De eerste alinea van Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj, vertaald door Aai Prins

05 juni 2012
| | |

In Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj vertelt Gogol het verhaal van twee boezemvrienden, Ivan en Ivan, die ruzie krijgen. Het slapstickachtige verhaal is grappig en venijnig tegelijkertijd – Laurel & Hardy ruim honderd jaar voor zij werden uitgevonden. Aai Prins vertaalde deze novelle uit het Russisch (en Alle verhalen en novellen in de Russische Bibliotheek, dat zojuist is verschenen). We vroegen haar om haar vertaling van de eerste alinea toe te lichten.

Gogol -ivan
De schitterende bekesja* die Ivan Ivanovitsj heeft! Formidabel! En dat astrakan! Allemachtig nog aan toe, wat een astrakan! Blauwgrijs met een laagje rijp! Ik wil er God weet wat onder verwedden dat niemand zulk astrakan heeft! Kijk nou toch, in hemelsnaam, vooral als hij met iemand blijft staan praten, kijk dan van opzij: om je vingers bij af te likken! Woorden schieten tekort: fluweel! Zilver! Vuur! Godallemachtig! Nikolaj de Wonderdoener, heilige man Gods! Waarom heb ik niet zo’n bekesja! Hij heeft hem indertijd laten maken toen Agafia Fedosejevna nog niet naar Kiev was geweest. U kent Agafia Fedosejevna? Diezelfde die de assessor z’n oor heeft afgebeten?

Heerlijk vind ik deze openingsalinea van Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj. Het is Gogol ten voeten uit: overdrijven, uitweiden en schermen met ‘overbodige’ details zoals het niet ondernomen reisje naar Kiev van de nog totaal onbekende Agafia Fedosejevna en het oor dat zij de assessor ooit afbeet. Gogol heeft vaak iets anarchistisch in zijn verhalen: hij kan verschikkelijk uit de bocht vliegen en talloze mussen van het dak laten vallen zonder dat dit enige relevantie heeft voor de verhaallijn. Het afgebeten oor van de assessor komt in het verdere verhaal niet voor, net zomin als de vermeende gewelddadigheid van Agafia Fedosejevna of haar bezoek aan Kiev.

Vertaaltechnisch leverde het fragment geen problemen op. De 'bekesja' waarvan sprake is, heb ik in een noot verklaard: 'Winterkaftan met plooien op de rug, langs kraag, mouwen, zakken en zoom afgezet met bont.' De 'Dikke Honselaar' geeft voor het lemma: 'bekesja (met bont gevoerde kozakkenjas)', dus daar had ik weinig aan, en in een eerdere vertaling zag ik dat de kaftan was gedegradeerd tot een ordinaire winterjas. De bekesja is een van oorsprong Hongaars kledingstuk, en de benaming doet ook in Russische oren wat exotisch aan, dus heb ik het woord in de vertaling laten staan. Bovendien is 'bekesja' geen tongbreker die de Nederlandse lezer niet zou aankunnen. Het was mooi geweest als bij een noot als deze ook een plaatje kon worden afgedrukt, maar zo gek krijg ik de uitgever natuurlijk niet.

Een bekesja:

Bekesjajpeg

Woorden die in Van Dale voorkomen laat ik in de regel gewoon staan, ook al zijn ze wat buitenissig, zoals in bovenstaande alinea 'assessor' en 'astrakan'.

Anders dan in het verhaal van de ruziënden Ivans, stuitte ik in de eerste verhalenbundel die in Deel I van Gogols Verzamelde werken zal worden opgenomen (Avonden op een hoeve nabij Dikanka) op realia die me voor veel meer problemen stelden. De verhalen, die zijn geschreven in het Russisch, spelen in de Oekraïne. Voor de couleur locale gebruikte Gogol voor tal van begrippen Oekraïense woorden, die hij in het Russisch getranscribeerd in de tekst zette. Omdat deze ook voor het Russische publiek niet altijd begrijpelijk waren, liet hij de verteller van de verhalen twee verklarende Oekraïens-Russische woordenlijsten in de bundel opnemen. Bij mijn weten zijn deze woordenlijsten tot op heden in vertalingen eenvoudig weggelaten, en alle 'oekrainismen' helemaal wegvertaald.

In mijn vertaling heb ik evenwel ook woordenlijsten opgenomen en daarin de Oekraïense woorden vervangen door bestaande begrippen uit voornamelijk zuidelijke dialecten, Vlaams en een snufje Duits, die de Nederlandse lezer soms wel en soms niet bekend in de oren zullen klinken. Daarbij heb ik veel gehad aan een dialecten-site met woordenlijsten van het Aalsmeers/Kuddelstaarts tot het Zwols. Ik vond het belangrijk om juist voor zuidelijke dialecten te kiezen, omdat het Oekraïens bij Russen vertrouwd overkomt en voor hen tegelijk iets zachts en gemoedelijks heeft (net als onze zuidelijke dialecten tegenover het ABN). Gelukkig ging het alleen om begrippen op lexicaal niveau en hoefde ik voor de dialogen van de personages niets te verzinnen, want dat zou niets geworden zijn. Oekraïense boertjes die Brabants praten – dat werkt alleen maar op de lachspieren. Door te kiezen voor een mengelmoes van dialecten, heb ik bovendien willen vermijden dat de verhalen op een concrete Hollands/Vlaamse locatie zouden worden vastgepind.

Hopelijk hebben mijn gepuzzel en gezwoeg iets opgeleverd wat in de buurt komt van een oorspronkelijke Gogol-leeservaring.

Aai Prins vertaalde eerder werk van Michail Bulgakov, A.P. Tsjechov, N. Tarasova, Vladimir Odojevski en Albert Kostenevich.

MINDBOOKSATH : athenaeum