Eerste zin van Esi Edugyan, Speel voor mij het lied van de dood, vertaald door Catalien van Paassen

06 december 2012
| | |

Parijs, 1940. De nazi's arresteren een jonge jazzmuzikant, Hieronymus Falk. Hij groeide op in Duitsland, maar hij had geen recht op identiteitspapieren omdat hij een Mischling is, een halfbloed. De musici in zijn band, voornamelijk zwarte, Amerikaanse muzikanten, waren juist het racisme van hun eigen land ontvlucht om vervolgens te ontdekken dat ook Berlijn zich in de jaren dertig tegen hen keert. Ze vluchten naar Frankrijk, maar in Parijs groeit de onderliggende spanning naast de dreigende oorlogssfeer. Als Sid, de bassist van de band, jaloers wordt op Hieronymus vanwege een vrouw, bereiken ze een punt van destructief wantrouwen. Speel voor mij het lied van de dood (Half-Blood Blues) van Esi Edugyan is een buitengewoon boeiende roman over muziek, vriendschap, herinnering en verhalen vertellen. Wij vroegen vertaalster Catalien van Paassen een toelichting te geven op haar vertaling van de eerste zin.

Chip told us not to go out. Said, don’t you boys tempt the devil. But it been one brawl of a night, I tell  you, all of us still reeling from the rot – rot was cheap, see, the drink of French peasants, but is stayed like nails in your gut. Didn’t even look right, all mossy and black in the bottle. Like drinking swamp water. 
We mochten van Chip niet naar buiten. Jullie mogen de duivel niet verzoeken, zei hij. Maar het was een heftige nacht geweest, we waren nog daas van de rot – die was goedkoop, snap je, de wijn van Franse boeren, maar hij priemde als spijkers in je buik. Hij zag er niet eens lekker uit, zo mossig en zwart in de fles. Alsof je moeraswater dronk.

Drie zwarte jazzmannen, Chip, Sid en Hiero, hangen lamlendig in een Parijs’ appartement, wachtend op visums om de stad te kunnen ontvluchten nadat de nazi’s er zijn binnengetrokken. Chip en Sid komen oorspronkelijk uit Baltimore en hebben veel in Berlijn gespeeld; Hiero, ‘de kid’, komt uit het Rijnland, maar heeft ‘het oude Baltimore in z’n bloed’. Wat spreken ze met elkaar? Baltimore-straattaal, doorspekt met Duitse woorden omwille van Hiero.

Hoe vertaal je Baltimore-straattaal uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw? Niet door er Nederlands dialect van te maken, bijvoorbeeld plat Amsterdams; dat zou misplaatst zijn. Ook niet door de herhalingen in het zwarte slang (‘I ain’t got no money’) maar domweg over te nemen (‘ik heb niks geen geld’), want dat klinkt gekunsteld en gaat bovendien irriteren. Voor dit soort slang bestaat geen Nederlands equivalent. Je moet het dan hebben van sfeer, toon en ritme. Ik heb geprobeerd het zangerige van dit Engels over te brengen in het ritme van het Nederlands, wel in spreektaal, maar verre van plat. Het hielp dat ik veel naar countrybluesplaten uit de jaren dertig luister. Daar staan niet alleen zingende, maar soms ook pratende artiesten op. Die hebben voor mij de romanpersonages een stem gegeven. Ik heb me bij het vertalen zo goed mogelijk door die stemmen laten meevoeren. Een voorbeeld:

Jazz. Hier in Duitsland was het inmiddels iets wat nog erger was dan een virus. We waren allemaal verdomde vlooien, wij negers en Joden en ander tuig, die alleen maar dat laag-bij-de-grondse lawaai wilden spelen en onschuldige blonde kindertjes tot verdorvenheid en seks verleidden. Het was geen muziek, het was geen buitenissigheid. Het was een plaag die door de vreeswekkende zwarte horden werd gebracht en door de Joden was bedacht. Wij negers, wij zijn er maar half schuldig aan – we kunnen er niks aan doen, snap je. Wilden hebben nou eenmaal een natuurlijk gevoel voor schunnige ritmes en geen noemenswaardige zelfbeheersing. Maar de Joden, man, díe hebben die oerwoudmuziek met opzet bedacht. Het hoort allemaal bij hun grote plan om de Arische jeugd te verzwakken, z’n vrouwen te bezoedelen, z’n bloed aan te lengen.

Catalien van Paassen vertaalde eerder werk van Bettina Stangneth, Kevin Dutton en Eva Stachniak.

 

Auteursportret © Stephen Price

Delen op

€ 18,95
€ 7,99
MINDBOOKSATH : athenaeum