De eerste zin van Robert Seethalers Een heel leven, vertaald door Liesbeth van Nes

13 juni 2015
| | |

Liesbeth van Nes vertaalde Robert Seethalers roman Een heel leven (Ein ganzes Leben). Voor ons lichtte ze de eerste zin toe.

Wanneer Andreas Egger in het dal wordt afgeleverd, is hij een jaar of vier. Niemand weet het precies. De boer Kranzstocker neemt hem met tegenzin in huis en Egger groeit op tot een knecht die van zijn eerste jaren geen warme gevoelens heeft overgehouden. Als jongeman sluit hij zich aan bij een groep arbeiders die de eerste kabelbaan in de omgeving aanleggen en daarmee ook voor het eerst elektrisch licht en lawaai naar het dal brengen. Op de dag dat Geitenhannes hem met de dood heeft geconfronteerd staat Egger ineens oog in oog met de liefde van zijn leven, Marie, die hij evenwel snel weer zal verliezen. Pas vele jaren later, wanneer de wereld een andere is geworden en Egger zijn laatste pad bewandelt, zal zij nog één keer bij hem zijn. 

An einem Februarmorgen des Jahres neunzehnhundertdreiunddreiβig hob Andreas Egger den sterbenden Ziegenhirten Johannes Kalischka, der von den Talbewohnern nur der Hörnerhannes gerufen wurde, von seinem stark durchfeuchteten und etwas säuerlich riechenden Strohsack, um ihn über den drei Kilometer langen und unter einer dicken Schneeschicht begrabenen Bergpfad ins Dorf hinunterzutragen.
Op een februariochtend in 1933 tilde Andreas Egger de stervende geitenhoeder Johannes Kalischka, die door de mensen in het dal altijd Geitenhannes werd genoemd, van zijn doorweekte en zurig ruikende stromatras om hem over het drie kilometer lange en met een dikke sneeuwlaag bedekte bergpad naar het dorp beneden te brengen.’

De dood

Het begint met de dood, en daarmee zal het eindigen ook. Maar eerst zal Geitenhannes nog aan de dood ontkomen. Egger draagt hem in een houten rek op zijn rug de berg af, maar Geitenhannes ontsnapt, ook al heeft Egger hem aan het rek vastgebonden. Geitenhannes vlucht de bergen in, waar hij de dood vindt: tientallen jaren later wordt zijn lijk uit het ijs gehakt door een paar avontuurlijke skiërs en alsnog op een geïmproviseerde baar naar het dorp gebracht, waar niemand hem herkent, behalve Egger. Het wordt hem koud om het hart, het is alsof de dood hem in de ogen kijkt. En als Egger dan inderdaad een aantal jaren later gestorven is, voegt Seethaler nog een passage toe aan het boek, waarin Egger een halfjaar voor zijn dood terugdenkt aan de dag dat hij Geitenhannes op zijn rug droeg. Hij denkt eraan omdat de eerste sneeuw valt. Maar: ‘“Zover is het nog niet,” zei hij zachtjes.’

Schijnbaar eenvoudig

De scène waarmee het boek opent, is allesbepalend. Nadat Geitenhannes is gevlucht, neemt Egger om bij te komen een borrel in het café, wat hij vrijwel nooit doet. Daar ontmoet hij Marie, de nieuwe serveerster. Het begin van een nieuw leven, een andere baan, een eigen huis, hoe bescheiden ook. Egger is een eenvoudig man, die weinig eisen stelt en een doodnormaal leven leidt. Daaronder schemeren natuurlijk de algemene levensvragen door, maar Robert Seethaler stelt die niet aan de orde. Zijn proza blijft kristalhelder en to the point, maar is alleen schijnbaar eenvoudig. Niet alle zinnen zijn even lang als de beginzin, maar er staat er minstens één op elke bladzij, en om ze te vertalen in goedlopend Nederlands moest ik vaak lang puzzelen.

Knippen kost karakter

Was het dan per se nodig om die lange zinnen te handhaven? Had ik er niet eens eentje kunnen ‘knippen’, zoals dat heet? Mijn studenten aan de VertalersVakschool heb ik eens een stuk in klassieke zinnen laten schrijven over een vrij onderwerp. Mensen die een onderwerp hadden gekozen waarin heftige emoties een rol speelden, hadden de grootste moeite dat in de klassieke, lange zin te beschrijven. Die leent zich daar niet voor. Bij felle emoties wordt de zinsbouw kort, schel, fragmentarisch. Aan de zinslengte bij Seethaler kun je dus al zien wat voor karakter Egger heeft: hij keert zich niet tegen het lot dat hem overkomt, hij bedt het in. En daarom hield ik vast aan de zinslengte.

De moeilijkheid van een bijnaam

‘Geitenhannes’ is de vertaling van de bijnaam van Kalischka: Hörnerhannes. Een bijnaam moet je vertalen, omdat die meestal iets betekent. In tegenstelling tot een echte naam. Ook al heeft Seethaler bijvoorbeeld de bergen rond Eggers dorp een verzonnen naam gegeven: de Karleitnergipfel, de Harzerkogel of de Adlerkante. Namen die natuurlijk zijn gehandhaafd. Maar wat moest ik met Hörnerhannes? Er stond lange tijd heel onbevredigend: ‘Hoornenhannes’. Tot een collega de tekst voorlegde aan de tweedejaars Duits. Svenja Karlfeld gaf me toestemming haar ‘Geitenhannes’ over te nemen in de vertaling.

Liesbeth van Nes vertaalde werk van Laurent Binet, Rolf Dobelli, David Foenkinos, Stefan Zweig en recent Jean Giono, Malte Herwig, Pierre Lemaitre en Timur Vermes. Ze lichtte eerder haar vertalingen van Binets Hhhh en Foenkinos' Herinneringen toe op Athenaeum.nl.

Delen op

€ 12,50
€ 17,90
€ 9,99
€ 10,50
€ 19,99
€ 12,95
€ 16,90
€ 16,99
€ 14,95
€ 12,50
€ 12,50
MINDBOOKSATH : athenaeum