mijn flatscreen. De presentatoren daarvan bezitten een fascinerende opgewektheid en hun programma’s geven me elke keer weer vijftig minuten lang het gevoel dat het bestaan net zo maakbaar is als de wand van mijn badkamer.
Onze schouwronde eindigde buiten, op het balkon.
‘De balkonvloer krijgt een nieuwe coating,’ zei de man van de woningbouwvereniging. Ik keek naar het betonnen oppervlak onder onze voeten dat er volgens mij prima uitzag, maar ik had intussen geleerd het oordeel van de man van de woningbouwvereniging niet in twijfel te trekken. Bovendien wilde ik zo snel mogelijk naar binnen, want het was een waterkoude eindnovemberdag en we hadden geen van beiden een jas aan.
De man van de woningbouwvereniging boog zich over de stalen balustrade en keek met een knik in zijn nek naar de spijlen van mijn balkon. ‘Het staat geloof ik niet in de brochure, maar het balkonhek wordt opnieuw geschilderd,’ zei hij. ‘Dat kan zo echt niet meer, de verf bladdert er aan alle kanten af. Als het gaat roesten, heb je de poppen aan het dansen.’
We gingen weer naar binnen. Over zijn onoriginele beeldspraak zei ik ook maar niets.

Toen de man van de woningbouwvereniging was vertrokken en ik weer wat tot mezelf was gekomen, begon ik me af te vragen waar ik nu eigenlijk voor getekend had. Gelukkig had hij een folder op tafel achtergelaten met de titel Wat gaat er gebeuren? In de hoop wat meer grip op de realiteit te krijgen, zowel op de mijne als op die van de man van de woningbouwvereniging, begon ik te lezen. Het viel me op dat de teksten door de grafisch ontwerper overdreven speels tussen de foto’s van multicultureel lachende gezinnen waren geplaatst. Maandag over een week zou de renovatie van start gaan en het traject zou in mijn geval zeven dagen duren, de renovatie van de hele flat en de flat ernaast een maand of drie. De bouwvakkers beginnen elke ochtend om zeven uur met hun werkzaamheden, las ik. Was dat een drukfout? Dat moest toch een drukfout zijn? Ja, dat kon niet anders dan een drukfout zijn. Wie begint er nu om zeven uur ’s ochtends met werken? Met mijn gemiddelde bedtijd van vijf uur in de ochtend zou ik het tijdens de renovatie met twee uur slaap per nacht moeten doen, rekende ik uit. Ik voelde een steek in mijn lies. Voordat wij beginnen met de werkzaamheden worden de vloeren afgedekt om beschadigingen te voorkomen, aldus de folder. En even verderop: Als u problemen voorziet bij bijvoorbeeld het verplaatsen van zware huisraad of spullen, kunt u erop rekenen dat we samen met u bekijken wat voor hulp we u kunnen bieden. Problemen voorzag ik genoeg, vooral omdat ik thuiswerk en geen zin had om zittend achter mijn bureau afgedekt te worden om beschadigingen te voorkomen. De woningbouwvereniging had echter ook aan mensen zoals ik gedacht: er waren ‘rustwoningen’ in de straat gecreëerd, leegstaande woningen waar u zich terug kunt trekken, vooral op momenten wanneer het u allemaal te veel wordt.
De lichte spanning in de nekpartij nam toe tot een zware spanning – zelfs de geruststellende subtekst van de zinnen in de folder kon mijn ongerustheid niet wegnemen. Het enige wat hielp was de folder nog een keer lezen, en nog een keer, en nóg een keer, zodat ik precies wist wat er zou gaan gebeuren.
Langzaam werd ik wat kalmer. Eigenlijk zou je niet alleen bij de renovatie van je huis zo’n folder moeten krijgen, dacht ik, maar bij elke levensveranderende gebeurtenis. Naar de kleuterschool gaan, studeren, ‘uw eerste baan’, trouwen, ‘uw eerste depressie’, scheiden, ‘uw tweede depressie’, het begin van alzheimer, jezelf bevuilen in een ziekenhuisbed en als laatste deeltje in de reeks: U gaat dood. Wat gaat er gebeuren? Die folder zou ik zelf wel willen schrijven. Wie van mijn opdrachtgevers zou ik voor zo’n project kunnen interesseren?
Door mijn mijmeringen begon het me te dagen dat de man van de woningbouwvereniging goddelijke eigenschappen moest bezitten, want hij had zojuist met één pennenstreek mijn leven met veertig minuten verlengd. Hoe moest ik die extra tijd gaan invullen? Ik wist niet eens wat ik met de reguliere speeltijd aan moest. De man van de woningbouwvereniging kon ik het niet meer vragen – die zat al bij mijn onderburen over de voordelen van mechanische ventilatie te praten, hoorde ik door hun nog niet brandwerende plafond heen. Ik zette de twee eettafelstoelen waarop we hadden gezeten op hun oorspronkelijke plek onder de tafel, stofzuigde de route waar de man van de woningbouwvereniging door het huis had gelopen en waste de twee espressoglazen af – die van hem iets grondiger dan de mijne, vooral op de plek waar ik vermoedde dat zijn lippen het glas hadden geraakt. Daarna trok ik mijn jas en handschoenen aan en wandelde naar de supermarkt om een pot pindakaas te kopen.

 

© 2015 Robert van Eijden

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum