De eerste alinea's van Maggie Nelsons De Argonauten, vertaald door Nicolette Hoekmeijer

28 november 2016
| | |

In oktober verscheen De argonauten, de Nederlandse vertaling van Maggie Nelsons The Argonauts. `Vertaalster Nicolette Hoekmeijer lichtte haar werk toe bij Spui25, en wij mogen haar verhaal publiceren..

In deze genderbending memoires komt cultuurcritica Maggie Nelson met frisse, krachtige en hoognodige overpeinzingen over seksualiteit, verlangen en ‘familie’, en de beperkingen en mogelijkheden van zowel de liefde als de taal.

In De Argonauten staat een liefdesgeschiedenis centraal: de relatie van de auteur met de kunstenaar Harry Dodge. Nelson laat ons van binnenuit zien hoe het is om verliefd te worden op Dodge, die genderfluïde is. Ze neemt ons mee op de lange weg van een zwangerschap, en ze toont ons de ingewikkelde en de mooie kanten van een gezin dat afwijkt van de norm. Nelson pleit voor radicale individuele vrijheid en de waarde van de zorg voor een gezin – je zou het de strijdkreet kunnen noemen van dit oorspronkelijke, wijze boek dat geen onderwerp schuwt en geen concessies doet.

De Argonauten stond op de ‘Beste boeken van 2015’-lijsten van onder andere de Chicago Tribune, The New York Times, The New Yorker, San Francisco Chronicle, Flavorwire, The Irish Times, Kirkus, Los Angeles Times, NPR, Publishers Weekly en The Guardian. Het boek is genomineerd voor de National Book Critics Circle Award in Criticism 2016.

Dit is de muziek waarmee ik de afgelopen maanden mijn werkdag begon: Tightrope van Janelle Monáe. Maggie en Harry draaien het onophoudelijk als ze weer met het hele gezin thuis zijn nadat Iggy uit het ziekenhuis is ontslagen. Je zou het de soundtrack van hun geluk kunnen noemen.

Ik draaide het niet alleen om wakker te worden – al is het daar uitstekend geschikt voor – maar vooral omdat ik er in één klap mee in de sfeer van het boek zit.

Voor mij is dat essentieel – ik zie vertalen in veel opzichten als een vorm van method acting: ik probeer me zoveel mogelijk te laten meevoeren door de brontekst, om vervolgens, met alle middelen die mijn moedertaal me ter beschikking stelt, een Nederlands equivalent het licht te doen zien.

Ook de tekst van het nummer is toepasselijk, in zoverre het gaat om buiten de conventies treden. Mij persoonlijk sprak ook het refrein aan: 'Tip on the tightrope.'

Want het vertalen van The Argonauts was voor mij zonder meer een feest, maar wél een feest op het slappe koord. Dat heeft er voor een deel mee te maken dat The Argonauts zo’n ongekend talig boek is: Nelson dwingt je om na te denken over het wezen van taal, en onderzoekt ondertussen zelf op meerdere vlakken wat taal vermag: ze hanteert zeer verschillende registers, speelt met ambiguïteit en associaties, is ongekend precies maar tegelijkertijd beducht voor wat ze, met een verwijzing naar Barthes, ‘totaliserende taal’ noemt.

Op het eerste gezicht wekt de roman een losse, haast associatieve indruk, een aaneenschakeling van overpeinzingen, maar hoe langer je met dit boek bezig bent, hoe meer alles in elkaar blijkt te grijpen – het is een zeer doortimmerd geheel.

De Argo

Dit timmermanstalent heeft Nelson gemeen met de Argonauten uit de Griekse mythologie, die gaandeweg hun lange reis alle onderdelen van hun schip de Argo vervangen, terwijl het schip gewoon de Argo blijft heten. Dat woorden veranderen, al naar gelang hun geschiedenis en context, en de daaraan gerelateerde vraag of taal toereikend is, koppelt Nelson aan dit verhaal van de Argonauten. Het is een thema dat als een rode draad door het boek loopt.

Mijn vertaling geeft nog een extra laag aan die thematiek. In hoeverre is de Argo aan het einde van de reis nog de Argo? In hoeverre is de Nederlandse vertaling dit nog het boek van Maggie Nelson? Alle woorden, alle zinnen, zelfs de klanken: ze zijn stuk voor stuk door mij vervangen.

Ik probeer de nieuwe onderdelen zo te kiezen dat ik rechtdoe aan het origineel. Of beter gezegd: aan hoe ik het origineel zie. Een vertaling is onvermijdelijk een interpretatie. Rechtdoen aan het origineel kan lang niet altijd één op één. Om in de metafoor te blijven: Nederlandse bouten passen lang niet altijd op Amerikaanse moeren. Al is dat vermoedelijk een anachronisme en zou ik moeten zeggen dat de Nederlandse deuvels niet altijd in de Amerikaanse boorgaten passen.

Tot zo ver de metafoor. Dan nu de praktijk.

Ten eerste zijn er De klanken. Nelson is ook dichter, en dat is aan alles te merken. De beginscène is rauw, direct, en tegelijkertijd heel poëtisch. Je wordt het verhaal binnen gesleurd – onder meer door het dwingende ritme, versterkt door de vele klankherhalingen:

'October, 2007. The Santa Ana winds are shredding the bark off the eucalyptus trees in long white stripes. A friend and I risk the widowmakers by having lunch outside, during which she suggests I tattoo the words HARD TO GET across my knuckles, as a reminder of this pose's possible fruits. Instead the words I love youcome tumbling out of my mouth in an incantation the first time you fuck me in the ass, my face smashed against the cement floor of your dank and charming bachelor pad. You had Molloyby your bedside and a stack of cocks in a shadowy unused shower stall. Does it get any better? What's your pleasure?you asked, then stuck around for an answer.'

'The Santa Ana windS are Shredding the bark of the eucalyptuS treeS in long white StripeS.' U ziet een herhaling van s-klanken. En even verderop een andere klankherhaling: 'first – fuck – face – floor.'

Dit effect moet in het Nederlands behouden blijven, maar dat kan niet op precies dezelfde manier.

Door met alle geweld naar s-klanken te zoeken zou ik de betekenis te veel geweld aandoen. Ik heb de essentie behouden door andere klankherhalingen, waarmee ik dicht bij de betekenis kon blijven.

'Oktober 2007. De Santa Ana-winden rukken repen schors van de eucalyptusbomen, in lange witte slierten. Met een vriendin trotseer ik het gevaar van vallende takken door buiten te gaan lunchen, en daar stelt ze voor dat ik HARD TO GET op mijn knokkels laat tatoeëren, om me te helpen herinneren aan de vruchten die zo’n houding kan afwerpen. In plaats daarvan rollen als een bezwering de woorden Ik hou van je van mijn lippen, de eerste keer dat je me in mijn kont neukt, mijn gezicht bonkend tegen de betonvloer van je mooie maar bedompte vrijgezellenflat. Je had Molloy naast je bed liggen en een verzameling pikken in een schemerige, ongebruikte douchecel. Wat wil een mens nog meer? Wat vind je lekker? vroeg je, en je bleef tot je een antwoord had.'

Dus: 'OktobeR 2007. De Santa Anna-winden Rukken Repen schoRs van de eucalyptusbomen, in lange witte slieRten.' En iets verderop 'mijn gezicht bonkend tegen de betonvloer van je bedompte vrijgezellenflat'.

Zijn de woorden toereikend?

Er zijn veel terugkerende sleutelbegrippen, zoals het begrippenpaar onuitsprekelijk/onzegbaar, of de term good enough – die laatste keert onder meer terug in relatie tot taal, liefde, moederschap.

De eerste keer dient de term zich aan binnen een taalfilosofische context. Are words good enough? Deze vertaling kost weinig hoofdbrekens: Zijn woorden toereikend?’ 'Goed genoeg' valt direct af, het is hier te kinderlijk, de vertaling zou zich ogenblikkelijk loszingen uit het bestaande discours.

Later komt dezelfde term echter terug in relatie tot het moederschap: the good enough mother, een begrip dat is geïntroduceerd door kinderarts en psycholoog Donald Winnicot. Een term die in brede kring is overgenomen. En overigens vaak onvertaald blijft. Maar voor mij is dat hier geen optie: ik wil het intertekstuele verband helder te maken en zou het liefst ook hier toereikend gebruiken.

Maar daar kleven minstens twee bezwaren aan. Nelson schrijft dat Winniccot bij uitstek iemand is die zich bedient van alledaagse taal. Dus alleen al vanwege het register is toereikend net wat te hoogdravend.

Maar bovenal is ‘een toereikende moeder’ gewoon lelijk en slecht Nederlands.

Wat dan wel? Een optie om toch te kunnen vasthouden aan het woord 'toereikend' is iets toevoegen: 'the good enough mother' - 'de moeder wier liefde toereikend is'? 'De moeder wier zorg toereikend is'? Het Nederlands verdraagt dit al iets beter, maar verlangt wel de toevoeging van een zelfstandig naamwoord – liefde, of zorg. En daarmee ben ik meteen veel specifieker dan het origineel, pin ik de betekenis vast, daar waar het origineel juist ruimte laat. Dat wil ik niet.

Uiteindelijk neem ik toch mijn toevlucht tot een bruggetje, maar dan een die níét de betekenis inperkt. Ik maak ervan: 'De moeder die goed genoeg is, toereikend.' Het voelt als beetje een knieval, maar ik wil per se de interne samenhang laten doorklinken in de woordkeuze, omdat die deel uitmaakt van het wezen van de tekst.

Hij, zij, het

Mijn laatste voorbeeld raakt nog meer aan het wezen van de tekst, het overstijgt woord- en zinsniveau. Hoe dieper je in de tekst duikt, hoe meer zich openbaart. Of hoe meer ik me laat meevoeren door mijn eigen interpretatie?

Kernpunten van het boek zijn genderidentiteit, én de relatie tussen de woorden en de dingen, de taal en de wereld. In het begin van haar relatie met de genderfluïde Harry weet Nelson nog niet of ze Harry met hij of zij moet duiden. Totdat een vriendin dat voor haar gaat googelen.

Een vriendin van míj wees me er weer op dat Nelson ook in het boek, bladzijden lang, het gebruik van hij en zij vermijdt (behalve in de allereerste alinea, waar ze eenmaal naar die specifieke vriendin verwijst met 'ze'). Dit is consequent doorgevoerd, totdat Harry uiteindelijk door een buitenstaander het bepáálde persoonlijk voornaamwoord 'hij' krijgt opgeplakt.

Nelson heeft het hier makkelijker dan ik, want het Engels kent het genderneutrale 'it', waar het Nederlands mij dwingt tot 'hij' of 'zij'. Eenmaal bewust van de hij/zij-omissie vind ik die zó eigen aan de tekst dat ik besluit ook op de eerste pagina’s van mijn vertaling de hij’s en zij’s weg te werken. Het Nederlands mag dan geen it hebben, het heeft weer zoveel ander moois - zoals een zeer soepele lijdende vorm.

'For it doesn't feed or exalt any angst one may feel about the incapacity to express, in words, that which eludes them. It doesn't punish what can be said for what, by definition, it cannot be. Nor does it ham it up by miming a constricted throat: Lo, what I would say, were words good enough.Words are good enough.'

In deze tweede alinea, op de eerste pagina, komt maar liefst vijf keer it voor, waarmee wordt verwezen naar de paradox uit de voorgaande alinea. In eerste instantie had ik bijvoorbeeld – in het midden van bovenstaandealinea - 'It doesn’t punish what can be said for what, by definition, it can not be' vertaald met'Hij rekent wat zich laat zeggen niet af op wat het, per definitie, niet kan zijn'. Maar uiteindelijk heb ik het allemaal omgegooid. Bij het eerste 'it' in deze alinea heb ik expliciet de paradox als onderwerp benoemd, om geen 'hij' te hoeven gebruiken, en vervolgens heb ik de rest van de alinea in de lijdende vorm gegoten. Zo wordt het:

Want de paradox voedt noch verheerlijkt de angsten die men zou kunnen voelen over het onvermogen juist dat in woorden uit te drukken wat zich er niet door laat vangen. Wat zich laat zeggen wordt niet afgerekend op wat het, per definitie, niet kan zijn. Ook wordt het niet zwaarder aangezet door een dichtgesnoerde keel te veinzen: Ach, wat ik niet allemaal zou zeggen als woorden toereikend waren. Woorden zijn toereikend.]

Op al deze manieren heb ik dus als ware ‘een andere houtsoort’ gebruikt voor de Nederlandse Argo, waarbij het voortdurende streven is geweest niet in te boeten aan zeewaardigheid of wendbaarheid, zodat twee volwaardige zusterschepen ontstaan.

Nicolette Hoekmeijer is docent aan de Vertalersvakschool in Amsterdam en vertaalde eerder onder andere werk van Kiran Desai, Edwidge Danticat, Edward St. Aubyn, Nathan Englander, Toni Morrison en Candace Bushnell. Ze schreef voor Athenaeum.nl over Jess Walter (Het nulpunt en Schitterende ruïnes) en David Bezmozgis.

Delen op

€ 20,99
€ 9,99
€ 12,99
€ 12,50
€ 20,99
€ 19,95
€ 17,95
MINDBOOKSATH : athenaeum