De eerste zinnen van Goethes Wilhem Meisters leerjaren, vertaald door Ria van Hengel

04 maart 2014
| | | |

Wilhelm Meisters leerjaren bestaat uit acht boeken, samen goed voor 702 pagina's. Goethe was er al in 1777 aan begonnen, toen nog met het idee een autobiografische roman te schrijven over de ontwikkeling van een kunstenaar die een Nationaal Toneel probeert te scheppen. Na verschillende versies en bewerkingen verscheen de roman in 1795, en toen was het thema intussen veranderd in: de ontwikkeling van een harmonische persoonlijkheid, waardoor het boek een echte Bildungsroman werd. Het werk houdt het midden tussen avonturenroman en psychologische roman: enerzijds is er veel aandacht voor Wilhelms innerlijke ontwikkeling, anderzijds zijn er achtervolgingen, persoonsverwisselingen en onverwachte ontknopingen. Het boek wordt geroemd om zijn rijkdom aan ideeën over filosofie, cultuur, opvoeding, literatuur en politiek. Het is van grote invloed geweest op de Europese literatuur; de Duitse dichter en filosoof Friedrich Schlegel noemde het zelfs even belangrijk voor de tijdgeest als de Franse Revolutie. We vroegen Ria van Hengel haar vertaling van Wilhelm Meisters leerjaren toe te lichten.

De veelzijdigheid van het boek, en dus ook de uitdaging die het vormt voor de vertaling, komt naar voren in de beginregels van de acht boeken, die ik nu achtereenvolgens zal noemen.

Eerste boek

Das Schauspiel dauerte sehr lange.
De voorstelling duurde erg lang.

Hier zitten we meteen midden in de toneelwereld, waar vooral de eerste vijf boeken zich afspelen. In de genoemde voorstelling speelt de jonge actrice Mariane een rol, en zij is de geliefde van Wilhelm Meister, een jongeman uit de gegoede burgerij, die tegen de wil van zijn vader, een geslaagd zakenman, van jongs af aan gefascineerd is door het toneel, en in Mariane 'vermengde zich zijn hartstocht voor het toneel met de eerste liefde voor een vrouwelijk schepsel'.

Tweede boek

Jeder, der mit lebhaften Kräften vor unsern Augen eine Absicht zu erreichen strebt, kann, wir mögen seinen Zweck loben oder tadeln, sich unsre Teilnahme versprechen.
Iedereen die voor onze ogen alles in het werk stelt om een bepaald doel te bereiken kan op onze belangstelling rekenen, of wij dat doel nu prijzen of afkeuren.

Hier is de filosoof Goethe aan het woord: telkens last hij beschouwingen tussen de gebeurtenissen in. Met deze zin motiveert hij zijn besluit om een paar jaar van Wilhelms leven over te slaan omdat 'alles wat beëindigd is [...] onze aandacht niet meer [kan] vasthouden, vooral niet wanneer wij al hebben voorspeld dat de zaak slecht zou aflopen.' En slecht was het afgelopen met de liefde voor Mariane. Daarom 'zoeken we hem pas weer op daar waar we hem enigszins actief en ontpannen hopen aan te treffen'.

Derde boek

Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunkeln Laub die Goldorangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht

Kent u het land waar de citroenen bloeien,
In donker loof oranjeappels gloeien,
De hemel blauw is, koel en zacht de wind,
Waar men de mirte en de lauwer vindt?

Dit is een van de gedichten die geschreven zijn voor deze roman en los van die context zo beroemd zijn geworden. Ook 'Wer nie sein Brot mit Tränen ass' en 'Nur wer die Sehnsucht kennt' vinden we in deze roman.

Vierde boek

Laertes stand nachdenklich am Fenster und blickte, auf seinen Arm gestützt, in das Feld hinaus.
Laertes stond nadenkend voor het raam en keek, op zijn arm geleund, het veld in.

Wilhelm Meister is inmiddels betrokken geraakt bij een reizend toneelgezelschap en Laertes is daar een van de acteurs, die eerder als volgt is geïntroduceerd: 'Deze man, die wij voorlopig Laertes zullen noemen...' Ongetwijfeld maakt Goethe hier een knipoog naar Shakespeares Hamlet, waarin Laertes een belangrijke rol speelt. Goethe geeft in Wilhelm Meister een uitgebreide analyse van Hamlet, en het stuk wordt ook opgevoerd, met Wilhelm in de rol van Hamlet.

Vijfde boek

So hatte Wilhelm zu seinen zwei kaum geheilten Wunden abermals eine frische dritte, die ihm nicht wenig unbequem war.
Nu had Wilhelm er dus naast zijn twee nauwelijks genezen wonden een verse derde bij, en daar had hij veel last van.

De verwikkelingen zijn niet van de lucht. De held moet veel lijden, naar geest en ook naar lichaam.

Zesde boek

Bekenntnisse einer schönen Seele
Bekentenissen van een schone ziel.

Dit is de titel van het dagboek van een ordezuster, aan Wilhelm gegeven door een stervende vriendin, voor wie het dagboek een grote steun was geweest. Hierin wordt een zuivere religieuze innerlijke wereld beschreven, gedeeltelijk geïnspireerd door de Herrnhutter Broedergemeente waarmee ook Goethe zich enige tijd verwant heeft gevoeld. Het boek vormt de overgang van de eerste vijf boeken, die zich grotendeels in de toneelwereld afspelen, naar de laatste twee, waarin het raadselachtige 'torengezelschap' van voornamelijk adellijke personen een grote rol speelt.

Zevende boek

Der Frühling war in seiner völligen Herrlichkeit erschienen
De lente was in volle pracht verschenen.

Natuurbeschrijvingen, een van de dingen die Goethe beroemd hebben gemaakt, komen uiteraard ook veelvuldig voor in deze roman.

Achtste boek

Felix war in den Garten gesprungen, Wilhelm folgte ihm mit Entzücken.
Felix was de tuin in gehold en Wilhelm volgde hem vol verrukking.

In het zevende boek is Wilhelm erachter gekomen dat het jongetje Felix het kind van hem en Mariane is. Ook ondergaat hij daar een initiatierite van het 'torengezelschap' waarin zijn 'leerjaren' als beëindigd worden verklaard. Eind goed al goed? Maar in het achtste boek komt hij weer in een draaikolk van gebeurtenissen terecht die alles op losse schroeven zet. 'Het lijkt alsof Goethe Wilhelms ontwikkelingsgang wel wilde verlaten, maar niet afsluiten,' schrijft Klaus Gille in het mooie nawoord bij de Nederlandse vertaling. 'Verschillende bildungs-concepten worden naast elkaar gezet en daardoor gerelativeerd en van hun ondubbelzinnigheid ontdaan. Dat vraagt om een actieve, mondige lezer, die meedenkt en mee concipieert. [...] Zo blijft deze roman een uitdaging tot op de dag van vandaag.'

Ria van Hengel vertaalde werk van Nietzsche, Grimm, Sebastian Haffner, Marlen Haushofer, Janosch, Elfride Jelinek, C.G. Jung, Heinrich von Kleist, Herta Müller, Novalis, W.G. Sebald en Martin Walser. Ze kreeg in 2007 de Martinus Nijhoffprijs toegekend.

Delen op

€ 29,99
€ 18,95
€ 9,90
€ 24,90
€ 10,50
€ 19,99
€ 11,95
€ 18,90
€ 18,90
€ 18,90
MINDBOOKSATH : athenaeum