De eerste zinnen van Pío Baroja, Caesar of niets, vertaald door Frans Oosterholt

20 juni 2013
| | | |

Caesar of niets begint in Rome, waar César Moncada, cynisch en sceptisch maar ook briljant en ambitieus, het mechanisme van de macht tracht te doorgronden. Onder protectie van zijn invloedrijke oom kardinaal Fort hoopt hij in de voetsporen van Cesare Borgia te treden en steun te vinden voor zijn machiavellistische levenswerk. Na de Romeinse leerschool keert hij terug naar Spanje om de scepter te zwaaien over Castro Duro, een slaperig provinciestadje dat door César uit de lethargie wordt gewekt. Als een Nietzscheaanse held schakelt hij koelbloedig de ene na de andere vijand uit. Het grootste gevaar komt echter niet van zijn politieke tegenstrevers maar van Amparito, een lieftallig meisje dat zijn kille hart weet te ontdooien.

Pío Baroja y Nessi (San Sebastián, 1872 - Madrid, 1956) is de belangrijkste romancier van de Spaanse Generación del 98, waartoe onder andere ook Unamuno en Valle-Inclán behoren. Baroja speelt met zijn gigantische oeuvre een centrale rol in de hedendaagse Spaanse letteren. Het meest kenmerkende facet van zijn meer dan zestig romans is de eigenzinnige stijl: direct, zonder opsmuk, wars van effectbejag. Caesar of niets, verschenen in 1910, is het eerste deel van Baroja's trilogie ‘De steden’, die nu door Menken Kasander & Wigman Uitgevers voor het eerst in Nederlandse vertaling wordt uitgebracht. Wij vroegen vertaler Frans Oosterholt om een toelichting bij zijn werk.

Lo individual es la única realidad en la naturaleza y en la vida. La especie, el género, la raza, en el fondo no existen; son abstracciones, modos de designar, artificios de la ciencia, síntesis útiles, pero no absolutamente exactas.
Het individuele is de enige realiteit in de natuur en in het leven. De soort, de stam, het ras, bestaan in wezen niet; het zijn abstracties, manieren om de dingen te benoemen, hulpmiddelen van de wetenschap, nuttige synthesen, maar niet volkomen exact.

De eerste zin van Caesar of niets levert geen problemen op. In het Nederlands staat er letterlijk hetzelfde als in het Spaans. De tweede zin is problematischer. Hij begint met drie begrippen die nauw aan elkaar verwant zijn. De betekenissen van especie en género dekken elkaar goeddeels. Género humano en especie humana betekenen allebei 'menselijk ras'. En daarna nog een keer ras, dat wordt wat veel.

Een mogelijke vertaling zou zijn: 'De soort, het geslacht, het ras'. Maar het Nederlandse woord 'geslacht' zal door veel lezers worden opgevat als 'sekse', en dat lijkt me niet de bedoeling, want daarvan kunnen we moeilijk zeggen dat het een abstractie is die in wezen niet bestaat.

Een betere vertaling zou zijn: 'De soort, het type, het ras.' Het probleem is dat het Nederlandse woord 'ras', zeker zoals het heden ten dage wordt opgevat, veel beperkter is dan wat Baroja onder raza verstaat. In het nawoord bij het tweede deel van Baroja's triologie 'Ras', Stad in de mist, heb ik daarover geschreven:

'Ik ben geïnteresseerd in rassen,' schreef Baroja in zijn memoires, 'bij mensen en bij dieren.' Zijn opvatting van het begrip menselijk ras is heel ruim. De neurasthenische constitutie van Andrés Hurtado in De boom der kennis valt eronder, en het flegmatische temperament van dokter Iturrioz; Baroja's afstamming, zeven achtste Bask en één achtste Langobard; Latijnen, Germanen, Joden; Duitsers, Engelsen, Fransen: karakters, typen, stammen, naties... Op het eerste gezicht lijkt het een vergaarbak, maar bij nadere beschouwing zijn ze allemaal terug te voeren op het eerste lid van Taines triade: race, milieu, moment.

Het woord 'ras' is bij Baroja sterk etnisch gekleurd. Aangezien de volksaard van de Spanjaarden een belangrijk thema is in zijn werk, en met name in Caesar of niets, leek het me toepasselijk het begrip género te vertalen als 'stam'.

Een belangrijk thema van Caesar of niets is de spanning tussen het individu en het collectief. Volgens Baroja is de Spanjaard een verstokte individualist, op het anarchistische af. Het Spaanse 'ras' kent dan ook, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitsers, geen collectief streven. Als Spanje ooit wil opstoten in de vaart der volkeren, moet het volgens Baroja zijn lot in handen leggen van een sterke man, een verlichte despoot zoals César Moncada, de held van Caesar of niets.

Wat deze roman laat zien is hoe bepaalde politieke overtuigingen, die in de rest van de eeuw zouden leiden tot een hoop ellende, in de eerste jaren van de twintigste eeuw op betrekkelijk argeloze wijze geformuleerd werden. En dat maakt het tot een onthullend document.

Op de site van Menken Kasander & Wigman Uitgevers is een fragment uit Caesar of niets te lezen.

Frans Oosterholt heeft Spaans en Algemene Literatuurwetenschap gestudeerd en vertaalt Spaanse en Catalaanse literatuur van onder andere Pío Baroja, Josep Maria de Sagarra, Narcís Oller, Álvaro Pombo en Benito Pérez Galdós. Het nawoord dat hij bij Caesar of niets schreef, is hier te lezen.

Delen op

€ 24,50
€ 24,50
€ 24,50
€ 22,50
€ 24,50
MINDBOOKSATH : athenaeum