De eerste zin van Paul Harding, Enon, vertaald door Lidwien Biekmann

09 januari 2014
| | | |

Enon is de tweede roman van de Amerikaanse schrijver Paul Harding. Zijn debuut, Tinkers (Kwikzilver, vertaald door Jan Fastenau en bekroond met de prestigieuze Pulitzer Prize) speelt in het fictieve stadje Enon in New England en gaat over George Crosby en zijn familie. Zijn kleinzoon, Charlie Crosby, is de hoofdpersoon van Hardings tweede roman, een aangrijpend verhaal over een jonge vader die zijn vrouw en zijn dertienjarige dochter kwijtraakt, waarna hij bijna zichzelf verliest in een zwervend bestaan vol drugs. Vertaler Lidwien Biekmann verklaart de eerste zin.

Geen melodrama

Al in de eerste paar zinnen van Enon wordt duidelijk waar dit boek over gaat:

Most men in my family make widows of their wives and orphans of their children. I am the exception. My only child, Kate, was struck and killed by a car while riding her bicycle home from the beach one afternoon in September, a year ago. She was thirteen. My wife, Susan, and I separated soon afterward.
De meeste mannen in mijn familie laten hun vrouw als weduwe en hun kinderen vaderloos achter. Ik ben daarop de uitzondering. Mijn enige kind, Kate, werd aangereden en overleed toen ze op een middag in september, een jaar geleden, van het strand naar huis fietste. Ze was dertien. Mijn vrouw, Susan, en ik zijn kort daarna gescheiden.

Harding waagt zich met deze korte, zakelijke zinnen meteen als een acrobaat op het slappe koord, en wij, zijn lezers, houden de adem in. Want schrijven over een ouder die zijn kind verliest is levensgevaarlijk: één verkeerde beweging en het wordt melodrama. Je wilt als lezer niet het gevoel krijgen dat de auteur op een goedkope manier emotie wil persen uit iets dat zo tragisch is als de dood van een kind.

Benevelde zwerftocht

Maar sentimenteel of ongeloofwaardig wordt het nergens, hoe aangrijpend en vreemd dit boek ook is. Harding beschrijft een jaar uit het leven van de hoofdpersoon, Charlie, die alleen achterblijft nadat zijn dochter is verongelukt en zijn vrouw hem heeft verlaten. Dat het een vreemd jaar wordt, vermoed je al wanneer hij op een van de eerste bladzijden uit wanhoop met zijn vuist dwars door een muur slaat en acht botjes van zijn hand breekt. Hij krijgt in het ziekenhuis zware pijnstillers, waar hij aan verslaafd raakt en die hij in combinatie met veel drank blijft gebruiken, ook als de pijn in zijn hand allang over is.

Wat volgt is een benevelde zwerftocht van een jaar waarin hij probeert zijn dochter terug te krijgen: hij haalt herinneringen aan haar op en gaat steeds wanhopiger op zoek naar een manier om een gat in de werkelijkheid te slaan en haar terug te halen uit de dood. Zijn nachtelijke zwerftochten door Enon en zijn vreemde hallucinaties zijn prachtig beschreven. En hoe merkwaardig zijn gedachten en fantasieën ook zijn, ze zijn geloofwaardig, niet alleen doordat je weet dat zijn realiteitsbesef schuilgaat onder een deken van drank en medicijnen, maar ook omdat ze de kern raken van waar het om gaat: het verlangen naar zijn kind en de woede over wat het leven kan aanrichten.

Drie struikelblokken

De eerste zin van dit boek – ‘Most men in my family make widows of their wives and orphans of their children’is kort en vrij zakelijk, en zou dus gemakkelijk te vertalen moeten zijn, maar er zitten drie struikelblokken in. ‘De meeste mannen in mijn familie maken weduwen van hun vrouwen/maken hun vrouwen tot weduwen,’ lijkt een goede vertaling, alleen maken we in het Nederlands wel slachtoffers, maar doorgaans geen weduwen of wezen. Dat moet dus anders: ‘De meeste mannen in mijn familie laten hun vrouwen achter als weduwen en hun kinderen als wezen.’

Daarmee zijn we er nog niet. Hoewel Amerikaanse mannen niet polygaam zijn als ze wives hebben, zijn Nederlandse mannen met vrouwen dat wel. Dat moet dus enkelvoud worden: ‘De meeste mannen in mijn familie laten hun vrouw achter als weduwe en hun kinderen als wees.’

