Leesfragment: Het verloren jaar

27 november 2015 , door Clara Stokhof
| |

In december debuteerde Clara Stokhof het Het verloren jaar. Wij publiceren een uitgebreid fragment. 

Twee maanden nadat zijn vriendin hem uit huis heeft gezet, neemt Benjamins leven een onverwachte wending als hij bevriend raakt met de Russische Vasili Nikolajev, eigenaar van een theehuis. Vasili blijkt veel meer te verkopen dan thee alleen. Benjamin raakt verzeild in een koortsachtige en duistere wereld. Het enige wat hem bij de les houdt is zijn eigen leger van Romeinse keizers, een leger dat hij verzamelt door de namen van de keizers uit zijn hoofd te leren.Het verloren jaar is een roman over eenzaamheid en de manier waarop we, soms bewust maar vaak ook onbewust, vorm eninhoud geven aan ons leven. 

Proloog

Vasili Nikolajev schudt aan mijn mouw.
‘Dorst?’
Ik wil zeggen dat ik geen dorst heb. Even tevoren aan zijn keukentafel heb ik de makreel proberen weg te spoelen met limonadeglazen water.
‘Best,’ zeg ik.
Ik lieg, omdat ik weet dat dit is wat Vasili wil horen. Hij wil horen dat ik dorst heb, dat ik zin heb om de rest van de avond wodka met hem te drinken.
Daar heb ik geen zin in, ik wil naar huis.
We gaan een café binnen.
Achterin staan twee speelautomaten en een pooltafel, de bar is van bruin hout. Er zit een rijtje mannen van dezelfde leeftijd als de vaste gasten die ik bij oom Ed hun dagelijks bier schonk.
Vasili gebaart naar de barman, steekt twee vingers in de lucht, wijst op mij en op zichzelf. De barman knikt, hij heeft het begrepen. Komt Vasili hier vaker?
We gaan aan een tafeltje bij het raam zitten.
‘Hier is het rustig.’ De Rus slaakt een diepe zucht, ik knik. Het café is gemoedelijk, er hangen vergeelde foto’s van wielerwedstrijden aan de muur. Als de biertjes op tafel staan, neemt Vasili direct een grote slok.
‘Ik wil graag voor je werken,’ zeg ik.
We moeten erover praten, daarom zijn we hier. Ik hoop dat het hem opvrolijkt dat ik voor hem kies. Dat is feitelijk wat ik doe: ik kies voor hem. Ik kies voor zijn bescherming. Hij blaast een wolk rook over de tafel en langzaam vormt zich een grijns op zijn gezicht.
‘Een heel goede keuze, Benjamin.’ Zijn stem is anders dan net; zekerder, sterker.
‘Ik geef je straks een mobiele telefoon. Daarin staan de telefoonnummers van vaste klanten. Met sommigen is er een wekelijkse afspraak. Ik zal je vertellen hoe laat en waar ik ze ontmoet. Het is belangrijk dat je zo veel mogelijk rond gaat rijden. Als je gebeld wordt, ben je sneller waar ze je willen hebben.’
Om hoeveel mensen gaat het? Wat voor mensen zouden het zijn?
‘Er zijn er ook die eens in de zoveel tijd bellen, ze hebben het nummer van de telefoon die je van mij krijgt.’
Hij voelt in zijn zakken.
‘Elke zondagavond kun je bij mij de voorraad ophalen. Als je doordeweeks meer nodig hebt, kom je naar het theehuis. Je belt me er niet over.’
Waarom mag ik er niet over bellen?
‘De klanten gebruiken geen woorden als “pillen”, of “coke”, of “drugs”. Je belt met ze alsof het je vrienden zijn, alsof je een afspraak met ze maakt.’
Wordt de telefoon van Vasili afgeluisterd?
‘Het geld dat je verdient, bewaar je thuis. Op zondagavond neem je de opbrengst van die week mee naar het theehuis. Veertig procent daarvan mag je houden; dat is je loon. Is de omzet hoger dan gemiddeld, dan krijg je meer van me.’
