De eerste zin van Het Paradijs van Andrea Hanna Hünniger door Jan Bert Kanon

14 februari 2013
| | | | |

Andrea Hanna Hünnigers Das Paradies. Meine Jugend nach der Mauer, genomineerd voor de Europese Literatuurprijs, is vertaald naar het Nederlands. Hünniger vertelt over de jaren negentig in Oost-Duitsland. Haar generatie kent de DDR alleen uit de verhalen over vroeger, haar deel van het land ervaart de Duitse eenwording als een kaalslag, een rooftocht, een uitholling. Bijna ongemerkt voor Hünniger, destijds vijf jaar, is in 1989 de Berlijnse Muur gevallen en de nieuwe werkelijkheid ingetreden. Maar wat heb je aan een grote supermarkt als je ouders toch geen snoep voor je kopen? 'De beelden van euforie zijn de beelden van anderen.' Wij vroegen vertaler Jan Bert Kanon om de vertaling van de eerste zin toe te lichten.

Ein Indianer besteigt einen Hügel, strauchelt, hält sich an Grasbüschel und Wacholderbüschen fest.
Een indiaan beklimt een heuvel, struikelt en houdt zich vast aan graspollen en jeneverbesstruiken.

De indiaan zet zich, boven aangekomen, schrap tegen de wind, slaat zijn ogen op en ziet de zon opkomen. Even later gaat hij op de rails liggen, zijn hoofd op een kussen.  ‘Zo is het goed, zo kun je lang blijven liggen.’

Indiaan op de rails.

Niet alleen de eerste zin, de hele eerste alinea intrigeert. Een indiaan die kennelijk een kussen met zich meesleept en het zich gemakkelijk maakt, óp de rails van een spoorlijn die na de Wende weer in gebruik is genomen, zoals verderop wordt verteld. De lezer kan dan eigenlijk wel weten dat dit geen echte indiaan is, maar een verklede indiaan, een kind nog. En hij beseft tegelijkertijd dat deze scène gruwelijk zal eindigen en dat de rest van dit boek niet zonder meer een vrolijke beschrijving van een onbekommerde jeugd in de jaren na de DDR zal zijn.

Dit is het paradijs

Na deze eerste indringende alinea zwenkt de camera als het ware naar het grote plein in de wijk, waar een grote supermarkt feestelijk wordt geopend en de schrijfster een meisje is dat ons laat zien waar ze opgroeit. Dit is de supermarkt, dit is mijn moeder en dat mijn vader (die is ziek), dit zijn de flats, dat doen de bewoners van de flats voor de kost, daar, in ‘het paradijs’, spelen we altijd. En ’s morgens gaan alle kinderen in een indianenpak naar school.

Sandwichformule

De schrijfster hanteert in dit eerste hoofdstuk van Het paradijs de sandwichformule: in de laatste anderhalve alinea keert de indiaan van het begin terug in het verhaal en sluit het hoofdstuk af. Florian heet hij, een jongen van veertien die altijd opperhoofd was. Zijn bonte hoofdtooi lag naast het spoor toen hij werd gevonden. ‘Toen de ICE naar München over hem heen reed, plofte het kussen uit elkaar en vlogen de veren het paradijs in.’

Vertalersuitdagingen

Toen ik het boek voor het eerst las, voelde ik al snel aan waar ik als vertaler vooral op moest letten: de vertelster is nog een meisje, de schrijfster een jonge vrouw –  en de vertaler is een man van in de vijftig uit een heel andere wereld. Dan moet je extra op je qui-vive zijn. Je hoeft niet op je knieën te gaan, maar je moet je wel proberen in te leven in de wereld van dat meisje.

Een andere moeilijkheid – of liever: uitdaging – was de vertaling van veelvoorkomende DDR-realia: wat zijn ABM-ler, en is een Plattenbauviertel een doodnormale flatwijk, of moet je hem nader definiëren? Ik hoop dat ik dit soort vragen adequaat heb opgelost. ABM-ler waren overigens burgers die na de opheffing van de DDR in de werkverschaffing terechtkwamen en onder meer ook de perken en gazons onderhielden rond de flats waar Andrea  woonde.

Jan Bert Kanon vertaalde verder onder anderen Max Bentow, Mirko Bonné, Klaus Kreisers, Rolf Lappert, Peter Stephan Jungk, Michael Theurillat, Silvia Bovenschen en Erich Kästner.

Delen op

€ 22,95
€ 9,99
€ 10,00
MINDBOOKSATH : athenaeum