De eerste zinnen van Gaius Valerius Flaccus' Argonautica, vertaald door Stefan van den Broeck

10 december 2015
| | | |

We vroegen Stefan van den Broeck zijn vertaling van Gaius Valerius Flaccus' Argonautica toe te lichten.

Dat Gaius Valerius Flaccus in de eerste eeuw na Christus opnieuw het verhaal van Jason en het Gulden Vlies als onderwerp voor een epos nam, was genoeg voor de filologen van de negentiende eeuw om hem als een afschrijver te brandmerken. Werkelijk niets origineels konden zij in zijn Argonautica ontdekken. Zijn onderwerp had hij gepikt van Apollonius, zijn taal van Vergilius en zijn versbouw van Ovidius. Inmiddels is het oordeel over Valerius Flaccus’ werk grondig herzien. Hij heeft niet alleen geprobeerd het rammelende epos van Apollonius tot een hecht geheel om te smeden en veel originele elementen toegevoegd; de Argonautica zit ook vol verwijzingen naar het Rome van zijn eigen tijd. Het boeiende verhaal is daarmee tevens een vlijmscherp commentaar op actuele ontwikkelingen.

Fantasy

De Argonautica van Valerius Flaccus heeft twee eerste zinnen. Het epos begint met een opdracht aan keizer Vespasianus en zijn zonen, pas daarna begint het echte verhaal. Maar nog voor ik met die eerste zinnen aan de slag ga begint het gedonder al. Ik moet beslissen hoe ik deze tekst ga vertalen: wat is mijn beoogde publiek en wat heeft dat voor implicaties voor mijn vertaalkeuzes? Ik wilde de Argonautica vertalen voor een zo groot mogelijk publiek. Het was mijn bedoeling de klassieke tekst toegankelijk te maken voor zo veel mogelijk lezers, zonder te vervallen in een slappe navertelling. Het moest wel een vertaling blijven, het moest wel Valerius blijven.

Maar wie voor een groot publiek vertaalt moet daarvan de gevolgen dragen. Verzen zijn sowieso geen optie, poëzie spreekt een breed publiek niet aan en zeker niet als je gedicht duizenden verzen lang is. Vertalen is bovendien een boodschap zo accuraat mogelijk omzetten in een andere taal, voor een ander publiek met een eigen referentiekader. Niet alleen de inhoud moet begrijpelijk worden en in zekere mate vertrouwd aandoen, maar ook de tekstvorm moet de lezer bekend zijn. Liefst bereikt de vertaling hetzelfde effect bij zijn beoogde publiek als het origineel destijds deed.

De Argonautica is een episch verhaal. Tegenwoordig worden dit soort verhalen meestal in de romanvorm gegoten. En omdat het verhaal over goden, monsters en helden gaat, leek fantasy me de meest accurate hedendaagse beschrijving van het genre. Ik zou met andere woorden de Argonautica als een fantasyroman vertalen. Eens die keuze gemaakt kon ik me aan de eerste zin wijden. Maar dat waren er dus twee.

Eén

De eerste eerste zin is een korte weergave van het onderwerp dat de dichter wil behandelen:

Prima deum magnis canimus freta pervia natis fatidicamque ratem, Scythici quae Phasidis oras
ausa sequi mediosque inter iuga concita cursus
rumpere flammifero tandem consedit Olympo.

Een scholier zou wellicht - met wat hulp - bij ongeveer de volgende prozavertaling uitkomen:

We bezingen de eerste zee-engtes, bevaren door de grote zonen van goden en het voorspellende schip, dat het waagde de oevers van de Scythische Phasis te volgen en een koers midden tussen de botsende bergruggen te breken en uiteindelijk op de vlammendragende Olympus ging zitten.

Dat behoeft wel wat schaafwerk voor je het op een breed publiek kan loslaten. Eerst en vooral moet dat poëtisch meervoud eruit. 'Wij', hoezo, wij? Er is maar één schrijver, en we hebben geen versmaat meer die moet kloppen: 'Ik bezing' dus. Dat 'eerste' staat ook een beetje op een vreemde plaats. Het zijn niet de eerste zee-engten, ze worden voor het eerst bevaren. 'Zonen van goden' zijn godenzonen en ze zijn machtig, niet 'groot'. 'Voorspellend' vind ik wat slapjes, het moet toch een beetje plechtstatig, dat is bij fantasy ook zo. 'Profetisch' klinkt beter. De volgende zin stroomlijnen we een beetje.

En dan moet ik iets uitleggen: de 'Scythische Phasis' zegt de doorsnee moderne lezer niets. Scythisch is daarbij geografisch betwistbaar en wellicht alleen om metrische redenen gekozen. Dat kan accurater. Bovendien lijkt het me beter duidelijk te maken dat de Phasis een rivier is. Ik kies voor: de Phasisstroom in Colchis. Dat Colchis wordt in de rest van het verhaal wel uitgelegd. De formulering 'een koers tussen iets breken' klinkt gek. Wat bedoelt Valerius? Dat het schip tussen de bevende rotsen door voer. 'Medios' kunnen we vertalen met 'rechtdoor', 'cursus' is overbodig.

Bij 'vlammendragende Olympus' denk ik aan een berg vol fakkels, dat is niet wat Flaccus bedoelde en het is ook niet direct duidelijk dat dit een metafoor is: de Argo, het schip, komt niet op een berg terecht, maar wordt als sterrenbeeld aan de hemel gezet. De Olympus staat dus in dit geval voor de hemel. En welke vuren draagt de hemel? Juist: sterren. En, ten slotte, zitten zal dat schip ook nooit doen, het wordt aan de hemel geplaatst. Na al deze aanpassingen kom ik op het volgende uit:

Ik bezing de zeestraten, voor het eerst bevaren door machtige godenzonen en een profetisch schip, dat langs de oevers van de Phasisstroom in Colchis durfde te varen, rechtdoor tussen de bevende rotsen snelde en ten slotte een plaats kreeg aan de sterrenrijke hemel.

Weinig op af te dingen, dunkt me. Accuraat qua betekenis, duidelijk qua taal en toch nog een tikje mysterieus door de vreemde namen.

Twee

Maar dan is er nog de tweede eerste zin: die waarmee het echte verhaal begint. Nu ja, laten we de twee eerste zinnen nemen.

Haemoniam primis Pelias frenabat ab annis,
iam gravis et longus populis metus. illius amnes
Ionium quicumque petunt, ille Othryn et Haemum
atque imum felix versabat vomere Olympum.

Dit is de letterlijke vertaling:

Pelias beteugelde van in de eerste jaren Haemonia, reeds een ernstige en lange vrees voor de volkeren. Van hem zijn de rivieren, om het even welke die de Ionische zee zoeken, hij keerde de Othrys en de Haemus en de laagste Olympus om met een ploegschaar, de gelukkige.

'Beteugelen' is een mooie beeldspraak maar wel verwarrend: misschien denkt de lezer dat Haemonia een mens is, of een paard. Maar we kunnen het wel behouden. Hij heeft de teugels in handen is begrijpelijker, zeker als we het obscure 'Haemonia' vervangen door het bekendere Thessalië. 'Van in de eerste jaren' betekent eigenlijk al heel lang of, wat plechtiger, sinds onheuglijke tijden. In welk opzicht is Pelias een 'vrees' voor de volkeren? Is hij een tiran? Een schrikbewind, dus. En volkeren, hoezo, volkeren? Hij heeft toch maar één volk? 'Om het even welke' is te omslachtig, dat wordt gewoon 'alle' en rivieren 'zoeken' ook niets, die stromen ergens heen. Pelias zal bovendien wel meer dan één ploeg hebben. En dat 'omkeren' is dus gewoon omploegen. Maar het woord ploeg staat er al. Een beeldender woord dan, zonder te technisch te worden... Omwoelen ofzo. Dat de Othrys, Haemus en Olympus bergen zijn kan ik maar beter ook verduidelijken: niet iedereen kent de antieke geografie van Griekenland. En dat bijstellinkje, 'de gelukkig' breiden we wat uit tot een conclusiezinnetje.

Dan nog één ding. Om het verhaal levendiger te maken, besluit ik in het hele gedicht het historisch presens te hanteren, alsof het nu gebeurt. Valerius gebruikt de tegenwoordige tijd zelf erg vaak maar kan het om metrische redenen niet overal handhaven. Maar van versmaten heb ik dus geen last.

Het eindresultaat:

Pelias heeft in Thessalië al sinds onheuglijke tijden de teugels in handen; een lang en vreselijk schrikbewind. voor het volk. Hij is heer over a1le rivieren die naar de Ionische zee stromen. Zijn ploegen woelen de voet van de Othrys-, de Haemus-, en de Olympusberg om: hij heeft alles om gelukkig te zijn.

Meer moet dat niet zijn.

Stefan van den Broeck vertaalde eerder werk van Apuleius, Longos, Sophocles en Molière, en schreef romans en verhalen. Hij werkt momenteel aan een biografische roman over de Romeinse dichter Ovidius.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum