De eerste zin(nen) van Régis Jauffrets Wereld, wereld!, vertaald door Martin de Haan & Rokus Hofstede

08 maart 2016
| | | | |

Régis Jauffret werd in 1955 in Marseille geboren. Hij heeft meer dan twintig romans op zijn naam staan. Voor de roman Univers, univers kreeg hij in 2003 de Prix Décembre, een prijs die in literaire kringen tegenwoordig meer prestige heeft dan de Prix Goncourt. In het Nederlands verscheen eerder bij De Arbeiderspers de roman Gekkenhuizen! (2008). We vroegen vertalers Martin de Haan & Rokus Hofstede hun vertaling Wereld, wereld! (nu genomineerd voor de Europese Literatuurprijs) toe te lichten.

Vous vous souvenez de votre enfance. Votre mère aux cheveux filasse, au teint rouge, qui criait après vous toute la journée comme un paysan du Paraguay après sa bourrique. Et votre père écrasé devant le téléviseur, marmonnant des imbécillités contre les personnages qui barbotaient à l’intérieur de l’écran. Vos résultats scolaires étaient médiocres, affligeants, à moins que vous fassiez partie de la race des premiers de la classe avec leur intelligence adaptée au cerveau rase-mottes des enseignants qui gambadaient sur l’estrade comme des macaques.

U herinnert zich uw kindertijd. Uw vlasblonde moeder, die de godganse dag tegen u liep te schelden als een boer uit Paraguay tegen zijn ezel. En uw vader, uitgezakt voor het tv-toestel, onnozelheden mompelend tegen de personages die rondspartelden binnen in de kijkdoos. Uw schoolresultaten waren matig, bedroevend, tenzij u deel uitmaakte van het ras der besten-van-de-klas, van wie de intelligentie was afgestemd op het laagvliegende brein van de onderwijzers die op de verhoging voor het bord heen en weer stonden te springen als bavianen.

Blunder

Wacht eens. Lezen we dat goed? ‘Votre mère aux cheveux filasse, au teint rouge, qui criait après vous toute la journée comme un paysan du Paraguay après sa bourrique.’ Waar is die teint rouge uit de tweede regel gebleven? Zijn we die soms vergeten te vertalen?

Hoe minder je erop bedacht bent, hoe kolossaler de blunder. Al in december 2005 is deze openingspassage voorgepubliceerd in het Vlaamse literaire tijdschrift Deus Ex Machina, dat toen met een special over nieuw Frans proza kwam. Destijds hebben we onze vertaling van het fragment vijf keer over en weer laten gaan, zoals we plegen te doen wanneer we als duo vertalen, zonder dat die weggevallen gelaatskleur ons is opgevallen. In de daaropvolgende tien jaar zijn we, tussen andere bedrijven door, blijven werken aan Wereld, wereld!, maar over die opzichtige omissie hebben we heengekeken, en behalve wij ook de persklaarmaker. ‘Uw vlasblonde, hoogrode moeder, die de godganse dag tegen u liep te schelden als een boer uit Paraguay tegen zijn ezel,’ had daar kunnen staan, had daar moeten staan.

Nog een geluk dat dit de enige vertaalfout is in een boek van ruim 140.000 woorden!

Verbeelding op drift

Waar komt trouwens die boer uit Paraguay vandaan? Desgevraagd verklaarde Régis Jauffret in het dagblad Libération dat hij nooit in Paraguay is geweest, dat hij zelfs nauwelijks de deur uitkomt. Wat hem niet belet om in zijn schrijven een soort pathologische reiswoede aan den dag te leggen, voortdurend wegen af te breken die nog maar net zijn ingeslagen, als iemand die op drift is in zijn eigen verbeelding. En een op drift geraakte verbeelding, dat is ook waar het hoofdpersonage van Wereld, wereld! mee behept is.

Een vrouw heeft een lamsbout in de oven gezet en wacht tot haar man thuiskomt. Die avond krijgen ze gasten. Morgen gaan ze eten bij de Pierrots. Zoals altijd zullen ze een duik in hun zwembad moeten nemen voordat ze aan tafel mogen.

Dat is het uiterst dunne stramien van de roman. Hoe slaagt Jauffret erin die vrouw zeshonderd bladzijden lang haar keuken niet uit te laten komen? Door haar een onbegrensde hoeveelheid levens toe te kennen. De vrouw verandert voortdurend van naam, van vader, van moeder, van echtgenoot, van kinderen, van geslacht, van vrienden, van beroep, van verleden, van heden, van toekomst – van leven. De vrouw verstikt tussen de al te nauwe muren van haar appartement, haar verbeelding – of de verbeelding van de schrijver aan wie zij haar leven dankt – gaat met haar aan de haal.

‘Die vrouw voor haar oven bestaat nergens anders dan in deze roman, alle andere werelden zijn voor haar gesloten. Maar aangezien ze niet bestaat, ben ik het die nu al een poos in dat appartement rondsluipt, die op het terras gaat zitten, die de lamsbout inspecteert en wacht op die man die ik evenzeer ben als de onwaarschijnlijke bovenburen, de benedenburen met hun krankzinnige zoon, om nog te zwijgen van de verder verwijderde of ronduit verre buren. Ik ben de stad, de wereld, ik omring de wereld als een vlies, een vruchtvlies.’

De verbeelding die Wereld, wereld! voortstuwt is als een uitzaaiing, en aan het eind van vrijwel elk levensverhaal wacht de dood. Nauwelijks staat een leven in de steigers of die steigers worden alweer afgebroken, een paar alinea’s wikkelen een bestaan af, conform het genre van de microfiction, zoals Jauffret zelf zijn ultrakorte verhalen noemt.

Jauffret schreef met Wereld, wereld! geen roman over identiteitsverlies en waanzin bij een Parijse bourgeoise van middelbare leeftijd. Hij moet het niet hebben van psychologisch realisme, maar misbruikt zijn vrouwelijke hoofdpersoon voor zijn eigen maniakale vertelbehoeften. Zolang zij fabuleert kan hij blijven schrijven, zolang hij fabuleert kan zij haar achtereenvolgende levens blijven leven. En in die literaire mallemolen wordt iedereen meegesleurd, schrijver, personages en lezers.

Grote vrijheden en vermeden fouten

En vertalers. Bij het trage maar gestage werken aan Wereld, wereld! hebben we ons vooral toegelegd op het behoud van de vaart en beknoptheid die kenmerkend zijn voor het genre van de ‘microfictie’, en op pogingen om de vaak hilarische, uitgesponnen metaforen die Jauffret hanteert niet te laten ontsporen (een willekeurig voorbeeld: ‘Haar moeder was misschien een hoogpotige furie, of anders was ze klein, droevig, ernstig zelfs, met een lange, dunne mond, als een loopgraaf waaruit elk moment een peloton versleten, met brandewijn gedopeerde soldaten kon opduiken voor een laatste stormaanval.’).

Om de vertaling niet topzwaar te maken en hulpwerkwoorden spaarzaam in te zetten, hebben we ons grote vrijheden veroorloofd bij de weergave van de in het Frans voortdurend wisselende werkwoordstijden. En we hebben elkaar kunnen behoeden voor elementaire instinkers als de uitdrukking ‘avoir mal au coeur’, die niet duidt op ‘pijn in de hartstreek’, laat staan op ‘hartzeer’, maar gewoon op misselijkheid. Al hebben we dan, nostra maxima culpa, die hoogrode moeder over het hoofd gezien.

In de romanwereld van Jauffret barst de werkelijkheid continu uit zijn voegen, wordt het pact met de lezer voortdurend opgeblazen. Kan die lezer zoveel vrijheid aan? Waren zijn schoolresultaten matig, bedroevend zelfs, of maakte hij deel uit van het ras der besten-van-de-klas? Als de lezer de delirische onzekerheid waarin hij door Régis Jauffret wordt ondergedompeld kan verdragen, en als hij kan genieten van diens vrolijke grimmigheid, dan is Wereld, wereld! misschien voor hem geschreven – en vertaald.

Martin de Haan (1966) en Rokus Hofstede (1959) opereren sinds het jaar 2000 regelmatig als vertaalduo. Samen tekende zij voor vertalingen van onder meer Vivant Denon, Émile Zola en Julio Cortázar. In 2015 voltooiden zij een nieuwe vertaling van Prousts Du côté de chez Swann, getiteld Swanns kant op - lees hun toelichting bij de eerste zin op Athenaeum.nl. Van Régis Jauffret vertaalden zij de romans Gekkenhuizen! en Wereld, wereld!. Zie ook hofhaan.nl en facebook.com/Wereldwereld/.

Delen op

€ 29,99
€ 13,99
€ 13,50
MINDBOOKSATH : athenaeum