Leesfragment: De zes levens van Sophie

27 november 2015 , door Sarah Meuleman
| |

In februari en maart debuteren Andreas Oosthoek, Michiel Lieuwma, San Bos, Amir Chitzan, Sarah Meuleman en Lucas de Waard. In samenwerking met Recensieweb brengen wij uitgebreide fragmenten en zij signalementen van de boeken.

Wij brengen een leesfragment uit De zes levens van Sophie, het debuut van Sarah Meuleman.

België, jaren negentig, het tijdperk-Dutroux. Hannah en Sophie zijn twaalf en delen alles met elkaar, zoals alleen twaalfjarige meisjes dat kunnen. Als Hannah valt voor de charismatische Damiaan, verandert hun vriendschap. Dan, na een nachtelijk feest in het dorp, komt Sophie niet meer thuis. Achttien jaar later woont Hannah in New York. Ze is succesvol als columnist voor een modeblad, maar besluit het roer drastisch om te gooien. Ze trekt zich terug in een kamer in Brooklyn om een biografie te maken over beroemde schrijfsters: Agatha Christie, Barbara Follett, Virginia Woolf. Drie vrouwen die worstelden met vragen over familie, trouw en ambitie; drie schrijfsters die op een dag spoorloos verdwenen. Hannah's zoektocht naar de vrouwen roept vragen op die ze lang heeft verborgen. Wat is er die nacht gebeurd met Sophie? Waarom heeft ze haar laten gaan? Wat weet Hannah?

Spannend, ontroerend, intelligent: De zes levens van Sophie is een roman die zindert van de suspense. Voor de liefhebbers van The Killing, Mystic River en Gone Girl.

Sarah Meuleman werd geboren in Oostende en woont in Amsterdam. Ze is journalist en programmamaker. Voor Vrij Nederland en Vogue schreef ze vele interviews, en voor de VPRO maakte ze het cultuurprogramma Sarah's BarbarenDe zes levens van Sophie is haar eerste roman.

 

Een vliegende start

Bachte-Maria-Leerne, 1996

Vandaag begint het, denkt Sophie. Maar dat denkt ze wel vaker, omdat ze zeker weet dat het nog bijlange niet begonnen is. Alles is een flikkering, een hint van wat het zou kunnen zijn, één lange valse start.
Ze zwaait haar benen uit bed en kijkt naar de stoel waar haar kleren netjes klaarliggen. De blouse tegen de rugleuning met mouwen bungelend aan de zijkant, de rok op de zitting en twee lange witte kousen eronder. Een plat schoolkind op een stoel.
Ze wil een goede indruk maken vandaag, niet afwijken en zich gedragen als een normale leerling. Het strijken van de blouse was lastig, in precieze klussen is ze slecht. Een keer werd ze uit de klas gezet omdat ze geen rechte lijn kon tekenen met een liniaal. De juf dacht dat ze een grap maakte, maar dat was niet zo. Het lukte niet. De rechte lijn wilde echt niet recht. Met lessenaar en al werd ze op de gang gezet waar ze ziek werd van de tocht en de kou waarna ze twee weken lang thuis lag met koorts. Haar lijnen zijn nog steeds krom.
Ze trekt haar witte kousen aan tot net over de knie, knoopt de gestreepte blouse tot de kraag dicht en schikt de rok. Een trui moet, want het is fris voor september. Eigenlijk had ze gisteren een bad moeten nemen, maar het kwam er niet van. Ze kamt haar haren, er zitten wat klitten in, maar die vallen met twee staarten prima weg te moffelen. Ze kijkt op de klok: acht uur. Over een kwartier fietst Hannah langs om haar op te halen.
Ze opent de slaapkamerdeur. Het huis is een bungalow en alle deuren wijzen naar de woonkamer. Sophie loopt de keuken in, opent de vriezer, pelt een snee van het ijsbrood en duwt het in de toaster. Ze wacht tot het brood eruit wipt, neemt een plak kaas uit de koelkast, vult een groot glas met kraanwater en gaat zitten aan de keukentafel.
Zo stil mogelijk kauwt ze de boterham. Het bord maakt een schrapend geluid over het tafelblad. Het mes tikt tegen het porselein. Metaal tegen glazuur. Schaar, papier, steen. Dat vindt ze een leuk spel. Vroeger speelde ze het vaak met Hannah. Nu vindt Hannah het stom.
Als de boterham op is, spoelt ze het bord af onder de kraan. Tien over acht, mooi. Ze besluit geen jas aan te trekken, pakt de rugzak die ze gisteren bij de deur heeft klaargezet en gaat naar buiten.
‘Dag mam,’ roept ze.
In de kamer blijft het stil.

