Titel en termen in The Hustler/De misleider van Walter Tevis, vertaald door Anna Visser

30 januari 2018
| | | |

Anna Visser vertaalde The Hustler van Walter Tevis als De misleider, maar daar ging een lang denkproces aan vooraf. Wat is de goede Nederlandse term voor het Engelse woord? En wat te doen met alle pooltermen? Visser licht toe.

I’ve had big boys come in from Hot Springs and Atlantic City and take me for my whole pocket. But I never was a top hustler and never will be.

... there are two kinds of hustler, two kinds of gambler: the big-time and the small […] all con men gamble, but few gamblers con.

There was one thin-faced young man - a man of about Eddie’s age – whose face was pale and who, in spite of the khaki pants and sport shirt, had a dapper, sharp-eyed look – the B-movie version of the hustler: the pool shark.

Ik heb grote jongens uit Hot Springs en Atlantic City zien komen die mijn zakken compleet binnenstebuiten hebben gekeerd. Maar ik ben nooit echt goed in misleiden geweest en dat zal ik ook nooit worden

... bestonden er twee soorten misleiders, twee soorten gokkers: de grote jongens en de kleine […] alle oplichters gokken, maar weinig gokkers zijn oplichters

Er was één jongeman, van ongeveer Eddies leeftijd, met een mager en bleek gezicht, die er ondanks zijn kaki broek en sportshirt verzorgd uitzag en oplettend uit zijn ogen keek – een misleider, maar dan een uit een B-film: een pool shark.

Hoe vertaal je hustler?

Wat is een hustler? Wat betekent het woord in de context van deze roman? Hoe noemen wij zo iemand in het Nederlands? En wat is eigenlijk het verschil tussen een hustler, een pool-shark en een con-man? Bovenstaande fragmenten geven een goede indruk van de vertaalproblemen waar ik tijdens de vertaling van Walter Tevis’ debuutroman The Hustler (1959) op stuitte.

Vanaf begin af aan heeft iedereen die ook maar enigszins bij het vertalen en uitgeven van ‘De Misleider’ betrokken was, zich het hoofd gebroken over de woorden ‘hustler’ en ‘to hustle’, ondergetekende voorop. Zelfs toen mijn vertaling al bijna klaar was, hadden we nog steeds geen goede oplossing. En eigenlijk bestaat er ook geen Nederlands equivalent van het Engelse woord ‘hustler’ dat de lading volledig dekt.

In de context van deze roman is een hustler iemand die pool speelt voor geld. Het gaat hier dus niet om iets crimineels. Fast Eddie Felson doet in het boek steeds alsof hij een hele slechte pooler is, maar zorgt tegelijkertijd dat zijn tegenstanders wel door willen blijven spelen en dat de inzet steeds hoger wordt. Is de inzet hoog genoeg, dan komt de aap uit de mouw en harkt Eddie grote sommen geld binnen. Zo voorziet hij in zijn levensonderhoud.

‘Oplichter’ was lange tijd favoriet, en ook ‘valsspeler’ hebben we serieus overwogen. Hosselaar was meer iets voor pooiers en kleine criminelen, en ‘oplichter’ zat ook meer in die hoek. ‘Valsspeler’ was te lang, te log, te onhandig. Gewoon ‘hustler’, zoals een oud-wereldkampioen poolen voorstelde, was te modern, geen ingeburgerd Nederlands woord. Het was uiteindelijk de persklaarmaker die met de suggestie ‘misleider’ kwam. ‘Misleider’ had niet direct criminele connotaties, kon in spelverband worden gebruikt, kwam ook in de vorm van een werkwoord en zou bovendien mooi en mysterieus staan op de omslag van de Nederlandse uitgave.

Pooltermen

Afgezien van het woord ‘hustler’, stelde de vertaling van het boek me ook voor een uitdaging van een geheel andere orde: ik moest zien te begrijpen wat er allemaal gebeurt op een pooltafel, wanneer er op hoog niveau wordt gepoold. Natuurlijk had ik het zelf wel eens gepoold in ‘t café - wie niet? Wat veel mensen echter niet weten, is dat poolen, net als schaken (waar Tevis ook een voorliefde voor had) een dynamisch, strategisch spel is, met talloze spelvarianten. Gewoon een potje poolen is bijvoorbeeld een misvatting: je speelt 8-ball, 9-ball, straights of een andere spelvorm. En bij de meeste spelvormen moet je bovendien van te voren aangeven hoe je de bal gaat spelen (spotten heet dat) – toevalstreffers zijn er dus niet bij.

Als leek had ik natuurlijk hulp nodig bij al die pooltermen. Daarom zocht ik al in een vroeg stadium contact met de KNBB, de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond. De directeur van de bond, die ooit zelf op hoog niveau heeft gepoold, werd mijn vraagbaak. Zonder hem had ik waarschijnlijk voor ‘pooltriangel’ gekozen, in plaats van het in de volksmond meer gangbare, Engelse woord ‘rack’ en had ik waarschijnlijk, net als Tevis ooit, middagen lang in poolcafés moeten rondhangen om genoeg inzicht te krijgen in het spel en het Nederlandse equivalent voor pooltermen als ‘jacked-up pool’ (poolen met één arm) te kunnen achterhalen. In alle eerlijkheid had me dat heel leuk geleken!

Spel en stijl

Er komen een aantal poolpartijen voor in het boek, die in detail worden beschreven. Als lezer hoef je niet alles voor je te zien om het verhaal goed te kunnen volgen, maar als vertaler vond ik dat ik dat wèl moest kunnen. Het boek en de gelijknamige film (met Paul Newman) zijn onder poolers en biljarters echt een begrip, dus knullige fouten kon ik me niet veroorloven. De volgende spelsituatie heb ik met potlood en gum uitgetekend, gewoon stippen, lijnen en pijlen in een rechthoek, omdat ik de grootste moeite had om te begrijpen wat er precies gebeurt:

En toen, tegen, het einde van de pot, lag bal nummer veertien in een lastige positie op de tafel. Een centimeter of tien van de band, tussen twee pockets in, bijna direct tegenover de speelbal, op ongeveer zestig centimeter afstand. Eddie stapte in, haalde uit, en stootte. Wat hij natuurlijk had moeten doen, was de veertien via de lange band spelen, de tafel over en de hoekpocket in. Maar in plaats daarvan raakte zijn speelbal eerst de band, had vervolgens net genoeg effect om achter de gekleurde bal terecht te komen, kwam toen pal tegen de veertien aan en dreef de bal de hoekpocket in.

Het mooie van de poolthematiek van dit boek is, dat poolen niet alleen een metafoor voor het leven zelf is, maar dat de heldere, puntige en bondige zinnen die kenmerkend zijn voor Tevis’ schrijfstijl en worden afgewisseld door lange, weelderige zinnen, ook het ritme, de kleuren en de geluiden van het poolspel zelf weergeven. Het poolen wordt gevat in prachtige taal, maar ritmisch gezien klinkt die taal ook precies als een poolspel: langzaam rollen, fel getik, geplof in pockets, etc. Dat zal hieronder blijken uit een van de langste en wat mij betreft mooiste zinnen van het boek, waar ik, ondanks de moeilijkheid, als vertaler veel plezier aan heb beleefd:

En Fats’ enige overwinning raakte Eddie niet, want in zijn huidige gemoedstoestand kon niets hem raken, en had hij het gevoel dat Fats hem nergens mee kon treffen. Niet Eddie Felson, die al losjes en snel was, en nu ook slim, rijk en belangrijk. Eddie Felson, die kogellagers in zijn ellebogen had en zijn ogen gericht hield op dat groene laken en die gekleurde ballen, die glanzende ballen, de paarse, oranje, blauwe en rode, de hele en de halve, die geometrisch rolden en vielen, prachtig tolden, met pufjes en tikjes en geklikklak, en geschraap van krijt en vingers die de gepolijste steel omvatten, de vingers op het laken, die altijd gereedstaande arena, die langwerpige en felgekleurde rechthoek. Een rechthoek van prachtig, mystiek groen: de kleur van geld.

Anna Visser is vertaler Engels. Ze studeerde Engels en Amerikanistiek  in Leiden en deed daarna de VertalersVakschool. Ze heeft een voorliefde voor Amerikaanse literatuur uit de jaren vijftig, zestig en zeventig, waaronder ook de Beat Generation. Naast The Hustler en twee korte verhalen van Walter Tevis vertaalde ze voor Revisor ook twee korte gedichten van Lawrence Ferlinghetti.

Delen op

€ 18,50
€ 11,50
€ 13,95
MINDBOOKSATH : athenaeum