De eerste zin van Alejandro Zambra's Bonsai, vertaald door Luc de Rooy

26 maart 2010
| | | |

Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 1975) kwam in 2006 de literaire wereld binnengestormd. Zijn eerste boek Bonsai ontving meteen de twee belangrijkste literaire prijzen in Chili, en werd vervolgens naar negen talen vertaald. Onlangs verscheen het als eersteling bij de nieuwe literaire uitgeverij Karaat. Luc de Rooy vertaalde de roman, en we vroegen hem om de eerste zinnen toe te lichten: ‘Aan het eind sterft zij en blijft hij eenzaam achter, al was hij eigenlijk al jaren voor haar dood, voor Emilia’s dood, eenzaam...’

Al final ella muere y él se queda solo, aunque en realidad se había quedado solo varios años antes de la muerte de ella, de Emilia. Pongamos que ella se llama o se llamaba Emilia y que él se llama, se llamaba y se sigue llamando Julio. Julio y Emilia. Al final Emilia muere y Julio no muere. El resto es literatura:
Aan het eind sterft zij en blijft hij eenzaam achter, al was hij eigenlijk al jaren voor haar dood, voor Emilia’s dood, eenzaam. Laten we aannemen dat zij Emilia heet of heette en dat hij Julio heet, heette en altijd zal heten. Julio en Emilia. Aan het eind sterft Emilia. En Julio sterft niet. De rest is literatuur:

Dat zijn de wonderschone eerste regels van Bonsai, die eindigen met een dubbele punt. Het is een alinea die verklapt hoe het verhaal afloopt: Emilia sterft, en Julio niet, én die laat zien wat Zambra’s manier van vertellen is. Want de lezer mag mét de verteller aannemen dat de hoofdpersonages Julio en Emilia heten (of heetten).

Daarmee heeft hij meteen de essentie van het verhaal te pakken: het gegeven dat Julio eenzaam achterblijft, na Emilia’s dood. En als de rest – het verhaal dat zich na deze alinea, na deze prachtig geplaatste dubbele punt ontvouwt – literatuur is, dan mag de lezer zelf invullen wat deze gegevens, de dood van Emilia, en Julio’s eenzaamheid, in dat geval dus zijn. De realiteit voor de verteller? Geen fictie? Er wordt geen antwoord op gegeven.

Zambra’s zinnen hebben in het vervolg van het verhaal een zelfde toon, een zelfde directheid, en doorlopend ritme (Arie Storm noemde het de Tros Nieuwsshow enthousiast ‘heel stijlvast’): brutaal, realistisch, maar zeer gestileerd. En waar in het Spaans al meer interpunctie in een tekst zit dan in het Nederlands, heeft de auteur de zinnen nóg meer ritme gegeven door met komma’s en opgeknipte zinnen te spelen.

In vertaling heb ik geprobeerd de overdaad van deze interpunctie, die in het Spaans wordt gebruikt naar de norm in Nederlandse teksten terug te brengen; in bijzinnen en bepalingen waar in het Nederlands een komma niet nodig is, heb ik die komma dan ook weggelaten. Maar ik heb wel geprobeerd het ritme van Zambra’s tekst vast te houden door ook met de interpunctie te werken. In deze eerste regels is zelfs met overleg een zin opgebroken in twee zinnen. ‘Aan het eind sterft Emilia. En Julio sterft niet.’ is in de oorspronkelijke versie één zin.

Zo komen we weer bij de plot: Emilia en Julio worden verliefd, heel verliefd, ‘fucken’ een tijdlang en gaan uit elkaar. En daarna volgt Zambra deze ‘geliefden’ terwijl ze al lang uit elkaar zijn: het levert een verhaal op dat tegelijkertijd schoonheid en tragiek laat zien. Want Julio en Emilia zullen nooit meer apart van elkaar door het leven kunnen. En vinden ze elkaar weer? Nee, verklapt Zambra al in de allereerste regel – ik plaats ze nogmaals: ‘Aan het eind sterft zij en blijft hij eenzaam achter, al was hij eigenlijk al jaren voor haar dood, voor Emilia’s dood, eenzaam.’

Luc de Rooy (1979), vertaalde Bonsai van Alejandro Zambra. Hij is tevens uitgever van Uitgeverij Karaat, waar Zambra’s werk wordt uitgegeven.

Foto © Alexandra Edwards

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum