De eerste zin van Gerbrand Bakkers Boven is het stil (The Twin), vertaald door David Colmer

19 april 2010
| | | |

Gerbrands Bakkers The Twin (Boven is het stil), in de vertaling van David Colmer, is genomineerd voor de IMPAC Dublin Literary Award (en werd al genomineerd voor de Oxford-Weidenfeld Translation Prize 2009 en de Best Translated Book Award 2010). Reden voor ons om Colmer te vragen de vertaling van die veelgeprezen eerste zin toe te lichten: ‘I’ve put Father upstairs.’

Ik heb vader naar boven gedaan.

Wat een geweldige eerste zin. Strak, gemeen, mysterieus, beloftevol. Uit dit zaadje gaat een briljante roman groeien. Dat voel je. Anders ben je er vreselijk ingestonken. In de eerste drie woorden zijn de twee hoofdfiguren voorgesteld. Deze Gerbrand Bakker komt meteen ter zake. Woorden vier en vijf: ‘naar boven’. En het boek heet Boven is het stil, dus dat ‘boven’ is meteen nóg dreigender. Dan komt het werkwoord, zoals goed vuurwerk betaamt, aan het einde: ‘gedaan’. ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Wat een afstand tot die vader. Hij is een object, iets wat de ikfiguur heeft weggezet. De verteller heeft dat vaderding gebracht naar de plek waar het stil is of wordt. En nu?

Zes woorden maar, één zinsnede. Die moet je kunnen vertalen, zou je denken, en vertalen is ook: het voor de hand liggende durven te pakken. Eerst de makkelijke woorden. ‘Ik’ wordt ‘I’. ‘Heb’ wordt waarschijnlijk ‘have’. ‘Naar boven’ wordt ‘upstairs’. Maar hier heb je meteen een grote misser in de eerste zin, want dat ‘upstairs’ komt niet terug in de Engelse titel. Jammer — maar de titel van een vertaling wordt door de buitenlandse uitgever bepaald, en zolang de vertaler of schrijver niet een grote is als Graham Greene (auteur van o.a. het beroemde telegram: ‘Easier to change publishers than title’) kun je alleen proberen ze over te halen.

‘Vader’ lijkt net zo makkelijk maar is het niet. ‘Vader’ komt veel vaker voor als aanspreekvorm in Nederland (en in de Nederlandse literatuur) dan ‘Father’ in Engelstalige landen, zeker in Engeland waar het een heel burgerlijke of extreem ouderwetse klank heeft. Vaak wil je het dan vertalen met ‘Dad’ of omzeilen met ‘my father’, maar de eerste is veel te amicaal voor dit boek en de tweede geen oplossing omdat ‘vader’ zo vaak voor komt. ‘Father’ dan (met een hoofdletter, geen verafgoding maar de normale Engelse schrijfwijze), toch makkelijk, maar voor mij blijft dit een vreemd element in het Engels, met een bijklank die goed past bij het tijdloos bestaan van de hoofdfiguur. Het geeft tegelijk aan dat het boek niet in Engeland speelt.

Blijft maar een woord over, ‘gedaan’, en hiervoor moet je een werkwoord vinden dat de vader gelijk stelt met een voorwerp zonder dat het onnatuurlijk of er ingepropt klinkt. Boers maar niet beurs, zeg maar. Ik kwam vrij snel op ‘put’, die niet alleen voor voorwerpen gebruikt wordt, maar ook voor mensen, bijvoorbeeld als je verschillende gasten tijdelijk moet verdelen over een huis. ‘I have put Father upstairs.’ Maar dan met een samentrekking om het minder plechtstatig te maken, een keuze die meteen bepalend is voor de stem van de hoofdfiguur en het boek.

I’ve put Father upstairs.

David Colmer schreef twee romans, in het Nederlands vertaald als Lew en Op de verkeerde plek. Hij vertaalde ook Annie M.G. Schmidt, Gummbah, Adriaan van Dis, Arthur Japin, Karel Glastra van Loon en Dimitri Verhulst. In het najaar verschijnt de Engelse vertaling van Nijhoffs Awater waar hij aan meewerkte. Hij ontving voor zijn vertaaloeuvre de NSW Premier's Prize and PEN Medallion.

Foto Gerbrand Bakker © Chris Pennarts

Delen op

€ 11,50
€ 13,95
€ 18,95
MINDBOOKSATH : athenaeum