Leesfragment: Liefde bij wijze van spreken

12 januari 2015 , door Yves Petry
| | |

Op 15 januari verschijnt de nieuwe roman van Yves Petry, Liefde bij wijze van spreken. Wij publiceren voor. 

 

'Ooit zou het ergens toe dienen om twee keer per week je haar te wassen en elke dag van ondergoed te wisselen, om zoveel boeken te lezen en zo welsprekend, temperamentvol en origineel te zijn als hij was. Ooit zouden beloftes in realiteit worden omgezet en zou hij een leven leiden dat recht deed aan zijn talenten en verlangens.'

 

Alex Jespers, auteur van een weergaloze succesroman maar inmiddels op zijn retour, beseft bij aanvang van deze vertelling dat het niet zal meevallen om uit te leggen hoe hij meer dan twintig jaar geleden verzeild raakte in een driehoeksverhouding met Jasper en Kristien Fielinckx – een broer en een zus die als tieners hun ouders bij een auto-ongeluk hebben verloren. Als die geschiedenis over liefde ging, waarover gaat de liefde dan? Nog moeilijker zal het zijn om te achterhalen wat de betrekkingen tussen hen drieën daarna zo grondig deed ontsporen. Met onuitwisbare gevolgen.

Niets van wat ik heb geschreven, vormt een bewijs voor welke waarheid dan ook, zo besluit Alex zijn veelgelaagde relaas. Maar het moest verteld worden. Het mocht niet onuitgesproken blijven. Het heet Liefde bij wijze van spreken.

'Ik zou niet kunnen zeggen wanneer deze geschiedenis in werkelijkheid van start is gegaan. Wellicht in de chemie van dieren of sterren die allang niet meer bestaan, ergens in het plasma van onvoorstelbaar verre tijden. Maar het is niet mijn taak dat uit te zoeken. Ik ben geen wetenschapper. Ik verwacht zelfs niet een verklaring te vinden voor wat er is gebeurd. Ik moet bescheiden blijven. Als ik terugdenk aan het verleden, zie ik geen licht - hooguit wat vonken in het duister van mijn eigen brein en dat van de andere betrokkenen, het patroon van dwaallichtjes dat we waren voor elkaar. We leefden, we dwaalden, en sommigen onder ons zijn intussen dood. Het verhaal dat ík daarvan kan maken, begint zo'n zesentwintig jaar geleden, op de laatste zaterdag van juni 1986, de dag waarop Jasper Fielinckx zijn beide ouders verloor.

Bezwaard door allerlei gedachten maar volstrekt onwetend van wat te gebeuren staat, betreedt hij vroeg in de ochtend het waas van dauw dat over het gazon ligt aan de voorkant van het ouderlijk huis. Het veerkrachtige gras masseert zijn voetzolen. Het frisse nat kruipt tussen zijn tenen. Terwijl hij langs de ligusterhaag loopt op de grens met de tuin van de buren, strijken restjes nachtelijke koelte over zijn armen. Een ekster die zijn staartpennen ergens aan is kwijtgeraakt, gaat in het geheel niet gebukt onder zijn gehavende voorkomen en hupt kwiek over het grasveld.
Het zijn details waar Jasper nauwelijks aandacht aan besteedt. Als zeventienjarige heeft hij wel wat anders aan zijn hoofd dan de bekoringen van een zomermorgen. Daar, boven een dak aan de overkant van de straat, hangt de vuurpijl van de zon, glinsterend in een bad van rimpelloos azuur. Mooi hoor, een explosie van waterstof honderdvijftig miljoen kilometer verderop en een heerlijk weertje hier op aarde, maar dat kan niet opwegen tegen de zwavelstorm die hem vanbinnen teistert.

Het gezin Fielinckx staat op het punt te vertrekken naar het redelijk prijzige maar niet overdreven mondaine badplaatsje aan de Ligurische kust, onder de westelijke oksel van Italië, waar het ook de voorbije jaren de zomervakantie heeft doorgebracht.
Vader en moeder, broer en zus hebben dus hetzelfde aantal kilometers voor de boeg, dat ze alle vier in dezelfde auto zullen afleggen. Niettemin staan man en vrouw, zoon en dochter heel verschillend tegenover dit jaarlijkse gebeuren.
Om te beginnen met de jongste: Jasper weet niet goed op wie hij de harpoen van zijn woede nu eigenlijk moet richten.
Op zichzelf, omdat hij er niet in geslaagd is zijn voornemen door te drukken om vanaf dit jaar niet meer mee op reis te gaan.
Op zijn moeder, voor wie het vaststaat dat de tijd nog niet rijp is en de noodzaak voorlopig onbestaande om iets te veranderen aan de gebruikelijke gang van zaken.
Op zijn vader, die het aan de fut of de fantasie ontbreekt om te snappen hoe dwingend voor een jongen van zijn leeftijd de redenen kunnen zijn om thuis te blijven.
Of op zijn zus, omdat ze, hoewel twee jaar ouder, hem helemaal niet voorgaat op het pad naar de vrijheid maar zich braaf neerlegt bij moeders wil. O ja, nu en dan laat ze een schamper geluid horen en doet ze alsof ze de situatie best komisch vindt. Het broertje en zijn rothumeur dat door de moeder zo nadrukkelijk wordt genegeerd dat het opvalt; de vader die zogenaamd geheel in beslag is genomen door de praktische kant van de reis. Kristien schijnt er allemaal de hilarische kant van in te zien. Maar Jasper ziet haar opgewektheid vooral als een blijk van machteloze volgzaamheid.

Een tafereel van een jaar geleden komt in hem op. Een grindstrook, een baai tussen de rotsen. Veel volk was er niet. Enkele families met kleine kinderen, niets wat hem ook maar enigszins kon boeien. Het turkooizen vlak van de Ligurische Zee verkreeg door wrijving met het strand een lage, lome welving waarvan de kristallen kam een moeizaam beetje aan hoogte won vooraleer om te slaan en zich op een helling van ronde kiezels te werpen. De golf werd voor een deel opgeslurpt door het grind, het overschot liep weer in zee, waar het energie verzamelde voor een volgende maar identieke zet in dit eindeloze spel.
Het leek of het slome ritme van de branding de bedoeling had zijn pols nog verder te vertragen. Maar iets in hem bleef zich verzetten. Alle kracht die hem restte, concentreerde zich in zijn blik. Hij stelde zich voor hoe de laserstralen van zijn ogen, door louter mentale energie gevoed, langs de lijn van de einder sneden en het blauw van de lucht scheidden van het blauw van de zee. Via de ontstane opening, vanuit een toekomst die voorbij de horizon lag, zou dan een golf komen aanrollen - geen golf van water maar een stuwing van durf en elan die zijn hart zou optillen en zijn leven vaart geven.
Ooit zou het ergens toe dienen om twee keer per week je haar te wassen en elke dag van ondergoed te wisselen, om zoveel boeken te lezen en zo welsprekend, temperamentvol en origineel te zijn als hij was. Ooit zouden beloftes in realiteit worden omgezet en zou hij een leven leiden dat recht deed aan zijn talenten en verlangens.
Hij zwoer, in alle stilte maar vervuld van plechtige ernst, dat dit de allerlaatste keer zou zijn dat hij met zijn ouders op vakantie was gegaan.'

 

© 2015 Yves Petry
© Foto auteur Stephan Vanfleteren

Uitgeverij De Bezige Bij

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum