De eerste zin van Nir Barams Wereldschaduw in de vertaling van Sylvie Hoyinck

01 oktober 2015
| | | |

De nieuwe roman van Nir Baram, onze bovenbuurman als writer-in-residence, heet Wereldschaduw. Sylvie Hoyinck vertaalde het, en voor ons licht ze de eerste zin toe.

Barams boek heeft drie verhaallijnen, elk met zijn eigen ‘stem’ en taal. Er is het verhaal van Gavriël Mantsoer, die tot grote hoogte klimt in de financiële kringen in Israël en in 2008 door de crisis met een smak weer op aarde belandt. Dan is er de mailwisseling tussen de mensen van de firma MSV, de Amerikaanse consultancy die overal ter wereld verkiezings- en mediacampagnes voert. En er is de groep Londense jongeren, die het idee opvatten om een wereldwijde staking op poten te zetten, een verhaallijn die in de ‘wij-vorm’ wordt verteld. 

N.B. We publiceerden eerder voor uit Wereldschaduw. Lees hier ook een leesfragment van Barams vorige roman, Goede mensen.

Het boek begint met een proloogje in de wij-vorm, dus het is – bij nader inzien, want als lezer weet je dat nog niet – de stem van de groep uit Londen.

 
Le kol echad me-itanoe haja et hasipoer sjelo.
Elk van ons had zo z’n eigen verhaal.

Het is een zin met een ‘foutje’ dat in de spreektaal vaak wordt gemaakt. Vanwege het verschil tussen de grammaticale systemen van het Hebreeuws en het Nederlands is het niet reproduceerbaar in de vertaling. (Om een idee te geven: het is vergelijkbaar met de Nederlandse hen/hun kwestie.) Deze zin kan dan ook alleen maar grammaticaal correct vertaald worden met ‘Elk van ons had zijn eigen verhaal’.

Toch is het niet zo dat het foutje over het hoofd kan worden gezien. Een taalvirtuoos als Baram maakt zulke fouten niet per ongeluk, of omdat hij niet beter zou weten. Wat doet dat foutje met de zin? Waarom staat het er?

Zoals gezegd: het is iets dat in de spreektaal voorkomt. En als openingszin van de proloog zet het meteen een van de stemmen in de roman neer: de wij-stem van de Londense groep; een hele diverse groep van mensen met verschillende achtergronden en opleidingsniveau’s, die niet aan mooipraterij doet. Gewone, alledaagse taal, zonder poespas en lang niet altijd even keurig.

Maar ‘Elk van ons had zijn eigen verhaal’ mag dan kloppen als vertaling — het heeft toch wel wat keurigs, het is niet typisch spreektalig. In dit soort gevallen, waarbij de vertaling niet naar de letter van het origineel kan, is het van belang wel de geest van het origineel te behouden. Of zoals dat zo mooi in het Duits heet: een Wirkungsequivalenz te zoeken. Om dat spreektalige van het origineel over te brengen, heb ik er zo z’n aan toegevoegd. Daarmee is het nog steeds een grammaticaal correcte zin, maar staat hij niet meer zo strak en keurig in het gelid. In de Londense verhaallijn wordt steeds opnieuw duidelijk dat ‘strak’ en ‘in het gelid’ volstrekt niet bij de personages, hun verhaal of hun taal past. Dat moet van meet af aan duidelijk zijn, dat is de bedoeling van het ‘foutje’ dat de auteur erin heeft gestopt.

Sylvie Hoyinck vertaalt uit het Hebreeuws. Ze vertaalde boeken van Assaf Gavron (lees hier haar toelichting bij De nederzetting), Alon Hilu, Miri Rozovski, Shoshi Breiner, Ron Leshem, Jochanan Fein en Shifra Horn.

Delen op

€ 24,90
€ 9,99
€ 15,00
€ 9,99
€ 17,99
MINDBOOKSATH : athenaeum