Djûke Poppinga over het vertalen van de eerste paragrafen van Mohamed Choukri's Gezichten

12 januari 2016
|

Wij vroegen Djûke Poppinga om een toelichting bij haar vertaling van Mohamed Choukri's Gezichten.

Gezichten is het vervolg op de wereldwijde bestseller Hongerjaren van de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri. Gezichten is net als Hongerjaren een associatieve roman, waarin de taal van de straat een belangrijke rol speelt. De lezer wordt meteen meegenomen in de wonderlijke, soms harde, soms vertederende wereld van de schrijver.

Wanneer de ervaring heftiger is dan het berouw, verdwijnt het schuldgevoel. In de ervaring die ik hier zal beschrijven, zal ik niet proberen mezelf vrij te pleiten of te veroordelen. Mezelf niet, maar ook anderen niet. Ik voel me als een zijderups die zich beweegt tussen uitzinnige vreugde en intens verdriet. Ik wens jou en mezelf alle goeds toe. Misschien gun ik alle andere klootzakken zelfs nog wel meer geluk dan mezelf. Ik ben niet bang voor de vervloekte, trieste dag van morgen, of ik nu alleen zal zijn, of in het gezelschap van de duivel.
De nacht van Tanger, die niet zolang geleden nog iets knaps en jeugdigs had, is een lelijke, oude vetzak geworden, besmeurd met uitwerpselen. Hij is veranderd in een opvliegende woesteling, waar niets vertrouwenwekkends meer van uitgaat. Ik weet dat hij alle beschuldigingen en verdachtmakingen tegen hem heeft afgeschud. Hij is de hoeder en bondgenoot van de misdaad, dat weet ik ook wel, en toch zal ik me niet helemaal tegen hem keren en zijn kameraadschap van vroeger niet verloochenen. Ik ben hem immers veel verschuldigd uit de tijd waarin hij mijn steun en toeverlaat was. Uit de tijd toen het leven nog wreed en beangstigend was. Ik zal zijn verdiensten niet ontkennen, maar ik zal me niet meer medeplichtig maken aan zijn afschuwelijke, meedogenloze misdaden tegen onschuldige mensen.

Cultschrijver

Volgens mij komt het zelden voor dat de aanvang van een boek zo veel zegt over wat er gaat komen als de eerste zinnen van Gezichten. Alle weemoed, verwarring, gekte, poëzie en humor die de verhalen kenmerken, liggen erin besloten. Gezichten is het derde deel van een autobiografische trilogie van de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri (1932-2003), die verder bestaat uit de romans Hongerjaren en Jaren van dwaling.

Eigenlijk is Gezichten geen roman, maar eerder een verzameling autobiografische impressies, herinneringen en bespiegelingen van Choukri’s leven in de Noord-Marokkaanse stad Tanger in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het nog een bruisende, kosmopolitische havenstad was. De romans hebben Choukri beroemd gemaakt als een van de cultschrijvers uit de periode toen Amerikaanse en Europese grootheden als Paul Bowles, met zijn entourage, Tennessee Williams, Jean Genet, Jack Kerouac en anderen in Tanger hun geruchtmakende avonturen beleefden.

Choukri groeide op aan de zelfkant van de stad en heeft daar ondanks zijn literaire status altijd vertoefd, trouw aan de kleurrijke figuren die zijn artistieke verbeelding vanaf het begin hebben geïnspireerd. Het rauwe realisme van zijn reflecties was vernieuwend in de Arabische literatuur, maar leverde hem niet alleen bewonderaars maar ook vijanden op, vooral in kringen van religieuze fatsoensrakkers.

Waardige afsluiting

Vanaf de eerste vijf zinnen van Gezichten wordt de lezer meegetrokken in de wonderlijke, soms harde, soms vertederende wereld van de schrijver. De personages die in Gezichten worden beschreven zijn geen vrienden of familieleden die een rol in Choukri’s leven hebben gespeeld. Het gaat meer om vluchtige ontmoetingen met stadsfiguren die een blijvende indruk op de schrijver hebben gemaakt.

De prostituee Fati, bijvoorbeeld, met wie hij over literatuur praat en die een voorliefde heeft voor Camus; de jonge Allaal die besluit zijn vader (een weduwnaar die zijn armen in de oorlog heeft verloren) in bad te bevredigen omdat hij anders misschien zal willen hertrouwen met een nieuwe echtgenote die er met de erfenis vandoor kan gaan; de schilderachtige, drankzuchtige cafébaas Baba Daddy die jarenlang in Bordeaux heeft gewoond en met zijn Franse vrouw naar Tanger is teruggekeerd; Hammadi de gokker, die bij voorkeur speelt met denkbeeldige tegenspelers, en de kluizenaar Ahmed en zijn broer Khaliel, een excentrieke kunstschilder die weigert zijn schilderijen te verkopen. Deze figuren worden met zoveel empathie beschreven dat de lezer al snel het gevoel krijgt dat hij deel uitmaakt van een exquise gezelschap van dolende zielen.

Gezichten is in meer dan één opzicht een waardige afsluiting van de trilogie. De bundel is geschreven in de associatieve, soms poëtische, soms harde stijl die we van Choukri kennen, hoewel ik de indruk heb dat de taal over het geheel iets milder en iets minder ruw is dan in Hongerjaren en Jaren van dwaling. Uit de anekdotes spreekt gevoel voor humor, psychologisch inzicht, een bijzonder vermogen voor het observeren en typeren van het alledaagse en het excentrieke, maar vooral een grote liefde voor ‘de mensen van de straat’. Maar Choukri probeert ook een balans op te maken. Hij ziet zonder schuldgevoel en zonder wrok terug op een bewogen leven, dat hij altijd heeft genomen zoals het kwam. Hij neemt niemand iets kwalijk, ook zichzelf niet, maar probeert vooral de warme, oprechte vitaliteit op te roepen die zijn omgang met de mensen heeft gekenmerkt.

De taal van de straat

Gemakkelijk was het vertalen van Gezichten niet. Juist door de ongepolijste, associatieve stijl was het soms moeilijk de toon te treffen die de schrijver wilde overbrengen. Grof zou ik zijn taalgebruik niet willen noemen, want daar is het te gevoelig voor; het is eerder de taal van de straat, die hij op een ontwapenend natuurlijke manier hanteert. Voor mij als vertaler was het een uitdaging die toon te vinden.

Het grootste gevaar is dat je vervalt tot een popularisering die de schrijver geen recht doet. Een woord dat Choukri veel gebruikt is ‘mal`oen’, dat letterlijk ‘vervloekt’ betekent. Uit de context is het duidelijk dat hij het woord niet altijd in deze letterlijke betekenis gebruikt, maar het is niet altijd eenvoudig vast te stellen wat hij er precies mee bedoelt. Het heeft niet alleen de betekenis van ‘slecht’, maar ook van ‘tot mislukking gedoemd’. Soms moet je je als vertaler neerleggen bij een compromis. Dat is het onontkoombare ‘vertalersverdriet’.

Djûke Poppinga is literair vertaalster van het Arabisch naar het Nederlands. Daarnaast werkt ze als docent Arabische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Delen op

€ 16,95
MINDBOOKSATH : athenaeum