Het eerste hoofdstuk van Erling Jepsens Met oprechte deelneming, vertaald door D. Grit en E.Koenders

15 maart 2010
| | | |

Onlangs verscheen de derde roman van Erling Jepsen, Met oprechte deelneming, over Allan, die al jaren geen contact meer heeft met zijn vader, die hem en zijn zus mishandelde en Allan verwijt dat hij daarover schreef. Nu is vader overleden, en Allan is niet op de begrafenis uitgenodigd. Diederik Grit en Edith Koenders vertaalden de roman, en we vroegen hen de titel van het eerste hoofdstuk toe te lichten: 'Dat-ding-voor-je-weet-wel'.

Den til at gøre det med
Dat-ding-voor-je-weet-wel

Nog voor je aan de eerste zin kunt beginnen, moet je soms een hoofdstuktitel vertalen. En je afvragen: waar verwijst de auteur eigenlijk naar? De oplossing staat in dit geval pas een kleine twintig pagina’s verderop. Margrethe, de bejaarde moeder van de hoofdpersoon, kijkt tv. Haar man is kort geleden gestorven en ze zoekt afleiding. Ze is half-Duits, en een leuk amusementsprogramma op de Duitse zender vrolijkt haar doorgaans enorm op. Ze zapt langs allerlei zenders, met de afstandsbediening in de hand. Ze denkt terug aan de avond een tijd geleden waarop haar man naar de afstandsbediening zocht die hij kort daarvoor nog op zijn schoot had, en legt uit hoe ze de afstandsbediening sindsdien ‘dat-ding-voor-je-weet-wel’ is gaan noemen.

Daar staat:

En aften [...] kiggede han ned i sit skød, for det var før hændt at han var kommet til at sidde på den. Mens han rodede rundt mellem benene, spurgte han Margrethe: Hvor er den til at gøre det med? Og hun var kommet til at grine, for det havde set ud som om det var noget helt andet han ledte efter.
Op een avond [...] keek hij naar zijn schoot, want hij ging er wel vaker per ongeluk op zitten. Terwijl hij tussen zijn benen graaide, vroeg hij: ‘Waar is dat ‘dat-ding-voor-je-weet-wel?’ En zij was in lachen uitgebarsten, want het klonk alsof hij heel wat anders zocht.

Het is duidelijk wat er bedoeld wordt, en ‘je-weet-wel’ leek ons het meest voor de hand liggend omdat het spreektaal is. Er gaat een zekere suggestie vanuit en iedereen snapt het meteen.
Dat we de naam Margrethe hebben weglaten, is geen slordigheid. Eigenlijk hebben we het origineel een tikje verbeterd, want dit stukje wordt verteld vanuit Margrethe en dan is het gebruik van haar naam onlogisch en overbodig.

De romans van Erling Jepsen zijn bedrieglijk eenvoudig geschreven. We maken slechts beperkt gebruik van woordenboeken en stoppen vooral veel energie en tijd in het kritisch bekijken van elkaars vertaling. Omdat het Deens en Nederlands zeer verwante talen zijn, is de kans groot dat je een te letterlijke vertaling maakt. Iets waar je aanvankelijk niet over na hoeft te denken, blijkt bij nader inzien best lastig. Het is het dan nét niet, en het grote voordeel van met z’n tweeën vertalen is, dat je het stuk tekst dat je zelf niet vertaald hebt, met frisse en scherpe blik kunt bekijken waardoor je vaak in één oogopslag ziet waar het aan schort. Ook foutjes, die in elke vertaling sluipen, haal je er bij de ander meteen uit doordat je meer afstand hebt tot het origineel.

We vertalen om en om een bladzijde of tien – de een bijvoorbeeld bladzijde 10 tot 20, de ander bladzijde 20 tot 30, enzovoort – die we vervolgens van elkaar corrigeren. Zo blijven we in het verhaal en stemmen we onze toon op elkaar af, zodat niemand zal kunnen merken dat er twee vertalers aan het werk zijn geweest.

Diederik Grit en Edith Koenders hebben in 2006 de eerste Amy van Marken-vertaalprijs gekregen voor hun gezamenlijke vertaling van Het gelukkige Arabië van Thorkild Hansen, van wie zij ook de roman Jens Munk hebben vertaald. Verder hebben ze werken vertaald van de Deense auteurs Søren Kierkegaard, Kirsten Hammann, Leif Davidsen, Hanne Vibeke Holst, Ida Jessen en de Noorse journaliste Asne Seierstad.

Diederik Grit is oud-docent aan de universiteit Kopenhagen en de vertalersacademie Maastricht en promoveerde in 1994 op een proefschrift over literaire betrekkingen tussen de Nederlanden en Scandinavië. Hij vertaalde naast werk van de bovengenoemde auteurs een roman van de Deen Mark Ørsten en de Noor Gunnar Kopperud.

Edith Koenders schreef samen met Adriaan van der Hoeven het Hans Christian Andersen sprookjeskookboek Geluksperen, roverballetjes en paradijskoekjes (2005). Verder heeft ze een selectie uit de dagboeken en brieven van Hans Christian Andersen Nooit rijk, nooit tevreden, nooit verliefd bezorgd voor Privé-Domein. Ook vertaalde ze naast de met Diederik Grit vertaalde romans werken van de Deense schrijvers Peter Høeg, Peter Adolphsen en Natascha Illum Berg, en verschillende korte verhalen voor literaire tijdschriften.
Sinds 2005 is ze recensent van de Volkskrant.

MINDBOOKSATH : athenaeum