Eerste alinea's uit Nicola Lagioia's De wreedheid, vertaald door Els van der Pluijm

16 maart 2016
| | | |

Els van der Pluijm vertaalde Nicola Lagioia's La ferocia (Premio Strega 2015) als De wreedheid. Wij vroegen haar haar vertaling toe te lichten.

Gli allocchi tracciavano nell'aria lunghe linee oblique. Planavano fina a sbattere le ali apochi palmi dal suolo, in modo che gli insetti, spaventati dalla tempesta di arbusti e foglie morte, venissero allo scoperto decretando la propria stessa fine. Un grillo disallineava le antenne su una foglia di gelsomino. E impalpabile, tutt'intorno, simile a una grande marea sospesa nel vuoto, una flotta di falene si muoveva nella luce polarizzata della volta celeste.
Identiche a se stesse da milioni di anni, le piccole creature dalle ali pelose erano tutt'uno con la formula che garantiva la stabilità del loro volo. Attaccate al filo invisibile della luna, perlustravano il terrritorio a migilaia, ondeggiando da un lato all'altro per evitare gli attacchi dei rapaci. Poi, come accadeva ogni notte da una ventina d'anni, alcune centinaia di unità staccarono i contatti con il cielo. Credendo di avere ancora a che fare con la luna puntarono i faretti di un piccolo gruppo di ville. Avvicinandosi alle luci artificiali, l'inclinazione autrea del loro volo si spezzava. Il movimento diventava un'ossessiva danza circolare che solo la morte poteva interrompere.

Bosuilen trokken lange schuine banen door de lucht, scheerden vlak boven de grond, zodat de insecten, geschrokken van die werveling in de struiken en dode bladeren, tevoorschijn kwamen en daarmee zelf hun einde bezegelden. Een krekel wiebelde met zijn voelsprieten op een jasmijnblad. En overal rondom, ongrijpbaar, als een enorme vloedgolf die in de leegte bleef hangen, een hele vloot nachtvlinders in het gepolariseerde licht van het hemelgewelf.
Al miljoenen jaren lang identiek aan zichzelf, vielen die beestjes met hun pluizige vleugels volkomen samen met de formule die de stabiliteit van hun vlucht garandeerde. Aan de onzichtbare draad van het maanlicht speurden ze met duizenden tegelijk hun territorium af, golfden ze van de ene kant naar de andere om de aanvallen van roofvogels te ontwijken. Toen verbraken er een paar honderd hun contact met de hemel, zoals dat al zo’n twintig jaar lang elke nacht weer gebeurde. In de veronderstelling dat ze nog steeds met de maan van doen hadden, vlogen ze op de schijnwerpers van een groepje villa’s af. Bij het naderen van die kunstmatige lichtbronnen brak de volmaakte boog van hun vlucht af. Hun beweeglijkheid werd een bezeten rondedans waar alleen de dood een eind aan kon maken.

Een beeld  waarin de contouren van het verhaal zich al aftekenen, geruisloos, geheimzinnig, onafwendbaar. Lagioia schrijft in beelden, het door hem geschilderde landschap rondom Bari speelt een hoofdrol, de verwoesting van de Gargano met zijn prachtige kust houdt gelijke tred met de ondergang van de familie Salvemini, de verhoudingen tussen de gezinsleden zijn af te lezen aan de inrichting van het huis, aan de tuin, aan de kleding die de bewoners dragen, de gerechten die ze eten. De zwermende nachtuilen komen we meteen in het begin van het boek tegen. Die naargeestige, griezelige invasie zet de toon voor de manier waarop het verhaal zich verder zal ontwikkelen.

Het vertalen van dit fragment – en van vele andere – kostte me de nodige hoofdbrekens. Het is een aansprekend beeld, de griezelige, wriemelende insecten roepen al snel een lichte weerzin op, staan voor iets duisters, iets dreigends. Het lastige was om het tamelijk nuchtere, min of meer exacte woordgebruik vast te houden maar het tegelijkertijd die onheilspellende lading te geven. Lagioia kiest wel vaker voor dit soort taal – bijvoorbeeld voor ervaringen met drugs, of voor de kunstgrepen waarmee Clara’s dode lichaam toonbaar wordt gemaakt – en dat stelde mij als vertaler voor de opgave om die technische beschrijvingen dezelfde poëtische gelaagdheid te geven als de auteur. Afgezien van het zoeken naar woorden voor de vaak uiterst subtiele psychologische overpeinzingen, was dat voor mij de grootste uitdaging.

De verrotting tast alles aan

Er loopt een naakt, bebloed meisje midden op de weg. Om haar te ontwijken, geeft een vrachtwagenchauffeur een fatale ruk aan zijn stuur en belandt hij tegen de vangrail, om in het ziekenhuis bij te komen zonder rechterbeen.

Met dit schokkende tafereel sleurt Lagioia ons mee in de geschiedenis van Bari en omstreken, steeds verder de fuik in van de alledaagse verloedering. Hij schetst situaties, mensen, verhoudingen, maar nooit rechtstreeks, altijd als kleurvlekken die pas gaandeweg, uit de verte, binnen een groter geheel betekenis krijgen, wat natuurlijk het nodige van de lezer vraagt. Door de manier waarop de verschillende personages worden neergezet, gaan we heel langzaam begrijpen wat ze met elkaar te maken hebben.

De firma Salvemini Vastgoed raakt steeds onontwarbaarder verstrikt in milieuregelgeving, aanbestedingsprocedures, alle mogelijke soorten belangenverstrengeling. Ook voor Salvemini’s vrouw en kinderen is er geen ontkomen aan. Zelfs na haar dood wordt Clara, de oudste dochter, ingezet als onderpand van het pact dat haar vader met verschillende onfrisse kopstukken van de regio probeert te sluiten.

Het griezelige is dat Salvemini tot op het laatst denkt dat hij het goede doet: het is toch allemaal voor zijn vrouw en kinderen, hij schept toch werkgelegenheid, hij kan er toch niets aan doen dat andere lieden ’s nachts chemisch afval komen storten? De verrotting tast alles aan, vooral ook de onderlinge verhoudingen, alles krijgt een bijsmaak.

Grote terughoudendheid

Die teloorgang krijgt met name gestalte in de relatie tussen Clara en haar jongere halfbroer Michele, zoon van een minnares van Vittorio die bij de bevalling is overleden. De hechte band tussen zus en halfbroer wordt door Lagioia met grote terughoudendheid beschreven, bijvoorbeeld als ze samen kijken naar de kaart van de sterrenhemel die in Micheles kamer hangt, of als Clara naar Engeland wordt gestuurd om de taal te leren en Michele haar helpt pakken.

Daarom gaf het vertalen van dit boek uiteindelijk zo veel voldoening, al heb ik af en toe diep gezucht bij het zoeken naar beelden die de originele taalrijkdom van de auteur recht doen. Ik houd ervan als er veel aan de lezer zelf wordt overgelaten, als details met liefde en precisie worden uitgewerkt zodat de lezer instrumenten in handen heeft om zijn eigen conclusies te trekken. Lagioia betrapt zijn personages, krabt zorgvuldig hun beschermlagen weg, tot ze in al hun kleinzieligheid maar ook kwetsbaarheid voor ons staan.

Het is een verschrikkelijk Italiaans verhaal, filmisch, tragisch, intelligent. De meeste personages zijn smoezelig en corrupt tot op het bot. Maar de beeldentaal is volkomen oorspronkelijk, verrassend, uitdagend. Lagioia heeft een heel eigen stem die terecht is beloond met de Premio Strega 2015 en hopelijk ook hier in Nederland zal worden gewaardeerd.

 

Els van der Pluijm vertaalde eerder werk van Simonetta Agnello-Hornby, Niccolò Ammaniti, Roberto Calasso, Federico De Roberto, Gianni Farinetti, Elena Ferrante, Paolo Maurensig, Margaret Mazzantini, Alberto Moravia, Michela Murgia, Salvatore Niffoi, Ugo Riccarelli, Paolo Sorrentino en Italo Svevo.

Delen op

€ 24,90
€ 19,99
€ 35,95
€ 59,95
€ 17,50
MINDBOOKSATH : athenaeum