Na een paar minuten komt Hannah aanfietsen. Ze zit kaarsrecht op het zadel, met holle rug, trots als een pauw op haar nieuwe jas en de lange zorgvuldige vlecht in haar witte haar. Onder het elastiek op de bagagedrager ligt een paarse rugtas. Ook nieuw, denkt Sophie. Zij heeft nog steeds dezelfde schooltas met rimpelig leer en versleten suède, maar ze is eraan gehecht, ze zou geen andere willen.
Hannah dendert over de kiezels van de oprit en remt hard.
‘Hai.’
‘Hallo.’
‘Klaar?’
‘Ja.’
‘Nerveus?’
‘Nerveus, moi?’
Tegelijk wuiven ze hun handen naar zich toe, heupen opzij, schouders naar voor, hautaine blik. ‘Pas du tout!’
Ze giechelen en fietsen in uitgelaten stemming de Kortrijkse Steenweg af. Ze kletsen over de kortste route en welke leerlingen er wel en niet zullen zijn, maar het is geen gesprek, het is taal om ongeduld te dempen. Eigenlijk willen ze weten of ze samen in de klas zullen zitten, wie hun mentor wordt en vooral hoe ze zich straks moeten verhouden tot dat enorme plein.
De middelbare St. Martinusschool is een verzameling gebouwen die wordt omzoomd door een metershoge muur. Het heeft iets weg van een slot, altijd halfgesloten. Een forse non houdt bij de poort iedereen in de gaten. Arendsogen die waarschuwen: hier kom je niet zomaar weg.
Auto’s rijden voor in een trage stoet, lossen om de beurt hun leerlingen en rijden weer door. De nieuwe meisjes stuiteren naar binnen door de poort, de ouderen sloffen, nukken. Sophie en Hannah zetten hun fietsen in de ondergrondse stalling en wandelen over stoeptegels en paden naar de plek waar iedereen staat. Ze zien Veerle en Evelien, die ze nog kennen van de lagere.
‘Hoe was jullie vakantie?’ vraagt Hannah.
Veerle glimlacht. ‘Superzalig. En de jouwe?’
‘Wijs.’
Ze praten wat met elkaar, een veilig kluitje van vier op het uitgestrekte plein. Een speelplein dat geen speelplein is, want spelen doe je hier niet meer. Wat dan wel, vraagt Sophie zich af. Een hand tikt tegen een microfoon. ‘Aandacht, aandacht.’ Ergens onder het grijze portaal staat een jonge vrouw op een podium van een halve vierkante meter. ‘Graag jullie aandacht.’
De meisjes scholen samen, het zijn er honderden. Als iedereen zich rond het podium heeft verzameld, stapt de jonge vrouw twee treden naar beneden om plaats te maken voor de directrice, een enorme non met een blauw habijt en een crème kleurige kap. Ze loopt lichtjes gebogen, zoals bijna alle nonnen.
Hoe, vraagt Sophie zich af, worden de nonnen zo krom? Groeien ze scheef van het aanbidden, van elke dag weer buigen voor de Heer?
‘Goedemorgen,’ zegt zuster Gregoria en de microfoon zingt rond, geschrokken van haar harde stem. ‘Welkom in dit jonge schooljaar en in het bijzonder een welkom aan onze nieuwe leerlingen.’
Sophie draait zich om en glundert naar Hannah: nieuwe leerlingen, dat zijn wij. Maar Hannah staat ademloos te kijken naar de non.
‘Die nieuwe leerlingen wensen wij leerzame jaren.’ LeerlingeN. JareN. Elk woord wordt door zuster Gregoria tot de laatste letter gearticuleerd. Zoals Madonna, denkt Sophie, die hetzelfde doet: Like a virgiN, touched for the very first TiMe. Alles helemaal zeggen, niet half, dat moet ze onthouden. En ze kijkt om zich heen naar gezichten vol ontzag. Binnen de schoolmuur is Gregoria een popster.
De directrice draagt een vers voor uit een slappe bijbel die uiteenvalt van het vele lezen. Waarachtig, ik verzeker u: wie niet door de deur het hof van de schapen binnenkomt, kan alleen maar een dief zijn en een bandiet.
Hannah is in trance. Sophie voelt zich nerveus. Wat betekent dat: een hof van schapen met een deur? Sophie is dol op verhalen, maar niet de Bijbelse die ze na zes jaar lagere Sint-Martinus van haver tot gort kent. Haar eigen vader noemt het geloof vergif voor de geest. Toch stuurt hij haar naar deze school, alleen het beste voor zijn dochter. Huichelaar.
‘We zullen nu beginnen met het oplezen van de klassen,’ zegt zuster Gregoria, en ze propt het heilige vodje in een zak van haar habijt. ‘Wie haar naam hoort, komt naar voren. Ik lees de namen op alfabetische volgorde, die houden jullie aan in de rij, is dat duidelijk?’ Het blijft stil. Niemand antwoordt.
Natuurlijk niet, een popster dien je niet van repliek, de koningin ook niet en God evenmin. Het lezen van de namen begint. Valerie Anderson. Conny de Bleekere. Veerle de Buck. Vicky Courteyn. Hannah en Sophie zitten in dezelfde klas. Als Hannah wordt omgeroepen en langs Sophie loopt in de rij, knijpt ze even in haar zij. Sophie lacht. Dit is het dan: de laatste halte voor het echte leven. Nog zes jaar volhouden, en dan!

 

© Sarah Meuleman

Uitgeverij Lebowski

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum