De eerste zinnen van Bov Bjergs Auerhaus, vertaald door Anne Folkertsma

07 februari 2017
| | |

Een slaperig Zuid-Duits dorpje, begin jaren tachtig. Na de zelfmoordpoging van Frieder gaat een stel vrienden vlak voor het eindexamen met hem samenwonen. Ze beginnen een commune in het vervallen huis van zijn opa: Auerhaus. Het hele leven daar trekt aan de lezer voorbij. Het is een anarchistische bende. De vrienden doen alles anders, vinden de wereld en zichzelf opnieuw uit, en hun dorpsgenoten krabben vaak achter hun oren. Aan de keukentafel wordt eindeloos gepraat, om erachter te komen waarom Frieder het heeft gedaan en om te verhinderen dat hij het opnieuw probeert. We vroegen Anne Folkertsma om haar vertaling van Bov Bjergs Auerhaus toe te lichten.

Vera leuchtete runter. Auf den Stufen lag Frieder.
Ich: »Weint er?«
Vera: »Er lacht.«
Frieder lag auf dem Rücken, den Kopf treppauf. Unter der Bommelmütze kniff er die Augen zusammen. Er kicherte: »Ich hab’s gemacht! Ich hab’s gemacht!«
Ich stieg über ihn rüber, nach unten. Aus den Sohlen seiner Stiefel bröckelte der Schnee. Unten an der Treppe lag die Axt.

Vera scheen naar beneden. Op de trap lag Frieder.
Ik: ‘Huilt hij?’
Vera: ‘Hij lacht.’
Frieder lag op zijn rug op de trap, met zijn hoofd omhoog. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes onder zijn wollen muts. Hij grinnikte: ‘Ik heb het gedaan! Ik heb het gedaan!’
Ik stapte over hem heen naar beneden. Uit de zolen van zijn laarzen vielen brokjes sneeuw. Onder aan de trap lag de bijl.

Auerhaus begint in medias res. Waarom schijnt Vera naar beneden? Waarom ligt Frieder op de trap? Waarom huilt hij? Wie is Vera? Wie is ik? En wie is Frieder? Waar is hij zo tevreden mee? En wat heeft hij met die bijl gedaan?

Stijl

Meteen is duidelijk dat de Duitse auteur en cabaretier Bov Bjerg van klare, ritmische taal houdt. Hij gebruikt korte zinnen waarin geen woord te veel staat. Na het vertalen kwam het reduceren van mijn tekst dan ook op plaats twee. Maar tegelijkertijd houdt Bjerg van herhaling. De beginscène komt verderop letterlijk terug, net als meer in het boek. Voorwerpen als de bijl en de muts, ideeën waarover vurig gediscussieerd wordt, maar vooral woorden, stopwoorden en zelfs echte jeukwoorden keren telkens terug. Het handhaven van herhalingen in de vertaling was uiteindelijk dus al even belangrijk als de reductie.

Licht

Op basis van de samenvatting hierboven zou de lezer misschien niet verwachten dat Auerhaus een warm en licht boek is, maar dat is het wel. Speels, grappig, rebels en tegelijk confronterend – ze gooien hun kont tegen de krib, het gaat om wat ze met hun leven moeten of willen, om pret maken samen, maar ook om de dood. En er worden verrassende vragen gesteld: kan literatuur je leren leven zoals je kunt leren vliegen in een vluchtsimulator of heeft Frieder gelijk en is literatuur ‘het papier waarmee iedereen zijn reet afveegt’?

Ontvangst

Auerhaus is een roman die veel Duitse lezers al diep raakte. De ene criticus bestempelde de roman als het verhaal van zijn eigen jeugd, de ander juist als het universele verhaal van dé jeugd, een derde begon over de contrasten tussen platteland en grote stad en tussen jong en oud, en een vierde noemde Bjerg een nieuwe Salinger.
Die verschillende duidingen vond ik frappant. Een roman waar iedereen iets in herkent, is als een portret dat elke toeschouwer aankijkt. Waar komt dat door? Daar moest ik als vertaler achter zien te komen. Het gaat er tenslotte uiteindelijk om dat de vertaling op de Nederlandse lezer hetzelfde effect heeft als het origineel op de Duitse en dus even open is voor interpretatie. Vanwege de reacties op Auerhaus heb ik ondanks de ogenschijnlijke eenvoud van de tekst lang nagedacht over aspecten van de vertaalstrategie. Moeten de personages bijvoorbeeld de taal van de jaren tachtig spreken of juist die van de jeugd van nu?

Wat wil de auteur?

Ik was er nog niet uit wat het uiteindelijke resultaat moest worden en had in mijn vertaling nog veel varianten staan met schuine strepen ertussen, toen de nieuwsgierige auteur me mailde: of ik niet nog vragen had? Via e-mail en telefoon volgde intensief contact over context en woordspel, daarna ontmoetten we elkaar. We raakten niet uitgepraat. Bjerg schoot hard in de lach toen ik hem toevertrouwde dat ik zo blij ben nu eens een levende auteur te vertalen. Maar ik was bloedserieus.
Bij het vertalen van romans uit het interbellum, wat ik jaren heb gedaan, kon ik nooit bij ‘mijn’ auteur te rade gaan: Hans Fallada was al overleden. Ik dook in archieven en boeken, zocht eindeloos op internet, ging straatslijpen op de plaats van handeling. Maar zelfs al maak je in je vertaling keuzes op basis van veel research, je zult nooit weten of de auteur ermee instemt.
Het contact met mijn eerste levende auteur, Kat Kaufman, over haar poëtische, jazzy debuut Eiland van jou was vluchtig: we sloegen wat piketpaaltjes, ik stelde een paar vragen. Toen voelde ik welke keuzes ik moest maken en zij liet me vrij.

Het contact met Bov Bjerg was veel intensiever. Hij gaf duidelijk aan wat hij wilde en dat woog voor mij zwaarder dan alle interpretaties van lezers en critici. Bjerg heeft naar eigen zeggen gezocht naar een zo universeel mogelijke taal, zonder dialect of gedateerde woorden.
Dus zo heb ik Auerhaus geprobeerd te vertalen: in omgangstaal, zo los mogelijk van plaats en tijd. Bijzondere aandacht besteedde ik aan de stopwoorden van de verteller, Höppner - egal, irgendwie, ziemlich, quasi - omdat die hem typeren. Ik heb ze zelfs geturfd en origineel en vertaling op dat punt digitaal vergeleken om niet onbewust te variëren.
Als het goed is, schuurt de vertaling daardoor lekker, en heb ik net genoeg geschrapt – zo heeft de Bommelmütze in de opening na overleg met de auteur in het Nederlands geen pompon (Bommel) meer om de vaart erin te houden.
Hopelijk voelen lezers zich thuis in het Auerhaus, net als ik, moeten ze glimlachen, raakt het boek ze én zet het ze aan het denken.

Anne Folkertsma (redacteur/vertaalster) vertaalde vóór Bov Bjerg In mijn vreemde land en Een waanzinnig begin van Hans Fallada, na het herzien van een drietal vertalingen van die auteur, en de graphic novel Hans Fallada. De drinker van Jakob Hinrichs. Bovendien schreef ze de biografie Hans Fallada. Alles in mijn leven komt terecht in een boek. Ook vertaalde ze Ernst Haffner, waarvoor ze in 2015 de aanmoedigingsprijs van de Kunststiftung Nordrhein-Westfalen ontving, en Kat Kaufmann. Nu werkt ze aan Zakelijk bericht over het geluk een morfinist te zijn van Fallada en met Izaak Hilhorst aan Philipp Winklers Hool.

Delen op

€ 19,99
€ 9,99
€ 19,50
€ 29,99
€ 9,99
€ 17,50
€ 18,99
€ 10,50
€ 27,50
MINDBOOKSATH : athenaeum