De eerste zin van Louis Couperus' Eline Vere, vertaald door Ina Rilke

28 september 2010
| | | |

De onafwendbaarheid van het noodlot krijgt gestalte in de zwakke, overgevoelige en wankelmoedige Eline Vere, een meisje van stand, begaafd, maar niet in staat zich aan te passen aan het ‘banale leven’. Door haar angst voor de werkelijkheid verliest zij zich in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigd terugkomt. Het noodlot slaat langzaam maar onvermijdelijk toe. Ina Rilke vertaalde Louis Couperus' klassieke roman Eline Vere naar het Engels, en we vroegen haar om haar vertaling van de eerste zinnen toe te lichten: 'The dining-room, doing service as a dressing-room, was a hive of activity.'

Men verdrong zich in de, tot kleedkamer ingerichte, eetzaal. Voor een psyché stond Frédérique van Erlevoort, met los hangende haren zeer bleek onder een dunne laag poudre-de-riz, de wenkbrauwen als door een enkele penseelstreek zwarter getint.
The dining-room, doing service as a dressing-room, was a hive of activity. Before a cheval-glass stood Frédérique van Erlevoort, her hair loose and flowing, looking very pale under a light dusting of rice-powder, her eyebrows darkened with a single brushstroke of black.

Onvermijdelijk verlies in die allereerste compacte, veelzeggende zin: de eetzaal is een eetkamer geworden. Maar in tweede zin, met het ouderwetse ‘cheval glass’ (iets minder buitenissig dan psyché), de Franse voornaam (gekoppeld aan het voor de buitenlandse lezer chique ‘van’), en haar theatrale verschijning (met een ‘light dusting of rice powder’ i.p.v. een ‘dunne laag’), wordt het goed gemaakt. Wij zijn in een elegante omgeving, er wordt in de spiegel gekeken, er wordt geacteerd – de toon is gezet.

Eline zelf is opvallend afwezig in het eerste hoofdstuk. ‘What a shame Eline is not here,’ wordt gezegd, en ‘She is not feeling very well ... a question of nerves, apparently.’ Wij ontmoeten haar pas in het tweede hoofdstuk. (De zesentwintigjarige Couperus had dan ook net Anna Karenina gelezen, waar de hoofdpersoon ook pas later verschijnt.) Ze is jong, welvarend, mooi, behaagziek, verliest zich in romantische fantasieën, kan haar draai niet vinden, kwijnt weg, en sterft per ongeluk aan een overdosis morfine. Dat tragische verhaal zou ook vandaag geschreven kunnen worden, zij het in andere bewoordingen.

Eline Vere behoort beslist tot de meesterwerken van de fin-de-siècle literatuur, dankzij de schitterende stijl gecombineerd met vlijmscherpe observaties van menselijk gedrag. Maar Couperus is vaak extreem bloemrijk (meer dan zijn Engelstalige tijdgenoten), en de grootste uitdaging bij het vertalen was dan ook om een stijl en toon te vinden die de moderne lezer niet afschrikt als gekunsteld maar juist intrigeert door originaliteit en vaart.

Zijn syntaxis is vaak eigenzinnig, met neologismen en afwijkend idioom. Dat heeft een fris, energiek effect, ondanks de barokke krullen. Korte, werkwoordloze ‘moderne’ zinnetjes komen ook voor, maar vaak zijn er lange uitgebreide zinnen die hij uitspint tot torenhoge bouwsels van precaire grammatica en wankele beeldspraak, en toch komt hij er iedere keer mee weg. Dit soort spontane creativiteit is altijd heel lastig overtuigend over te brengen in vertaling – vertalen is nu eenmaal nooit spontaan, je moet voortdurend schipperen tussen ‘sound’ en ‘sense’. Wat het extra moeilijk maakt bij Couperus is dat de uitweg van parafraserend vertalen zo vaak wordt afgesloten doordat er zelfs in de explosies van purple prose juweeltjes van bondige, psychologische typeringen verstopt blijken te zitten.

Wat woordkeus betreft: woorden en uitdrukking die ná 1890 in het Engels ontstaan zijn heb ik vermeden, hetgeen, hoewel een aanzienlijke beperking - vooral in dialoog - het voordeel heeft dat het bijdraagt aan een zekere sfeer waarin de vaak geexalteerde emoties (er wordt heel wat afgesnikt – 92 keer!) een geloofwaardiger plaats krijgen. Verder heb ik mij qua register laten inspireren door schrijvers als Henry James en Edith Wharton, en door moderne Engelse vertalingen van laat negentiende eeuwse klassieken als Eça de Queiroz, Theodor Fontane, Leopoldo Alas, Tolstoy, Ibsen.

Ina Rilke werkte ruim twee jaar aan deze vertaling. De eerste recensie in de VS was lovend over 'this superb, albeit too little-known book'. (‘Pulitzer Prize-winning critic’ Michael Dirda in de Wall Street Journal, 24/7/2010). Rilke vertaalde eerder W.F. Hermans, Cees Nooteboom, Arthur Japin en Sijie Dai. Later dit jaar verschijnt haar vertaling van Hella Haasses Heren van de thee, The Tea Lords.

Delen op

€ 21,95
MINDBOOKSATH : athenaeum