Dan is er nog een derde probleem: een orphan is een kind dat één of (meestal) beide ouders heeft verloren, maar een Nederlandse wees heeft echt helemaal geen ouders meer. Om te voorkomen dat de oplettende lezer vermoedt dat de vader voordat hij stierf eerst nog snel zijn vrouw tot slachtoffer heeft gemaakt, zouden we dus eigenlijk van een halve wees moeten spreken. Maar ja, een halve wees is weer niet zo mooi en doet bovendien denken aan een halve zool. Moeten we de hele zin niet omgooien?

Tot de dood ons scheidt

‘De meeste mannen in mijn familie sterven eerder dan hun vrouw en kinderen.’

Met deze zin zijn we wel van het probleem af, maar wordt het kind met het badwater weggegooid: alle romantiek is eruit en de aandacht komt heel ergens anders te liggen dan in de brontekst, namelijk bij het sterven van de vader in plaats van het achterblijven van zijn vrouw en kind. Dat is niet de bedoeling. Andere opties: ‘De meeste mannen in mijn familie laten een vrouw en kinderen achter.’ Maar ik alleen een kat, hoor ik de lezer denken. ‘De meeste mannen in mijn familie laten hun vrouw en kinderen achter.’ En gaan ervandoor met de buurvrouw? ‘De meeste mannen in mijn familie laten na hun dood hun vrouw en kinderen achter.’ Maar ik neem ze mee in mijn graf?

Uiteindelijk koos ik voor deze oplossing, die misschien nog steeds niet ideaal is, maar het origineel volgens mij het beste benadert: ‘De meeste mannen in mijn familie laten hun vrouw als weduwe en hun kinderen vaderloos achter.’

Nog ingewikkelder

Verderop in het boek, als de hoofdpersoon verstrikt raakt in zijn hallucinaties, worden de zinnen steeds langer en ingewikkelder. Harding schrijft soms zinnen van een halve bladzijde, die echter nooit gekunsteld aandoen, maar een poëtisch beeld geven van Enon, van het mooie leven dat Charlie met zijn dochter had, maar ook van de gruwelijke werkelijkheid waarin hij plotseling is terechtgekomen en waarin hij zijn weg moet zien te vinden. Een voorbeeld: als hij jeugdherinneringen ophaalt aan een nacht kamperen in de tuin van een vriendje, vertelt hij dat hij zich voorstelde dat het nachtelijk koninkrijk waarin hij met zijn vriendjes rondzwierf bij het ochtendgloren als een soort kartonnen uitklapboek weer werd dichtgevouwen. De jongens kruipen in hun tentje uit vrees te zullen verdwijnen in een Achterbergiaans ondergronds geburchte (waar hij later, na de dood van zijn dochter, juist voortdurend als een Orpheus naar op zoek gaat):

You could almost hear it folding itself back up just ahead of the sunrise, outside the nylon walls of the tent. We were careful never to be outside when it disappeared, in case one of us tripped on an overturning corner and was gobbled down into the throat of that old earth, into the cross sections of years and centuries and generations, folded up into the curled layers of prehistoric winters and antique summers where we had no business being after dawn, and getting coughed back up into the right night onto the right front lawn might be a one in a million or even slighter chance, and the rest of us finding a rope in Peter Lord’s garage and lowering it into the eons and lassoing our friend and hauling him back up through the constellated gears and pinions of eras and epochs was something we couldn’t get a grasp on, couldn’t plumb, didn’t have whatever tool, whatever rare sextant or theodolite was required for sighting the lines along which we could pull him back to the here and now without him being hoisted from the ground a dead Puritan or quadruped fossil.

Dergelijke zinnen vergen gepuzzel van weer een heel ander kaliber, maar het zou wat te ver voeren om dat hier allemaal uit de doeken te doen. Ik zou zeggen: koop het boek, dan komt u het resultaat vanzelf tegen.

Lidwien Biekmann studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Groningen en is sinds 1993 literair vertaler. Ze vertaalde werk van o.a. Margaret Atwood, Dave Eggers, Barbara Kingsolver, Rachel Kushner, Yiyun Li, David Sedaris, en Jeanette Winterson.

Delen op

€ 22,50
€ 9,99
€ 17,95
€ 9,99
€ 12,50
MINDBOOKSATH : athenaeum