De eerste zin en dialect uit Ilja Trojanows Smeltend ijs, vertaald door José Rijnaarts

08 maart 2012
| | | |

Wereldverzamelaar Ilija Trojanow neemt ons mee op reis naar Antarctica. Op dit meest zuidelijke continent komt het tot een krachtmeting tussen mens en natuur. De gletsjers in de Alpen smelten en Zeno, een gletsjeronderzoeker, verliest zijn baan. Tot overmaat van ramp loopt ook zijn huwelijk op de klippen. Omdat hij het ijs niet kan missen, wordt hij reisleider op een cruiseschip dat toeristen naar Antarctica brengt. José Rijnaarts vertaalde Ilja Trojanows voor de Europese Literatuurprijs genomineerde roman Smeltend ijs en licht de eerste zin, maar vooral haar omgang met Beiers dialect toe.

Es gibt keinen schlimmeren Alptraum, als sich nicht mehr ins Wachsein retten zu können.
De ergste nachtmerrie van ieder mens is dat je niet meer kunt ontsnappen door wakker te worden.

Een intrigerende zin. Je ligt te slapen, begint te dromen, en wat je in die droom beleeft, is zo akelig dat je ervoor op de vlucht slaat. Je schiet wakker, ligt nog even gedesoriënteerd te trillen, en beseft dan opgelucht dat het maar een droom was. Maar wat gebeurt er als die vluchtweg je wordt ontnomen? Dan blijf je vastzitten in de akelige gebeurtenissen, dan valt je nachtmerrie samen met de werkelijkheid.

Dat is precies wat Zeno, de hoofdpersoon in Smeltend IJs, overkomt. Toen Zeno als afgestudeerd geoloog wilde promoveren, droeg zijn promotor een gletsjer aan hem over, ‘een gearrangeerd huwelijk dat in de loop der jaren in een liefdesrelatie veranderde, alsof elke meting bevestigde hoe uniek hij was.’ Jarenlang observeert Zeno ‘zijn’ Alpengletsjer, tot hij op een dag, na een ziekbed van een half jaar, in plaats van een gletsjer een puinhelling aantreft. Het sterfproces van zijn gletsjer, dat al een tijd aan de gang was maar waarvoor hij de ogen sloot, heeft zich tijdens zijn afwezigheid in ijltempo voltrokken. De nachtmerrie waarin hij op een rots zit met een smeltende ijsklomp die aan zijn handen blijft plakken ‘tot mijn handen leeg zijn en er als aandenken alleen nog wat water van mijn vingers druipt’, is werkelijkheid geworden.

Valse vrienden

De vertaling van de eerste zin biedt volop stof tot overpeinzing. Bijvoorbeeld over ‘valse vrienden’, die bij vertalingen uit het Duits altijd op de loer liggen (‘sich retten’ betekent iets anders dan ‘zich redden’). Maar ik sta liever stil bij een ander vertaalprobleem. Dat Zeno inging op het aanbod van zijn promotor om glacioloog te worden, was geen wonder. Als kind werd hij door zijn vader op een dag mee naar de bergen genomen; het jongetje zag zijn eerste gletsjer en was verkocht. Onderweg in de auto praten vader en zoon Beiers met elkaar, alinea’s lang.

Beiers

Dialect vertalen: dé nachtmerrie van elke vertaler (en je kunt niet ontsnappen door wakker te schieten). Wat te doen? Het Beiers in gewoon Nederlands vertalen? Geen lezer die het merkt, maar voor de consciëntieuze vertaler een haast niet te verkroppen verlies. Het Beiers in een Nederlands dialect vertalen en de Beierse vader en zoon Brabants of Twents laten praten? Zoiets werkt meestal alleen maar op de lachspieren. De beste oplossing leek mij af en toe een zinnetje in het Beiers te laten staan. Daarna ga ik in gewoon Nederlands door, en voeg zonodig een paar woorden toe waaruit de betekenis van dat Beierse zinnetje blijkt. Twee voorbeelden:

— ‘Kim auffe,’ rief mein Vater. ‘Jetzt fahr ma in di Berg.’ Ich ging sofort hinauf.
—  ‘Kim auffe,’ riep mijn vader in ons Beiers dialect. ‘Jetzt fahr ma in di Berg.’ Naar de bergen! Ik liep meteen naar boven.

— ‘Ois is wia umdraht,’ erzählte ich nachher Mutter, ‘wia wenn a Dracha eiskoid schnaufa dad.’
– ‘Ois is wia umdraht,’ vertelde ik later mijn moeder, ‘alles lijkt omgedraaid, net een ijsdraak die op zijn rug ligt te snuiven.’

Van de vertaling nog even terug naar de strekking van het boek: een psychologische roman over een man die alles kwijtraakt, maar ook een tendensroman over de vervuiling van de aarde. Omdat hij het ijs niet kan missen, wordt Zeno na de dood van zijn gletsjer expeditieleider op een cruiseschip dat op Antarctica vaart. Zijn ervaring dat ook het laatste ongerepte gebied op aarde onherroepelijk door de mens wordt bezoedeld, leidt tot een nieuw schrikbeeld. In de ogen van de hoofdpersoon (en van de schrijver?) is de mensheid op weg naar een collectieve nachtmerrie waaruit zij niet meer zal kunnen ontsnappen: de teloorgang van Antarctica, en de funeste gevolgen daarvan voor de hele aarde.

José Rijnaarts vertaalde twee eerdere romans van Ilija Trojanow, waaronder De wereldverzamelaar. Ook vertaalde zij werk van Donald Antrim, John Banville, Joseph Boyden, R.K. Narayan, Heinrich Mann en vele anderen. Op het ogenblik vertaalt zij In tijden van afnemend licht van Eugen Ruge, dat in 2011 de Deutscher Buchpreis won.

MINDBOOKSATH : athenaeum