Eerste zinnen van Schitterende ruïnes van Jess Walter, vertaald door Nicolette Hoekmeijer

31 maart 2014
| | |

Het is 1962. Op de rotsen van het ingeslapen vissersplaatsje Porto Vergogna staat Pasquale, een jonge Italiaan en eigenaar van het enige hotel. In dagdromen verzonken kijkt hij uit over het glinsterende water. Aan de horizon verschijnt een boot met op het dek een prachtige, in wit geklede dame. Ze is een Amerikaanse actrice en doodziek, zo ontdekt hij als ze haar intrek neemt in zijn hotel.

Hollywood, vijftig jaar later. Een oudere, Italiaanse heer betreedt het kantoor van filmproducent Michael Deane op zoek naar de vrouw die hij nooit heeft kunnen vergeten.

Schitterende ruïnes vertelt het meeslepende verhaal van een onmogelijke, maar onverwoestbare liefde. Op onnavolgbare wijze verbindt Jess Walter het landelijke Cinque Terre van 1962 met het genadeloze Hollywood-bestaan vandaag de dag. Schitterende ruïnes handelt over tijd, over het moment dat voorbijgaat zonder dat we er erg in hebben en over het verleden dat we soms als een ruïne achterlaten. Jess Walter toont hoe ons leven zich ontrolt: gecompliceerd en wreed én dichterlijk en betoverend tegelijk.

Athenaeum.nl vroeg Nicolette Hoekmeijer haar vertaling toe te lichten.

The dying actrice arrived in his village the only way one could come directly – in a boat that motored into the cove, lurched past the rock jetty, and bumped against the end of the pier.
De doodzieke actrice arriveerde in zijn dorp op de enige manier waarop je er rechtstreeks kon komen – met een motorboot die de baai in voer, stampend de stenen dam rondde, en vervolgens tegen de steiger bonkte.

Het ligt nogal voor de hand om ‘the dying actrice’ vertalen met ‘de stervende actrice’, en aanvankelijk had ik dat ook gedaan. Bij het overlezen de volgende ochtend vond ik het echter schuren. En hoe vaker ik het eerste hoofdstuk overlas, hoe sterker dat gevoel werd. Maar hoezo? ‘Dying’ ís toch ‘stervend’? Geen speld tussen te krijgen – maar het voelde niet goed.

En dan wordt het leuk, dan begint de zoektocht, de toetsing van je intuïtie. Want gevoel is mooi, en als vertaler moet je natuurlijk ook afgaan op je (taal)gevoel, maar je moet wel kijken of je dat gevoel kunt onderbouwen.

Vertalen op leven en dood

Het eerste hoofdstuk speelt in 1962 en Pasquale, een jonge Italiaan, staat in zee, waar hij probeert met de hand een strandje aan te leggen in de hoop dat de (Amerikaanse) toeristen dan de weg zullen vinden naar het kleine, vergeten kustdorpje waar hij een hotelletje runt: ‘Pasquale watched the arrival of the woman as in a dream. Or rather, he would think later: a burst of clarity after a lifetime of sleep.’

De Amerikaanse actrice, die in dit eerste hoofdstuk afwisselend wordt omschreven als ‘lovely’, ‘beautiful’ en ‘luminous’, staat als een droombeeld op de voorplecht van het bootje, in een wapperende witte jurk en met een witte hoed tegen haar hoofd gedrukt, er staat een licht briesje, de zon schijnt, het water glinstert. De aanblik beneemt Pasquale de adem: ze staat voor alles wat hij hoopt dat de toekomst zal brengen. Je zou kunnen zeggen dat zij op dat moment de hoop belichaamt op een stralende toekomst.

In het Engels lijkt het te kunnen, ‘to be dying’ en toch als blakend toekomstbeeld een baaitje binnen varen. Voor mijn gevoel kan het in het Nederlands niet: een stervende actrice die een baai binnen vaart ligt eerder kwijnend en kermend op de bodem van het bootje. Maar wordt er in het Nederlands dan anders gestorven dan in het Engels, vraag ik me af? Of zie ik spoken?
De Oxford English Dictionary geeft als eerste betekenis van ‘to die’: To lose life, cease to live, suffer death; to expire.
De Webster geeft als definitie: to pass from physical life, en ook: gradually ceasing to be.
De Dikke Van Dale geeft als eerste betekenis van sterven: ophouden te leven, doodgaan.
Daar zit hem de kneep: het subtiele verschil tussen ‘ophouden te leven’ versus ‘gradually ceasing to be’ verklaart mijn ongemakkelijke gevoel. Het Nederlandse sterven is directer, het Amerikaanse ‘dying’ heeft meer iets glijdends.

Uiteindelijk heb ik er dan ook voor gekozen ‘dying’ níét te vertalen met ‘stervend’, maar met 'doodziek'. Dat heeft natuurlijk wel weer een ander nadeel: ‘dying’ mag dan iets geleidelijks hebben, het is ook definitief, wat niet hoeft te gelden voor doodziek. In dat opzicht gaat er dus wel iets van de lading verloren. Maar gelukkig schiet het Nederlands mij hier te hulp, want het woord dood is toch wel heel prominent aanwezig in dit tweede woord van de roman, waarmee ook in de vertaling het contrast behouden blijft tussen het zonnige strandje en de onderliggende doodsdreiging.

Hoofdbrekens

Nadat ik de vertaling heb ingeleverd vraagt de uitgever me een interview met Jess Walter te vertalen. Walter heeft vijftien jaar gedaan over het schrijven van dit ‘meesterwerk over tijd’, om Graa Boomsma te citeren. Ik lees: ‘I probably rewrote that first sentence alone three hundred times, moving words around obsessively.’ Dat hebben we dus gemeen, dat de eerste zin ons hoofdbrekens heeft gekost. Maar Walter blijkt vooral onophoudelijk te hebben gesleuteld aan de positie binnen deze zin van zowel de actrice als het dorpje als de boot. Dat probleem had ik dan weer niet – daarin heb ik gewoon zijn keuzes gevolgd.

Ieder zijn eigen obessies.

Nicolette Hoekmeijer is docent aan de Vertalersvakschool in Amsterdam en vertaalde eerder onder andere werk van Kiran Desai, Edwidge Danticat, Edward St. Aubyn, Nathan Englander, Toni Morrison en Candace Bushnell.

Delen op

€ 19,95
€ 13,95
€ 13,95
€ 12,50
€ 7,50
€ 12,50
MINDBOOKSATH : athenaeum