Dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen

19 juni 2017
| | | | | | | |

Bij de opening van een nieuwe juridische afdeling op Athenaeum Roeterseiland, vooruitlopend op de verhuizing van de Faculteit der Rechtsgeleerheid naar het Roeterseiland, sprak Christiaan Weijts de aanwezigen toe. Over pilotsblurring, misdaad, literatuur en straf.

Bij de opening van een nieuwe juridische afdeling op Athenaeum Roeterseiland, vooruitlopend op de verhuizing van de Faculteit der Rechtsgeleerheid naar het Roeterseiland, sprak Christiaan Weijts de aanwezigen toe. Over pilotsblurring, misdaad, literatuur en straf.

Geachte aanwezigen,

1.

Het spreekt voor zich dat ik u niet hoef uit te leggen dat u zwaar in overtreding bent.

Niemand in deze ruimte, tjokvol juristen, hoef ik immers te herinneren aan de uitspraak van de rechtbank in Zwolle in de zaak tegen Boekhandel Waanders, op 31 maart vorig jaar. De rechter oordeelde toen dat alcoholische drank in die winkel voortaan uit den boze was, en motiveerde dit als volgt:

‘De Drank- en Horeca-Wet heeft niet alleen tot doel om de volksgezondheid te beschermen, maar strekt er tévens toe om het inzicht van de ondernemers te versterken en beoogt een bedrijfsvoering die bijdraagt aan een verantwoorde drankverstrekking.’

En kijk hier eens. Het lijkt wel een café, en dat is precies niet de bedoeling. Een enkeling van u heeft in het verweer geopperd: nou, er is hier voor 150 man cava ingeslagen, dat is exact, maar dan ook exáct, wat ik versta onder een ‘verantwoorde drankverstrekking’.

2.

Anderen menen zich te kunnen beroepen op de uitspraak van de kortgedingrechter in Den Haag die in juli 2016 bepaalde dat de pilot om drank te verkopen en schenken in andere dan de daartoe geëigende gelegenheden toch zou zijn toegestaan.

Een wijntje bij de kapper, een biertje bij de keurslager, gin-tonicje bij de groenteboer, en nog snel een breezertje bij de bakker… We zijn allemaal getuige geweest van de zegeningen van deze pilot.

Nooit eerder begonnen ijverige huismoeders en vlijtige huisvaders zo enthousiast aan hun dagelijkse boodschappenrondje, en nooit eerder stonden er om halfdrie al zovele ouders lallend, starnakel, straallazarus aan de schoolhekken, waarna de bakfietsen over de grachten en over de tramrails zwalkten, áls die papa’s en mama’s de weg naar huis nog wel wisten te vinden, want niet zelden eindigden deze dollemansritten in geheel andere bedden dan die waaruit zij, nog vroeg in de ochtend, gewekt waren door hun onfortuinlijk gedupeerde kroost.

O, die goddelijke pilot. Die prachtpilot, die een mengvorm moest brengen van winkel en horeca, of zoals het in de volksmond is gaan heten: blurring.

Blurring, pilot: het is dat mijn bevoegdheid zich niet uitstrekt tot het domein van de taal anders had ik al die anglofiele beleidsbobo’s en andere tienderangs-sjacheraars die louter nog Engels praten allang laten verhangen.

Ik heb u horen piepen: ‘Het is maar een pilot, edelachtbare.’ Ja, en van die kortgedingknor in Den Haag mocht het allemaal. Stel dat dit onderdeel van uw verweer steekhoudend zou zijn – en ik zeg hier met nadruk stél – dan is het alleen al ongeldig omdat uw zogenaamde pilot slechts liep tot april 2017. Kijkt op uw scheurkalender en huivert. 15 juni. Al tweeëneenhalve maand is deze zuipkeet in overtreding.

3.

Ik zou dat, als rijdende rechter van het Roeterseiland, allemaal nog door de vingers kunnen zien en kunnen volstaan met een voorwaardelijk fopstrafje, ware het niet dat hier, subsidiair, een vergrijp bovenop komt, dat veel kwalijker is dan een slok of een borrel.

Het is namelijk ten principale zeer onjuist dat u hier bent. Jazeker, het was beter als u hier niet was geweest. En nee, dat bedoel ik niet existentialistisch of anderszins filosofisch. Neen, ik bedoel niet te zeggen: Das Allerbeste ist  nicht geboren zu sein. Das Zweitbeste ist bald zu sterben. Nee, dat bedoel ik allemaal niet, ook al is het een waarheid als een os.

Nee, ik bedoel het, in deze uitspraak, heel praktisch en heel letterlijk: een jurist hoort niet thuis op het Roeterseiland. Maar wel in de Oudemanhuispoort. Dat u straks verhuist en dat daarom deze juridische afdeling wordt geopend van boekhandel Athenaeum (die overigens een voortreffelijke boekhandel is) is ooit besloten door het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam.

En ik zal u precies vertellen wat ik van dat besluit vind. Het is in elk geval teleologisch, dat wil zeggen, het werkt naar een doel toe. En, laat ik het maar gewoon zeggen, het is infaam en het is abject. Ja, dat zeg ik over een Collegebesluit.

Waarom is het zo infaam en zo abject? Welnu, vooral omdat in de Oudemanhuispoort al sinds 1879 een dagelijks boekenmarktje bestaat. Dat doet zijn naam wel eer aan trouwens. Het stikt er van de oudemannetjes die hun vergeelde boeken verpatsen, en van de dito kereltjes die er langs komen om wat te sneupen.

4.

Boeken en het recht horen bij elkaar. Literatuur en het recht horen bij elkaar. Een aantal jaren terug was er een van die vele leesonderzoeken, en daaruit bleek dat de beroepsgroep met de meeste veellezers die van de rechterlijke macht was.

Bij mijn eerste boekpresentatie, van Art. 285b, heb ik een Leids hoogleraar en voormalig raadsheer gevraagd een praatje te houden. Wijlen professor Hans Nieuwenhuis.

Hem had ik een paar jaar eerder geïnterviewd voor het universiteitsblad Mare, in een rommelig kamertje, vol vuilniszakken, boekenkasten en een verloren Pulp Fiction-poster. Ik heb het interview gisteren weer eens teruggelezen, en ben nog steeds geraakt door wat Nieuwenhuis zegt. Hij gaf een college over literatuur voor geïnteresseerde rechtenstudenten, een klein, Secret History-achtig clubje, waar hij ook fietstochtjes mee maakte. Onder andere hieruit kwam zijn boekje Orestes in Veghel voort.

Nieuwenhuis zegt in het interview: ‘Eigenlijk behandel ik de antieken die iedere echte jurist gelezen zou moeten hebben. Eeuwenlang was dat ook zo. In heel Europa had iedere jurist de Antigone gelezen.’ Niet dat hij nu terug wil naar de situatie dat elke jurist Latijn kende, maar literatuur kan volgens hem beter inzicht verschaffen in wat hij ‘de tragische kern van het recht’ noemt.

Een recent voorbeeld: in 1999 richt een zeventienjarige Turkse jongen een bloedbad aan in een school in Veghel, in opdracht van zijn vader: eerwraak. Nieuwenhuis: ‘In die zaak kwam een transcultureel psychiater aan het woord. Maar als het gaat om het invoelen van het drama, het emotieve element, dan heb je uiteindelijk meer aan de Oresteia dan aan het deskundige oordeel van de psychiater.’

Nieuwenhuis vervolgt: ‘Een belangrijke component van het recht is het begrip rechtsgevoel. Dat ontwikkel je niet door iemand een compendium of een pak stencils te geven, maar door literatuur van dit type. Uiteindelijk leer je van Misdaad en Straf meer dan van een compendium.’

Recht en literatuur dragen volgens Nieuwenhuis beide toe aan hetzelfde doel: civilisatie. ‘En dan in de engere betekenis van inburgering in de rechten en plichten in de samenleving. Ik denk dat ons idee van literatuur en drama puur als ontspanning betrekkelijk recent is. Naar de tragedies van Sophocles gingen mensen destijds niet heen vanwege een leuk avondje uit. Dat had een veel diepere betekenis.’

Kijk, in Leiden begrijpen ze dat. Maar Amsterdam is nog niet verloren. Zelfs niet als ze bij Artis om de hoek komen wonen.

5.

Veel goede literatuur gaat altijd over een misdaad, en is een botsing tussen twee morele systemen of tussen twee rechtssystemen. Moet Antigone haar broer begraven en dus haar eigen geweten trouw zijn, of de staatswetten gehoorzamen, die de begrafenis juist verbieden? Moet Sebastiaan Steijn uit Art. 285b trouw zijn aan deze nieuwe wet of aan zijn hartstocht?

Of neem Ian McEwan The Children Act. Die McEwan had eens etentje waar ook rechters bij waren, eentje had een aantal van zijn vonnissen gebundeld. McEwan: ‘Deze vonnissen maakten de indruk van korte verhalen, van novellen.’

Centraal in The Children Act staat deze casus. Een jongen bijna achttien heeft leukemie. Zijn ouders zijn Jehova’s en willen niet ingrijpen.  Er is een zaak aangespannen door het ziekenhuis dat de levensreddende bloedtransfusie wil toedienen.  Maar de vader zegt: ‘'De vermenging van ons eigen bloed met het bloed van een dier of een ander mens is vervuiling, is besmetting.’

Opnieuw: botsing van morele systemen. Een jurist kan via literatuur meer inzicht krijgen in de menselijke kant van zo’n botsing.

Maar niet alleen juristen, rechters, advocaten, ook de daders hebben iets aan literatuur.

Dat zagen we een aantal jaren terug in België, waar een rechter een alternatieve straf oplegde aan een snelheidsduivel, namelijk het lezen van de roman Tonio van Adri van der Heijden.

Ja, laten we mensensmokkelaars voortaan Tommy Wieringa laten lezen, en alcoholisten het verzameld werk van Connie Palmen. De literatuur als strafwerk.

Nee, natuurlijk niet, je moet er vanzelf mee in aanraking komen, in de wandelgangen. Dat gebeurde precies in de Oudemanhuispoort.

Maar gelukkig is ook hier in het filiaal van Roeterseiland literatuur te vinden. Sterker nog, je vindt er ook de meer recente literatuur, anders dan in de Oudmanhuispoort. Dat zijn verzachtende omstandigheden.

Toch zal het onmogelijk zijn u op alle punten zomaar vrij te spreken. Anders had ik hier net zo goed niet kunnen opdraven, zoals Gerard Reve eens zei. Of eigenlijk schreef hij: als er geen mooie jongens op je begrafenis komen, dan had je net zo goed niet dood hoeven gaan. Nou ja, dat geldt hier dus ook ongeveer, als u mij nog volgt, en anders bewijst dat des te meer dat u meer zult moeten lezen.  

6.

Ik ga u, voor al uw stoutmoedige vergrijpen, een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. En wel eentje met als bijzondere voorwaarde dat u zich, ook straks op deze nieuwe locatie van uw juridische faculteit, blijft inspannen voor het lezen van literatuur door uw studenten.

Als buitengewoon ambtenaar van de rechterlijke macht veroordeel ik u tot het verplichten van romans, novellen en gedichten in het curriculum van de opleiding, met een zwaarte van minimaal 2 (twee) ECTS.

Als aanvullende voorwaarde stel ik hierbij dat u zelf minstens twee literaire werken per maand zult lezen, met een minimum van 5 (vijf ) Nederlandstalige romans op jaarbasis.

Voorts veroordeel ik Athenaeum Boekhandel tot het te allen tijden in voorraad hebben van een ruimte hoeveelheid literair werk in dit filiaal, met een minimum van één titel van Christiaan Weijts.

Ten slotte stel ik vast dat het primair ten laste gelegde, de overtreding van de Drank- en Horeca-Wet, in het licht van het voorafgaande mierenneukerig geknies is, en dat we dit voor het gemak even vergeten, zoals we straks ook maling zullen hebben aan de Winkelsluitingswet. Ik gelast dan ook dat wij gezamenlijk het glas heffen op deze voortreffelijke boekhandel.

Dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen.

MINDBOOKSATH : athenaeum