De eerste zinnen van Franzens Het Kraus-Project, vert. Nelleke van Maaren en Barber van de Pol

04 februari 2014
| | | | | | | |

Karl Kraus (1874-1936) wordt in de Duitstalige wereld beschouwd als een van de belangrijkste twintigste-eeuwse schrijvers, maar in de rest van de wereld is hij veel minder bekend. Kraus was een van de populairste satirici in de nadagen van de Oostenrijks-Hongaarse Donaumonarchie, en zijn stukken over de Duitse en Oostenrijkse politiek en pers behoren tot de beste van de essayistiek van zijn tijd.

Jonathan Franzen, die zelf enkele jaren in Duitsland woonde, ontdekte Kraus' werk en vertaalde een paar essays, omdat ze subliem geschreven zijn en veel zeggen over onze eigen tijd.

Maar dit boek bevat niet alleen een vertaling; juist voor de lezer van nu wisselt Franzen Kraus' teksten af met zijn eigen, meesterlijke en vaak hilarische commentaar. Waar Kraus fulmineerde tegen de industrialisering van de maatschappij en de manipulatie door de Weense media, is Franzen niet bang om onze eigen tijd van de nodige kritiek te voorzien.

We vroegen Barber van de Pol, die samen met Nelleke van Maaren tekende voor de vertaling, de eerste zinnen toe te lichten.

Vertaalpijn? Nee, ook niet bij Het Kraus-project.

Ik voel niks voor het woord ‘vertaalpijn’, evenmin als voor het zogenaamde ‘vertalersverraad’. Er is een tekst die hopelijk uit vrije keuze is doorgrond en daar maak je in je vertolking het beste van. Talen verschillen; je springt in het tussengebied en ziet hoe er iets anders en toch hetzelfde van komt, your way. Hoe onmogelijker hoe fijner, want dan moet de eigen creativiteit extra worden ingezet. Eigenlijk zijn vermeend moeilijke teksten zoals vormgebonden poëzie het makkelijkst want dan wordt er per definitie afgebroken en weer opgebouwd. Je hebt die vorm, die dient als plechtanker.

Het minst zwierig lijkt mij het vertalen van filosofische teksten, waarin begrippen zo nauw luisteren dat er weinig eer aan te behalen valt. Dat is eerder exclusief academisch werk, meestal. Alle lof voor de Mark Wildschutten en Hans Driessens die er toch iets van maken.

¾ Franzen en ¼ Kraus

In Het Kraus-project (Jonathan Franzen, 2013) is sprake van twee totaal verschillende maar wel bij elkaar horende teksten. Franzen becommentarieert in het Engels twee ruim honderd jaar oude cultuurkritische essays van het Oostenrijkse icoon Karl Kraus, die uiteraard in het Duits schreef. Deze essays staan er ook in; de verdeling is ongeveer ¾ Franzen en ¼ Kraus. In feite vergelijkt Franzen onze wereld met die van Kraus en sluit hij zich op veel punten bij Kraus’ kritiek op verloedering, vervlakking en vercommercialisering aan, een boeiende parallel.

Franzens stijl is los, aanschouwelijk en persoonlijk en wanneer je de associaties maar herkent is hij een feest om te vertalen. Het is spannend en passant Nederlandse termen te zoeken voor eigentijdse, beladen begrippen als cool en harsh en voor een enkele nog niet ingeburgerde digi-term. Bij zoiets leef ik op.

Puntigheid in overtuigend Nederlands

Het was Kraus die verreweg het moeilijkst was. Die reputatie heeft hij ook, hij is notoir ingewikkeld, het lijkt soms wel Tacitus, maar hij heeft ook de reputatie van een groot satiricus en een eersteklas aforisme-schrijver. Zijn werk was niet nieuw voor me. Net als zovele anderen bewonder ik al jaren zijn dwarsheid en scherpte. Het was niet niks om te proberen zijn puntigheid in overtuigend Nederlands te behouden zonder te versimpelen of zinnen op te splitsen of iets dergelijks. Dat is 0 x gebeurd. Van het ritme van een auteur blijf je af; het is zijn stem of adem, de muziek van zijn wezen.

Nu had Franzen al voor een Engelse vertaling van Kraus gezorgd (die staat in de Amerikaanse uitgave). Dat scheelde en dat hij zich daarbij soms vergiste behoeft geen betoog. Fouten zijn betrekkelijk en horen bij het vuur van welk scheppend proces ook. Ook een oorspronkelijk auteur is niet foutloos en als hij het wel is, pleit dat niet per se voor hem. (Dit zou Kraus misschien niet met me eens zijn, al was hij zeker niet kleinzielig.)

Zwei Richtungen geistiger Unkultur: die Wehrlosigkeit vor dem Stoff und die Wehrlosigkeit vor der Form. Die eine erlebt in der Kunst nur das Stoffliche.
Twee oriëntaties in de geestelijke onbeschaafdheid: onmacht jegens inhoud en onmacht jegens vorm. De ene ervaart bij kunst alleen het onderwerp.

  • ‘Unkultur’ – fantastisch woord, maar ‘oncultuur’ zou een misplaatst neologisme zijn. Het moest iets normalers zijn.
  • ‘Richtungen’? Het Nederlandse ‘richting’ heeft iets bevindelijks en viel uiteindelijk toch af.
  • ‘Stoff’ en ‘Stoffliche’ zijn altijd moeilijk om te vertalen, zoals ook in het commentaar wordt opgemerkt, en er moest al meteen worden gevarieerd met ‘inhoud’ en ‘materie’, maar wat geeft het. Alles is een kwestie van besef of de frequentie van een bepaald woordgebruik normaal is in een specifieke taal of bij een specifieke auteur.
  • ‘Inhoud ‘ en ‘vorm’ is bij ons een geijkte tweedeling, dat moest dus zo. Doe je ‘vent’ in plaats van ‘inhoud’, dan duiken Ter Braak en Du Perron te prominent op.

Goed, maar die tweede Nederlandse zin. Daar zit al meteen een geweldige personificatie in. Een oriëntatie kan niet handelen, dus ook niet ervaren, en het zou dus passief moeten worden verwoord. We — ik heb de vertaling samen met Nelleke van Maaren gemaakt en we tekenen samen voor alles — stelden lachend vast dat je kennelijk altijd een beetje kleurt naar een tekst en een taal en dat een enkele niet storende personificatie ten behoeve van pittiger Nederlands moest kunnen. Van taalpurisme houden we geen van tweeën.

Grootste probleem in deze vertaling wat mij betreft: hoe vertaal je ‘Feuilleton’ of ‘Feuilletonismus’, de woorden waarmee Kraus zoveel lelijks aangaf, maar die in Nederland alleen herinneren aan het feuilleton, wat iets beperkters is? Afwisseling was hier noodzaak. Soms werd het columnisme, soms bijlagejournalistiek of nog iets anders, en soms toch feuilletonisme.

En maar zorgen dat de vertaling logisch klinkt — want zoals iedere tekst z’n eigen logica heeft, zo ook iedere vertaling.

Barber van de Pol vertaalde Borges, Cervantes, Cortázar, Lorca, Márquez, Melville en Neruda. In 1975 kreeg ze de Martinus Nijhoffprijs toegekend voor haar vertalingen uit het Spaans, met name Cortázars Rayuela. Ze schrijft zelf ook, recent verscheen Zingen is geluk

Nelleke van Maaren vertaalde onder anderen Botho Strauss, Bernhard Schlink, Ted Hughes, Michael Köhlmeier, Zsuzsa Bank en Sylvia Plath. Dit voorjaar verschijnt de Privédomeinvertaling van haar hand van George Orwells dagboeken.

MINDBOOKSATH : athenaeum