De docent aan het woord: Bernard Kruithof (Algemene Sociale Wetenschappen)

21 augustus 2013
| | | | | | | | | |

Athenaeum Boekhandel verkoopt de studieboeken voor verschillende studies aan de HvA en UvA. Een van die studies is Algemene Sociale Wetenschappen, en dr. Bernard Kruithof doceert daar diverse vakken. Wij vroegen hem naar zijn vakgebied, het brede scala aan vakken dat hij geeft – van De staat en de mensen tot Wereldliteratuur – en uiteraard naar zijn favoriete (vak)literatuur: van Jared Diamond en Jona Oberski tot The New York Review of Books.

‘De studie Algemene Sociale Wetenschappen, voorheen Gedrag en Samenleving, is een product van de bestuurlijke hervorming van de faculteit gedragswetenschappen – de samenvoeging van de faculteiten psychologie, sociologie etcetera – en van een ouder interdisciplinair ideaal. Alle sociale wetenschappen kenmerken zich door het feit dat ze bezig zijn met de vraag "wat beweegt mensen?". Daarbij hebben politicologen, psychologen, antropologen en sociaal geografen allen een andere invalshoek, en zijn deze vakgebieden steeds meer van elkaar losgezongen. Toch gaat het er steeds om hoe mensen hun leven inrichten. Tegenover deze enorme toegenomen specialisatie en kokervisie van de verschillende afdelingen, is Algemene Sociale Wetenschappen ontstaan.

Bindingen

Ik geef het vak De staat en de mensen aan Bèta-Gamma-studenten. Vanuit het idee dat je als bètawetenschapper van veel meer dingen dan enkel van je eigen vakgebied kennis zou moeten hebben, wordt daarmee een inleiding geboden in het sociaalwetenschappelijk metier. Voor dat vak gebruik ik Samenlevingen. Inleiding in de sociologie van Nico Wilterdink en Bart van Heerikhuizen, dat breder is dan de titel doet vermoeden: er zijn verschillende hoofdstukken geschreven door niet-sociologen.

Het thema van het boek is de manier waarop mensen bindingen met elkaar hebben. Daarvoor worden vier categorieën onderscheiden: politiek, economisch, affectief en cognitief. Interessant is dat hierbij niet enkel wordt gekeken naar de grotere verhoudingen tussen groepen in de samenleving, maar ook naar de persoonlijke relaties van mensen. Het werk biedt dus meer dan enkel ofwel een sociologische, ofwel een psychologische verklaring van menselijk gedrag. Mede daardoor is het een hele interessante inleiding voor geïnteresseerden in het bredere vakgebied; het is een studieboek, maar het leest gemakkelijk weg.

Grote lijnen van de wereldgeschiedenis

Het vak Guns, Germs and Steel: The Fates of Human Societies is vernoemd naar het klassieke werk van Jared Diamond, in het Nederlands uitgegeven als Zwaarden, paarden en ziektekiemen [e-book]. Geprikkeld door zijn verblijf in Papoea-Nieuw-Guinea vraagt de auteur zich af waarom het ene land wel, en het andere land geen exporteerbare goederen produceert. Dat leidt tot het klassieke probleem van "the rise of the West": waarom zijn sommige landen zich blijven ontwikkelen, waar anderen nooit verder zijn gekomen dan een samenleving van jagers en verzamelaars? In de negentiende eeuw was de oplossing duidelijk: het Westen was op allerlei vlakken superieur aan alle anderen. Die verklaring is inmiddels niet meer houdbaar.

Het is, zo meent Diamond, niet de superioriteit van mensen, maar de superioriteit van organisatie, die heeft geleid tot de huidige verhoudingen. De titel slaat op de oorzaken die hier volgens Diamond toe hebben geleid: guns, geweren die de mens uit het Westen sterker maakten, germs, resistentie tegen ziektekiemen die westerlingen een voordeel gaven in de kolonisatie, en steel, de rol die ijzer en staal spelen in de versnelde ontwikkeling.

Het is een fascinerend boek: in veel disciplines zijn mensen steeds meer gespecialiseerd geraakt, ze weten steeds meer van steeds minder. Diamond is juist iemand die van buitenaf komt, die kijkt naar de grote lijnen van de wereldgeschiedenis: hij onderzoekt de ontwikkelingen in de afgelopen vijftienduizend jaar die hebben geleid tot de huidige verhoudingen. Daarmee spreekt het boek de interesses van (beginnende) studenten aan – "hoe zit de wereld in elkaar?" – en probeert het hier ook een verklaring voor te geven.

Boekwaardig

Daarnaast geef ik het vak Wereldliteratuur, waarin we een canon van de moderne literatuur behandelen: we lezen fragmenten uit zeven romans, waaronder Herman Melvilles Moby Dick [e-book | Engelse editie], Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd [De kant van Swann | Du côté de chez Swann], Kafka’s De gedaanteverwisseling [Die Verwandlung] en Fjodor Dostojevski's Misdaad en straf. Ook komt het minder canonieke Kinderjaren [e-book] van Jona Oberski ter sprake, ter illustratie van de ingewikkelde verhouding tussen werkelijkheid, geschiedenis en literatuur. Kinderjaren vertelt het verhaal van een gezin dat naar een concentratiekamp wordt afgevoerd, vanuit het perspectief van een kind, dat verbijsterd rondkijkt naar de gruwelijkheden om hem heen. Juist omdat het zo eenvoudig geschreven is, wordt het beeld van de Tweede Wereldoorlog verantwoord: niet langer als iets over een abstracte zes miljoen slachtoffers, maar het wordt iets tastbaars.

Nieuw dit jaar is dat we Terry Eagletons How to Read Literature gebruiken om een theoretische onderlaag te leggen. Hij behandelt leuke vragen: wat is een hoofdpersoon? Wat is een plot? Hoe zit het met eerste zinnen? Op die manier ga je weer anders naar boeken kijken. Bovendien is het werk absoluut niet dogmatisch, ondanks Eagletons affiniteiten met het marxisme.

En, tot slot, mijn all time favorite: The New York Review of Books (verkrijgbaar bij het Athenaeum Nieuwscentrum). Eigenlijk zou iedereen een abonnement moeten hebben; het is een heel interdisciplinair blad, dat gaat over politiek, kunst, wetenschap en poëzie. Robert B. Silvers en Barbara Epstein richtten het in de jaren zestig op met het uitgangspunt intelligente mensen leesbare artikelen te laten schrijven over boeken, vaak buiten hun eigen vakgebied. Nog steeds levert dat elke twee weken een blad op dat vol staat met prachtige stukken, zelf op hun beurt boekwaardig.’

MINDBOOKSATH : athenaeum