De eerste zinnen van Goran Petrovic, Villa aan de rand van de tijd, vertaald door Roel Schuyt

17 mei 2013
| | |

Het lijkt een buitenkansje voor Adam, een student aan de filosofische faculteit van Belgrado die een baantje heeft als corrector: hij krijgt van een raadselachtige man de opdracht een oud boek te bewerken. Er staat een vorstelijke vergoeding tegenover. Maar wanneer Adam begint te lezen, overkomt hem iets ongelooflijks: plotseling bevindt hij zich midden in de imaginaire wereld van het boek. Een wereld rondom een fraaie villa, die de schrijver in de jaren twintig en dertig als een briefroman voor zijn geliefde bij elkaar fantaseerde, toen bleek dat zij elkaar konden ontmoeten in de boeken die ze gelijktijdig lazen. Maar dan wordt er een moord gepleegd. Roel Schuyt vertaalde Goran Petrovic' Villa aan de rand van de tijd, en wij vroegen hem de eerste zinnen toe te lichten.

Villa aan de rand van de tijd van Goran Petrovic vond ik een geweldig boek om te vertalen, en ik heb me tijdens het werk eraan geen moment verveeld. Het sprankelt van humor en ironie, kent talloze poëtische momenten zonder pretenties of zwaarwichtigheid en is doortrokken van een integere liefde voor Servië en de hoofdstad Belgrado door de jaren heen en voor al het lief en leed alsmede het wel en wee dat het leven daar met zich meebrengt.

De originele titel betekent: Detailhandel ‘De gelukkige hand’ of ‘In de gelukkige hand’. Dat was een winkeltje in Belgrado. Verdwenen, maar niet vergeten, net als de door een fraai park omgeven villa die Anastas S. Branica in de jaren dertig met louter literaire middelen optrekt voor zijn Franse geliefde Nathalie Ouville. Het is vanwege deze voor het boek zo belangrijke villa dat de Duitse editie als titel kreeg: Die Villa am Rande der Zeit. In navolging daarvan kwam de Nederlandse vertaling Villa aan de rand van de tijd te heten. 

Een taal met twee alfabetten

De eerste alinea geef ik hier weer in cyrillisch en Latijns schrift, de tweede alleen in de Latijnse versie:

De eerste zinnen van Goran Petrovic, Villa aan de rand van de tijd
Het was een zin in het Servisch. Net als alle andere overigens. Met de hand gezet. In cyrillische letters. Tussen de regels door schemerde de achterkant van het papier. En dat papier, oorspronke­lijk volmaakt wit, was hier en daar vergeeld door de van alle kanten opdringende tijd…
Terwijl de raadselachtige man wachtte tot de jongeman de eerste pagina van het boek had be­keken, deed hij alsof hij rondkeek in het kantoor, een sinds lang niet meer gewit kamertje aan het einde van een smal toelopende gang. Dit vertrek voor algemeen gebruik, niet groter dan een benauwd hokje, bevatte slechts een bijna afgeschreven rollende archiefkast waarvan de sloten meerdere malen waren opengebroken, een staande kapstok, twee wan­kele krukjes, een bureau en een pot met de armetierige stengel van een citroenplant. Het bureaublad, met beschadigde randen en een dun, sleets laagje politoer, was net groot genoeg voor de zes vooroorlogse delen van het Woordenboek van de Matica Srpska, een naoorlogse uitgave van het Orthografisch Woordenboek en een stapel vers gedrukte krantenteksten die de afgelopen week waren verschenen.

Het aardige van de beginalinea is, dat deze ook van toepassing is op de roman zelf: hij is geschreven in het Servisch en gedrukt in cyrillische letters. Voor een tekst in het Russisch, Wit-Russisch en Oekraïens, of in het Macedonisch en Bulgaars, zou zo’n mededeling volstrekt overbodig zijn: in die talen gebruikt men niets anders.

Het unieke van het Servisch is echter dat cyrillisch en Latijns schrift in de praktijk gelijkwaardig zijn. Het cyrillische schrift (dat in de negentiende eeuw door Vuk Karadžic werd hervormd) staat niet alleen voor nationalisme, maar ook voor een eerbiedwaardige, oude nationale en orthodox-christelijke traditie die de Serviërs met onder andere de Russen, Bulgaren en Macedoniërs verbindt. En uiteindelijk met de Grieken en het Byzantijnse rijk. Het Latijnse alfabet delen de Serviërs met de Zuidslaven die van oudsher geen cyrillisch gebruiken en hun spelling in de negentiende eeuw naar de inzichten van Ljudevit Gaj hervormden op basis van het Tsjechisch (de , š en ž) en Pools (de ).

Het boek dat de student Adam Lozanic, ‘honorair redacteur’ van het tijdschrift Onze mooiste plekjes, zo nauwgezet bestudeert, is Anastas’ vooroorlogse, in boekvorm gepubliceerde beschrijving van de villa en het park. De raadselachtige man en zijn snibbige echtgenote – vertegenwoordigers van de post-Joegoslavische elite? – willen maar één ding: dat Adam het boek zo zal herzien dat het aan hun behoeften zal voldoen, wat neerkomt op een volledige aanpassing en annexatie, en dat ten koste van de weinige lezers die nog een exemplaar hebben en erin verblijven of ronddwalen. De beide echtelieden zullen echter niet op hun wenken worden bediend…

Tussen de regels vertalen

De eerste twee zinnen vertaalde ik als ‘Het was een zin in het Servisch. Net als alle andere overigens.’ In feite had ‘Kao i druga, uostalom’ ook kunnen (of zelfs moeten) worden weergegeven als ‘Net als de tweede overigens’, want ‘i druga’ is vrouwelijk enkelvoud, net als ‘recenica’ – ‘zin’. Het beeld van ‘de overige’ sprak me blijkbaar meer aan. De imaginaire heren Mravojebic en Cepidlakovic – Mierenneuker en Haarklover – zouden het me natuurlijk als een fout aanrekenen…

De twee laatste zinnen van de eerste alinea luiden letterlijk vertaald: ‘Langs / achter de regels liet zich de afdruk van de achterkant van het papier zien. Oorspronkelijk volmaakt wit, was het papier plaatselijk vergeeld door de van overal aankomende tijd...’ Ik gaf ‘achter / langs de regels’ weer als  ‘tussen de regels door’. Het zinsdeel ‘liet zich de afdruk van de achterkant van het papier zien’ veranderde ik in ‘schemerde de achterkant van het papier’. Dat leverde uiteindelijk op: ‘Tussen de regels door schemerde de achterkant van het papier’.

De tweede zin, die begint met ‘Oorspronkelijk volmaakt wit, was het papier …’ koppelde ik anders, om hem te laten aansluiten op de voorafgaande zin: ‘En dat papier, oorspronke­lijk volmaakt wit, was…’ Het laatste stuk van de zin – ‘was plaatselijk / hier en daar vergeeld…’ kon vrij goed in de oorspronkelijke opbouw bewaard blijven. Zodat de eindversie werd: 'En dat papier, oorspronke­lijk volmaakt wit, was hier en daar vergeeld door de van alle kanten opdringende tijd…'

Verleden tegenwoordige tijden

De eerste zin van de tweede alinea luidt in letterlijke vertaling: ‘Wachtend tot de jongeman de beginpagina van het boek had bekeken / bekeek, hield de raadselachtige man zich zogenaamd bezig met het bekijken van het kantoor, een sinds lang niet gewit vertrek achterin / op de bodem van de trechter van de gang.’

Het zinsdeel ‘de raadselachtige man’ haalde ik naar voren om de zin soepeler te laten lopen. Het deelwoord ‘wachtend’ verving ik door de bijzin ‘terwijl … wachtte’, en het eerste gedeelte werd ‘Terwijl de raadselachtige man wachtte…’

Het volgende zinsdeel: ‘da mladic osmotri pocetnu stranicu knjige,...’ betekent letterlijk ‘tot / dat / opdat de jongeman de beginpagina van het boek bekijkt’. De vorm ‘osmotri’ is qua vorm een tegenwoordige tijd, en dan nog een die tegelijk de voltooiing van een handeling uitdrukt, een soort passé défini of aoristus in een niet-verleden vorm. De in de Slavistiek gebruikte technische term luidt ‘perfectief’. Toch moeten we de vorm in onze zin – op grond van de in het Nederlands geldende regels van tijdgebruik in hoofd- en bijzin – vertalen als een verleden tijd: ‘had bekeken’, en de hele constructie wordt ‘tot … had bekeken.’

Tot slot zette ik de ‘beginpagina’ om in ‘de eerste pagina’.

Een trechtervormige gang

Dan volgt de hoofdzin: ‘hield … zich zogenaamd bezig met het bekijken van’. In veel Slavische talen wordt vaak een van een werkwoord afgeleid substantief gebruikt waar wij eerder een persoonsvorm zetten.  Dat was hier naar mijn smaak ook het geval, reden waarom ik de zinsnede aanpaste tot ‘deed hij alsof hij rondkeek in…’, waarbij het ‘zich bezighouden met’ moest sneuvelen.

Aan het eind van de zin staat letterlijk ‘de trechter van de gang’, wat in het Nederlands naar mijn idee niet werkt als een adequaat beeld – of het had een metafoor als onderdeel van een gedicht moeten zijn. Vandaar mijn keus voor ‘de smal toelopende gang’. Ik had er eventueel ‘de trechtervormig toelopende gang’ van kunnen maken, maar daar kwam ik op de moment niet op, en het is maar de vraag of het ook een betere keus zou zijn geweest.

Het Servische ‘u dnu’ betekent letterlijk:’ in de bodem’, denk aan het Franse ‘au fond du corridor’ of ‘au fond du cour’ als je in een restaurant naar het toilet vraagt. Dan moet je door de gang naar achteren – of zelfs de binnenplaats oversteken.

Met al die aanpassingen werd het eindresultaat: 'Terwijl de raadselachtige man wachtte tot de jongeman de eerste pagina van het boek had be­keken, deed hij alsof hij rondkeek in het kantoor, een sinds lang niet meer gewit kamertje aan het einde van een smal toelopende gang.'

Zo ging ik voort. Werkwoorden, naamvallen, zinsopbouw, kleine nuanceverschillen met andere Slavische talen – er kwamen behoorlijk wat vertaaltechnische kwesties op mijn pad. Maar, zoals gezegd, bij zo’n boek levert dat ook veel plezier op. 

Roel Schuyt is slavist. Hij vertaalde verder werk van Ismail Kadare, Danilo Kis, Lojze Kovacic en Dubravka Ugresic.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum