De eerste zin van Rosa Liksom, Coupé no. 6, vertaald door Annemarie Raas

07 maart 2013
| | | |

In deze meesterlijke vertelling delen een jonge Finse studente en een Rus met wodka en knoflook in zijn koffer een coupé van de Transsiberië Express. Dagenlang zijn de twee tot elkaar veroordeeld.Terwijl in ritmisch proza het landschap van Moskou tot Ulaanbaatar in Mongolië voorbijglijdt, zijn we getuige van een ontmoeting tussen twee passagiers die volslagen vreemden voor elkaar zijn.De jonge vrouw ontvlucht de coupé bij elke tussenstop, maar als de trein weer op gang komt rest haar niets dan naar de brute verhalen van de man tegenover haar te luisteren. Hij heeft een aantal jaren gevangen gezeten voor moord en is voor zijn werk op weg naar een bouwplaats in Siberië. Zij heeft op haar beurt haar geliefde achtergelaten in Moskou en gaat prehistorische rotstekeningen bekijken in Ulaanbaatar. Tegen alle verwachtingen in zoekt ze haar coupégenoot op als ze Mongolië eenmaal hebben bereikt. We vroegen vertaalster Annemarie Raas om de vertaling van dit voor de Europese Literatuurprijs genomineerde boek toe te lichten.

Moskova painautui maaliskuun kuivassa pakkasillassa kyyryyn, suojeli itseään jäisen, punaisena laskevan auringon kosketukselta.
Moskou maakte zich op voor een droge maartse vriesnacht, zocht bescherming tegen de ijzige zon, die roodgekleurd onderging.

Zelden zal een eerste zin zo typerend zijn geweest voor de rest van het boek, zowel stilistisch als inhoudelijk. Stilistisch, omdat een groot deel van het verhaal bij uitstek uit dit soort beschrijvingen bestaat: van landschappen, steden, mensen, dieren, machines, voedsel, fabrieken. Het zijn rijke, beeldende beschrijvingen, waarin alle zintuigen van de lezer worden bediend: er is stank, kabaal, alomtegenwoordige kou, een oneindig kleurenpalet en de onvolprezen sovjetkeuken met al haar komische onvolkomenheden. Inhoudelijk, omdat Liksom met behulp van al die zintuiglijke waarnemingen een beeld schetst van een Sovjetrijk in ontbinding, nuchter en met veel oog voor detail en kennis van het onderwerp. Zo maakt ze de reis voor de lezer tot een bijna fysieke belevenis.

Landschappen

Een van mijn favoriete technieken die ze daarbij gebruikt is die van het groter of kleiner wordende perspectief:

‘Als je de stad vanuit westelijke richting naderde, leek Krasnojarsk gigantisch. Hij strekte zich uit tot aan velden, bossen en over ravijnen. Hij knaagde de reusachtige rotsblokken glad die de ijstijd daarheen had gemikt en legde op zijn reis naar het oosten de rivieren droog. Hij maakte dorpen met de grond gelijk en liet wolkenkrabbers van beton het levenslicht aanschouwen. Een sappig bos ging over in kaalslag, de kaalslag in een bouwterrein, het bouwterrein in een buitenwijk, de buitenwijk versmolt met het centrum.’

Je ziet het voor je, kijkend vanuit het venster van de trein: eerst in de verte een homogene massa die alleen als stad te herkennen is omdat alle andere landschappelijke elementen nog te nietig zijn op die afstand. Dan, hoe dichter je de stad nadert, de eerste flats die langzaam maar zeker zichtbaar worden, groeien. En ten slotte de stad zelf die ontstaat, zoals alle steden ontstaan: natuur maakt plaats voor de eerste tekenen van menselijke activiteit, die zich steeds verder uitbreidt en uiteindelijk overheerst. Van sappig bos tot centrum.

Deze landschapsbeschrijvingen zijn belangrijker dan de plot. Eigenlijk gebeurt er niets, ondanks het feit dat er van alles gebeurt. De Fins archeologiestudente Anna wil naar Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië, om daar een aantal beroemde rotstekeningen te aanschouwen. Haar medepassagier in coupé nummer 6 is een onbehouwen Moskouse metaalarbeider die in Mongolië werkt. De man heeft weinig respect voor vrouwen, Joden, Stalin en niet-Russische Sovjetvolkeren, en trakteert Anna steeds opnieuw op onomwonden kut-lul-en-neukenretoriek. Anna zelf spreekt gedurende de hele reis geen woord.

Op de tussenliggende stations stapt Anna uit, om – al dan niet in gezelschap van de Rus – de betreffende steden te verkennen. Liksom grijpt die uitstapjes aan om een beeld te schetsen van het late Sovjettijdperk, van een land waarin niets meer functioneert zoals het oorspronkelijk was bedoeld en iedereen roeit met de riemen die hijzelf in elkaar heeft moeten flansen van de laatste verroeste, versleten en verrotte materialen die nog beschikbaar zijn.

Noem haar maar Anna

Het was geen lastig boek om te vertalen, al begon het met een existentieel probleem: in het Fins heeft Anna geen naam, maar wordt naar haar verwezen met ‘tyttö’, ‘het meisje’. In het Fins is het niet ongebruikelijk om volwassen vrouwen met ‘meisje’ aan te duiden, maar in het Nederlands denk je dan al snel aan een kind. Hoe dus een simpel woord als dat te vertalen? ‘De vrouw’ klonk te oud, ‘de jonge vrouw’ geforceerd, zeker omdat het woord ‘tyttö’ veelvuldig wordt herhaald. Natuurlijk kun je dergelijke herhaling in het Nederlands met behulp van persoonlijke voornaamwoorden reduceren (in het Fins kan dat niet, want dat heeft geen afzonderlijke persoonlijke voornaamwoorden voor ‘hij’ en ‘zij’), maar toch voelde ‘de jonge vrouw’ niet goed. Hetzelfde gold voor ‘de studente’; dat klonk afstandelijk, en legde te veel de nadruk op het feit dat ze studeert, wat in het boek een bijzaak is.

De oplossing werd door Rosa Liksom zelf aangedragen, tijdens een vertaalseminar in Helsinki: ‘Als “het meisje” niet kan, dan geef je haar toch gewoon een naam? Weet je wat, noem haar maar Anna!’ Probleem opgelost.

Voor het overige waren er weinig obstakels. Liksoms uitbundige vocabulaire, gecombineerd met het ritme van een voortdenderende trein dat ze haar zinnen heeft meegegeven, maakte het vertalen van dit boek tot een groter plezier dan ik had verwacht. Het is typisch zo’n boek waar je alleen maar meer waardering voor krijgt naarmate de vertaling vordert. Dat is niet altijd het geval, omdat je als vertaler nu eenmaal met iedere tekortkoming van de brontekst te maken krijgt. Maar Coupé no 6 bleek een feest van woordenrijkdom, en het was een leuke uitdaging om ook in het Nederlands zo’n rijdende trein in zinnen te vatten: nu eens in het gelijkmatige kedeng kedeng van een voegenspoor, dan weer schuddend over hobbelige rails, remmend, stilstaand, vaart makend en weer verder. En dat alles bij voorkeur zonder dat het geforceerd klinkt, vertaald. Ik hoop dat dat gelukt is.

Annemarie Raas vertaalde eerder werk van Arto Paasilinna en Riikka Pulkkinen, jeugdboeken van Siri Kolu, en thrillers van Matti Rönkä.

Auteursportret © Pekka Mustonen

Delen op

€ 18,50
€ 15,95
€ 5,00
€ 7,99
€ 7,99
MINDBOOKSATH : athenaeum