De eerste zin van Michel Laubs Overal en altijd weer, Diario da queda, vertaald door Harrie Lemmens

15 november 2013
| | | | |

Een grootvader die Auschwitz overleefd heeft, een vader met Alzheimer en een zoon die tijdens zijn bar-mitswajaar getuige is van een bizar ongeluk op school. Overal en altijd weer is het verhaal van drie generaties Braziliaanse Joden die elk op hun eigen manier het verleden verwerken. Hun verhaal gaat over simpele en tegelijkertijd ingewikkelde vragen, die altijd opkomen bij iemand die het wel en wee van zijn familie in ogenschouw neemt. Waarom is de wereld zoals hij is? Waarom hebben mensen elkaar lief en waarom haten ze elkaar?

Overal en altijd weer [e-book] is de vijfde roman van de Braziliaanse schrijver en journalist Michel Laub (Porto Alegre, 1973). Laub won met zijn werk diverse prijzen, en wordt gezien als een van de meest getalenteerde jonge Braziliaanse auteurs. Nu inmiddels zelfs de filmrechten voor het boek al verkocht zijn waren wij benieuwd naar de totstandkoming van de Nederlandse vertaling. Vertaler Harrie Lemmens vertelt over de eerste zin.

Een herinnering als gevangenis

Overal en altijd weer begint op de dag waarop de grootvader aankomt in wat voor hem het beloofde land is nadat hij Auschwitz heeft overleefd. Welke kant het opgaat, wordt er meteen als het ware ingeramd door de openingszin. Eigenlijk zijn het er twee, maar de eerste punt is een stilistische opmaat en kun je ook als een komma lezen:

Meu avô não gostava de falar do passado. O que não é de estranhar, ao menos em relação ao que interessa: o fato de ele ser judeu, de ter chegado ao Brasil num daqueles navios apinhados, o gado para quem a história parece ter acabado aos vinte anos, ou trinta, ou quarenta, não importa, e resta apenas um tipo de lembrança que vem e volta e pode ser uma prisão ainda pior que aquela onde você esteve.
Mijn grootvader praatte niet graag over het verleden. Wat niet vreemd is als je bedenkt, en daar gaat het hier om, dat hij Jood was en dat hij naar Brazilië is gekomen op een van die schepen vol met slachtvee, mensen voor wie de geschiedenis op hun twintigste, of dertigste, of veertigste, dat doet er niet toe, afgelopen lijkt te zijn en voor wie alleen nog maar een soort herinnering overblijft die steeds terugkeert en misschien nog wel een ergere gevangenis is dan die waar je in hebt gezeten.'

Historische tegenwoordige tijd

Deze korte roman gaat over de gevolgen van Auschwitz, niet over Auschwitz zelf, en dat maakt Laub duidelijk halverwege de zin, als hij van de verleden tijd overstapt op de tegenwoordige tijd. Het gaat hier om vee, om willoze slachtoffers van sterkere machten, om mensen die niet zelf beslissen over wat ze doen, maar die slechts naar een slachtbank kunnen sjokken. Omdat de verbinding van vee met leeftijden, dus personen, in het Nederlands stroever zou verlopen dan in het Portugees het geval is, heb ik het vee bij de schepen getrokken en vervolgens 'mensen' toegevoegd, een mijns inziens toelaatbare ingreep omdat het de toch al verspringende en dus extra aandacht vergende zin iets versoepelt. Dat je met versoepelen echter moet oppassen, blijkt uit een andere ingreep, die ik later teniet heb gedaan. In het Portugees wordt veel meer dan in het Nederlands gebruik gemaakt van de historische tegenwoordige tijd, om het verhaal te verlevendigen. Schrijvers als José Saramago wisselen de verleden en tegenwoordige tijd vaak om de twee zinnen af, waar je in het Nederlands veel eerder zou kiezen voor een van beide vormen. Om die reden veranderde ik de tweede helft van de openingszin als volgt:

'Mensen voor wie de geschiedenis op hun twintigste, of dertigste, of veertigste, dat doet er niet toe, afgelopen leek te zijn en voor wie alleen nog maar een soort herinnering overbleef die steeds terugkeerde en misschien nog wel een ergere gevangenis was dan die waar ze in hadden gezeten.'

Zo staat de zin ook in de aanbiedingstekst van Anthos en hij klinkt logischer en loopt vloeiender, omdat het vee dat aankomt in Brazilië nader beschreven wordt.

Ambiguïteit

'Maar nee,' dacht ik tijdens het lezen van de drukproef, 'dat kan niet.' Niet alleen de variatie in vertelwijze gaat zo verloren, maar ook, veel belangrijker, de ambiguïteit die in Laubs formulering ligt. Een doodzonde, want is ambiguïteit niet een van de belangrijkste kenmerken van literatuur? En dus keerde ik terug naar de oorspronkelijke vertaling, waardoor de tweede helft van de openingszin zowel kan gaan over de concrete mensen op de bomvolle schepen, het vee, als over het soort mensen waartoe zij behoren, namelijk mensen met een traumatische ervaring die hun leven beheerst en waarvan ze zich niet kunnen bevrijden, hoezeer ze ook worstelen tegen de zin- en uitzichtloosheid. Zoals de vader en de zoon uit Overal en altijd weer, de indirecte slachtoffers van Auschwitz. Wat nog eens extra benadrukt wordt door het gebruik van 'je', dat het algemene dan weer bijna persoonlijk maakt. De mens is te klein, overal en altijd weer.

Harrie Lemmens studeerde Nederlands in Nijmegen. Hij woonde en werkte achtereenvolgens in Oost-Berlijn, Lissabon, Nijmegen, Brussel en Almere en vertaalde proza en poëzie uit het Duits, Engels, Spaans en vooral Portugees, o.a. van Pessoa, Saramago, Lobo Antunes en João Ubaldo Ribeiro. In 2006 kreeg hij de vertaalprijs van het Nederlandse Fonds voor de Letteren.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum