Over het gedicht waarmee Junichiro Tanizaki zijn De brug der dromen opent, vertaald door Jos Vos

13 december 2018
| | | |

Junichiro Tanizaki was een van de voornaamste Japanse auteurs van de twintigste eeuw. Hij verwierf grote bekendheid met verhalen waarin vooral de koortsachtige jacht op genot in het snel groeiende Tokio werd beschreven – niet zelden met komische ondertoon. De nieuwe bloemlezing De brug der dromen stelt de Nederlandse lezer voor aan Tanizaki op zijn best.

Jos Vos vertaalde Junichiro Tanizaki's De brug der dromen, wij vroegen hem zijn vertaling toe te lichten.

君なくてあしかりけりと思ふにも
   いとゞ難波のうらはすみうき
Zonder jou
voel ik mij met een kluitje
in het riet gestuurd –
meer dan ooit op drift
in de baai van Naniwa

Met dit gedicht (een tanka) opent ‘De rietsnijder’, een novelle van Junichiro Tanizaki die ik heb opgenomen in De brug der dromen, een bloemlezing uit zijn proza die verscheen in 2017. Het gedicht komt oorspronkelijk uit een tiende-eeuwse anekdote, waar het in de mond wordt gelegd van een man uit Naniwa (het huidige Osaka) die tot de bedelstaf is geraakt. Uit pure armoede is hij rietsnijder geworden, zijn welgestelde vrouw is met een ander getrouwd en in zijn ellende stuurt hij haar dan dit vers.

Ook in Tanizaki’s novelle (die zich grotendeels in de negentiende eeuw afspeelt) maken we kennis met een inwoner van Osaka die zijn geliefde met een ander ziet trouwen. Hij wordt nog steeds zo door haar geobsedeerd dat hij haar elk jaar, op de dag van de volle herfstmaan, gaat bewonderen. Hij weet precies waar ze woont en trekt dan ook naar haar villa ten zuiden van Kyoto, waar hij haar op die ene dag steevast koto (een soort harp) ziet spelen, en wel door een gat in de heg.

De dame in kwestie is een typisch Tanizakiaanse femme fatale, die tot aan haar huwelijk al het mogelijke heeft gedaan om haar oude minnaar op de proef te stellen. Bovendien heeft ze ook veel gemeen met de oude Japanse aristocratie; zo hult ze zich bij voorkeur in lange sleepgewaden, en ze is een uitmuntende muzikante. Er valt niet aan te twijfelen dat zij een geïdealiseerd portret vormt van Matsuko Nezu, een inwoonster van Osaka die Tanizaki in 1927 had leren kennen en met wie hij in 1935 ook zou trouwen. (Tanizaki was afkomstig uit het vijfhonderd kilometer verder oostwaarts gelegen Tokyo, maar hij woonde al sinds 1923 in de omgeving van Osaka en was hoe langer hoe meer betoverd geraakt door het westen des lands.) Matsuko zou bij Tanizaki blijven tot het eind van zijn leven en voor zover we weten was ze erg zachtaardig, maar hij schiep er genoegen in haar af te schilderen als een onbarmhartige meesteres.

In het Japans klinkt het vers van de rietsnijder als volgt:

Kimi nakute
ashikarikeri to
omou ni mo
itodo Naniwa no
ura wa sumiuku

Je zou deze tanka letterlijk kunnen vertalen als: ‘Wanneer ik eraan denk dat ik riet moet snijden zonder jou, vind ik mijn leven in de baai van Naniwa nóg ondraaglijker!’ Maar als zoveel klassieke Japanse verzen stoelt ook dit op verscheidene woordspelingen. Zo betekent ura niet alleen ‘baai’ maar ook ‘spijt’ of ‘wrok’, en ashikarikeri betekent niet alleen ‘riet snijden’ maar ook ‘er erg aan toe zijn, ellendig zijn’. Vandaar de vrije vertaling die ik hierboven heb weergegeven. Een waar geluk dat het Nederlands, net als het Japans, geen gebrek heeft aan waterachtige metaforen.

Jos Vos (1960) publiceerde onder meer Eeuwige reizigers, een bloemlezing uit de Japanse literatuur van de zevende tot de negentiende eeuw. Ook vertaalde hij de reisdagboeken van Basho, Het verhaal van Genji van Murasaki Shikibu [dat hij toelichtte op Athenaeum.nl] en Sei Shonagons Hoofdkussenboek [toelichting].

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum