De eerste zin van Peter Terrins Monte Carlo, vertaald door Christiane Kuby & Herbert Post

31 augustus 2016
| | | | | | |

Christiane Kuby & Herbert Post vertaalden Peter Terrins met de AKO Literatuurprijs bekroonde roman Monte Carlo. We vroegen ze toe te lichten hoe ze de eerste zin vertaalden. Over vuur, ritme en Nescio.

Het vuur is nog geen vuur.

Met deze raadselachtige zin begint de slanke roman van de Vlaamse auteur Peter Terrin, eerder bekend geworden met De bewaker (2009) en Post mortem (2012), beide iets lijviger dan deze laatste uit 2014 die maar 170 bladzijden telt. Monte Carlo vertelt in 81 korte hoofdstukjes - de meeste niet langer dan één à drie bladzijden - het verhaal van een Britse automonteur die bij een brand op de formule 1-piste in mei 1968 het leven redt van een jonge Franse actrice, en vervolgens tervergeefs op erkenning van zijn daad wacht. Het boek is strak gecomponeerd, en sommige hoofdstukken doen denken aan prozagedichten: raadselachtig, schilderachtig, filmisch, poëtisch.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Monte Carlo. Lees het fragment op Athenaeum.nl.

 

Opzettelijke herhaling

Voordat mijn co-vertaler en ik bij de vertaling ‘Das Feuer ist noch kein Feuer’ uitkwamen, hebben we heel wat afgetobd. Het lijkt zo simpel, maar als je in het Duits vertaalt weet je dat herhaling van zelfstandige naamwoorden uit den boze is. Het Duits heeft de mogelijkheid om zelfstandige naamwoorden te vervangen door voornaamwoorden, en is dus minder aangewezen op de herhaling waarmee het Nederlands veel guller strooit. ‘Das Feuer, das noch keines ist.’ Dat had gekund, ware het niet dat de laatste zin van het hoofdstuk luidt: ‘Het vuur dat nog geen vuur is.’

Tussen die eerste en die laatste zin van het eerste hoofdstuk dat nog geen hele pagina beslaat wordt het beeld opgeroepen van een dreigende brand. Er is een geur, er is hitte en er is lekkende brandstof die precies op dit moment bezig is in vuur te veranderen: ‘Geen vuur nog, een wolk van hitte, zonder kleur, voorlopig onzichtbaar in het felle zonlicht van deze uitzonderlijk warme lentedag in Monte Carlo.’ Je ziet hoe de tekst gestructureerd is: tussen de eerste en de laatste zin staat, precies halverwege, de herhaling: ‘Geen vuur nog.’

Het vuur is nog geen vuur. Niet echt. [...]
Geen vuur nog, een wolk van hitte [...]
Het vuur dat nog geen vuur is.

Het verhaal wordt spiraalsgewijs opgeschroefd, en hoe verder je komt in de tekst hoe duidelijker het wordt dat de auteur steeds weer dezelfde formuleringen gebruikt, dat hij met opzet herhaalt. Zo begint enkele bladzijden verder hoofdstuk 5 met de zin: ‘Het vuur is nog geen vuur en de mensen wachten.’ Vervolgens wordt dat wachten beschreven, een hoofdstuk lang, voordat er weer een nieuwe scène inzet. Je kijkt als lezer als het ware mee met de zwenkende camera, je houdt je adem in, en ja hoor, in het laatste hoofdstuk van deel I kom je uit bij: ‘Ze hebben het raden naar de oorzaak, maar ze zien een dikke, zwarte rookpluim opstijgen […] en daaronder de wakkerende, rode steekvlam van wat onmiskenbaar een hels vuur is.’ Cirkel rond. De toon is gezet, en als vertaler probeer je dan de auteur te volgen. In dit geval hebben we ons dus zoveel mogelijk aan die herhalingen gehouden.

Das Feuer ist noch kein Feuer. Nicht wirklich. [...]
Noch kein Feuer, nur eine [...] Hitzewolke [...]
Das Feuer, das noch keines ist.

Gevoel

En dan zult u nu vragen, als u dit leest, waarom hebben jullie in de laatste zin niet ook geschreven: ‘Das Feuer, das noch kein Feuer ist’? Het blijft een kwestie van gevoel, van ritme, we vonden de zin gewoon sterker overkomen zonder de herhaling van het woord Feuer, indringender als het ware. En nu ik toch bij het gevoel ben beland, laat ik dan ook opbiechten dat ik zelfs bij het vertalen van Nescio een herhaling heb weggelaten waarover ik nog weleens ’s nachts wakker lig. Eerste ontroering heet de herinnering van de oud geworden schrijver, en gaat over een vijftienjarig jongetje dat in Artis op een bankje zit en beseft dat er een dichter in hem schuilt. Het stukje begint zo:

God erbarme zich over de cynici. Ik ben nu cynicus. Misschien was 't beter als ik maar heelemaal gek geworden was of overreden door de tram, wat dikwijls bijna gebeurd is. Vroeger was ik dichter. En als cynicus zeg ik: 't was geen lolletje, voor mij niet en voor niemand.

Wat een prachtig begin! En toch heb ik in de tweede zin het woord ‘cynicus’ weggelaten:

Gott erbarme sich der Zyniker. Auch ich bin jetzt einer. Vielleicht wäre es besser, ich wäre völlig verrückt geworden oder die Elektrische hätte mich überfahren, was oft genug beinahe geschah. Früher war ich Dichter. Und als Zyniker sage ich: Es war kein Spaß, weder für mich noch für sonst jemand.

In het Duits vond ik het sterker overkomen, juist zonder die herhaling, temeer omdat de cynicus in de laatste zin van die korte alinea al weer opduikt. Maar nu twijfel ik weer, heel Nescio-aans, zou ik bijna zeggen. Wat zegt u?

Christiane Kuby vertaalde eerder werk van Herman Koch [lees haar toelichting bij Sehr geehrter herr M.], Kader Abdolah, Jeroen Brouwers, Stephan Enter, Carl Friedman, Robert Haasnoot, Tomas Lieske en Helga Ruebsamen. Samen met Herbert Post vertaalde ze onder anderen Iki Freud, Peter Terrin, Jan Verplaetse en Josha Zwaan. Post vertaalde daarnaast solo werk van Ida Gerhardt.

Delen op

€ 19,50
€ 17,90
€ 12,50
€ 15,00
€ 9,99
€ 9,99
€ 9,99
MINDBOOKSATH : athenaeum