De eerste zin van William Faulkner, Absalom, Absalom!, vertaald door Bartho Kriek

25 augustus 2012
| | |

Thomas Sutpen is vijfentwintig jaar als hij arriveert in Jefferson, Mississippi, maar hij heeft dan al een heel leven achter zich. Hij is vast van plan een enorme plantage te stichten, evenals een geslacht met een voorname positie in de gemeenschap. Om dit te bereiken gebruikt hij zijn gedrevenheid, een Franse architect, een groep slaven uit Haïti en een enorme lap grond die hij van de indianen heeft afgetroggeld. Uit de modder verrijzen zijn dromen, totdat geheimen uit zijn verleden alles waar hij voor heeft gewerkt dreigen te vernietigen. Absalom, Absalom! is het creatieve hoogtepunt uit William Faulkners meesterlijke oeuvre. Bartho Kriek (Vertalersprijs 2011) licht de eerste zin toe.

From a little after two o'clock until almost sundown of the long still hot weary dead September afternoon they sat in what Miss Coldfield still called the office because her father had called it that - a dim hot airless room with the blinds all closed and fastened for forty-three summers because when she was a girl someone had believed that light and moving air carried heat and that dark was always cooler, and which (as the sun shone fuller and fuller on that side of the house) became latticed with yellow slashes full of dust motes which Quentin thought of as being flecks of the dead old dried paint itself blown inward from the scaling blinds as wind might have blown them.
Van even over tweeën tot tegen zonsondergang zaten ze die lange stille warme lome doodse septembermiddag in wat juffrouw Coldfield nog steeds het kantoor noemde omdat haar vader het zo genoemd had – een schemerige warme benauwde kamer waarvan de zonneblinden allemaal al drieënveertig zomers dicht en vastgezet waren omdat iemand toen ze nog een meisje was geloofd had dat licht en bewegende lucht warmte meevoerden en dat duisternis altijd koeler was, en waarin (terwijl de zon almaar voller op die kant van het huis scheen) een rooster ontstond van schuine gele spleten vol stofjes waarvan Quentin zich voorstelde dat het deeltjes waren van de verweerde oude uitgedroogde verf van de bladderende latten, naar binnen geblazen zoals de wind zou hebben kunnen doen.

De hitte en de gebeurtenisloosheid van het heden buiten zijn een ideale aanloop naar de verbijsterende, wijdvertakte ontdekkingstocht in het verleden die gaat volgen. Meteen al is er die gloedvolle, gospelachtige woordenstroom. Dan is er de spanning tussen verleden en heden, symbolisch vertaald in schemerduister en licht, de spanning tussen het meisje Rosa van toen, waar de jonge Quentin aan moet denken, en de nu oude juffrouw Rosa, die als een fossiel alle haat en verdriet van haar versie van het verhaal van drieënveertig jaar geleden in zich heeft geconserveerd.

En verder is er Quentin, die grote delen van het verhaal al tot in details kent, die via het traliewerk van de zonneblinden het licht van de aldoor brandende zon ziet binnendringen, het licht van het heden, evenals de stofjes van de oude afgebladderde verf, symbool van de verweerde en verwaaide wereld van toen, en die voorvoelt, net als de lezer dan nog onbewust, dat dat oude vrouwtje het heden niet lang meer zal kunnen buitensluiten en er dus zaken aan het licht gaan treden en gaan gebeuren die rechtstreeks uit dat verre verleden voortvloeien. 

Bartho Kriek vertaalde eerder werk van Paul Auster, Kazuo Ishiguro, Philip Roth, Isaac Basevic Singer en Laozi. Op zijn website barthokriek.nl staat onder andere een minicursus Faulkner vertalen.

MINDBOOKSATH : athenaeum