Ik knik. Het klinkt logisch. Moet ik voor de telefoon betalen? Waarschijnlijk is het zijn oude telefoon.
‘Doe jij hetzelfde werk?’
Hij schudt zijn hoofd, maakt een wegwuivend gebaar met zijn linkerhand. Het doet er niet toe, het is geen relevante vraag.
‘Je neemt de telefoon nooit op met je eigen naam. Je zegt geen Benjamin. Je zegt of “hoi”, of je bedenkt samen met mij een andere naam. Je moet je eigen naam buiten je werk houden, begrijp je?’
‘Ja.’
‘Het is nu zondag. Je gaat straks met mij mee terug. Thuis geef ik je de voorraad. En je bescherming.’
‘Bescherming?’
‘Pauw-pauw,’ zegt hij.
Pauw-pauw. Ik krijg een pistool. Ik heb er nog nooit een gebruikt, weet niet hoe ik zo’n ding moet hanteren. Mijn broer Berend had vroeger een klappertjespistool, ik raakte het niet aan, werd er bang van.
‘Ik weet niet hoe dat werkt.’
Vasili knikt, hij had dat al verwacht.
‘Komt goed, we gaan binnenkort een keer oefenen.’
Waar? Op een verlaten terrein? Wil ik dat wel? Ik weet niet of ik wil leren schieten. Waarschijnlijk verraden mijn ogen de gedachten die door mijn hoofd spelen.
Vasili grijnst.
‘Je dacht toch niet dat je zonder pauw-pauw meedoet?’
Eerlijk gezegd had ik er niet over nagedacht.
‘Rustig maar, je zult hem weinig tot nooit hoeven te gebruiken.’
Weinig tot nooit?
In gedachten noem ik de Romeinse keizers op; ik begin bij Domitianus, weet even niet meer dat Augustus de eerste was.
Ik wil geen pistool, ik wil niet leren schieten.
‘De auto waarin je gaat rijden staat bij ons voor de deur, ik geef je de sleutels. Je kunt hem het best daar laten staan, parkeren is duurder bij jou in de buurt.’
Ik knik, kan me nauwelijks op zijn woorden concentreren. Een pauw-pauw. Een pistool. Vanaf morgen ben ik een gewapende drugskoerier.
Wil ik dit leven? Waaruit zal de voorraad die ik straks meekrijg bestaan? Hoe moet ik die mee naar huis nemen? In mijn broekzak? Past dat?
‘Voor nu is dit alles, denk ik.’
Hij fronst zijn wenkbrauwen, kijkt peinzend voor zich uit, vraagt zich af of hij niets vergeten is.
Ik kijk naar de barman, steek twee vingers in de lucht, wijs op mezelf en Vasili. De barman begrijpt mij ook, spoelt twee glazen, tapt twee biertjes. Ik haal ze op bij de bar.
Als ik weer aan tafel ga zitten, zit Vasili vergenoegd te grijnzen.
‘Het gaat de goede kant op met jou. Werken als een Rus, drinken als een Rus!’
Ik probeer terug te grijnzen, maar het lukt niet.
‘Weet je nog wat je dan zegt?’
‘Wanneer?’
‘Met proosten! In het Russisch! We hebben het net geoefend.’ Hij lijkt in zijn sas. Hadrianus, Antoninus Pius, Lucius Verus, Marcus Aurelius. Ik weet niet meer hoe ik moet proosten in het Russisch, ben het al vergeten. Het begon met ‘na’, volgens mij. Zal ik dat zeggen?
‘Kom op, Benjamin!’
Ik wil hem niet teleurstellen.
‘Naaaaaa.’ Ik rek de ‘na’, nu lijkt het of ik mijn best doe.
‘Na zdorovje!’ Hij maakt het voor me af, schreeuwt zijn proost door het café. Hij is blij.
‘Na zdorovje,’ zeg ik terug, een stuk minder overtuigd.
Ik stap voor de tweede keer dit jaar een onbekende wereld in.
Dit is geen wereld die ik niet meer ken, dit is een wereld die ik nog niet ken.

 

Copyright © 2014 Clara Stokhof

Uitgeverij  Querido

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum