De eerste zin van Aminatta Forna’s De paradox van geluk, vertaald door Aleid van Eekelen en Mariella Duindam

19 maart 2019
| | | | |

Aminatta Forna's De paradox van geluk is genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2019! Daarom vroegen we vertalers Aleid van Eekelen-Benders en Mariella Duindam de eerste zin toe te lichten. Over alliteratie, weglaten en onopgemerkte vreemdelingen.

De vraag of we de eerste zin van De paradox van geluk willen toelichten zorgt voor een wonderlijk dilemma, want: welke zin is de eerste?

Forna’s boek begint in het verleden, bij de wolvenjager die in 1834 in Massachusetts op de laatste wolven jaagt. Een geschiedenis die op het eerste gezicht los lijkt te staan van wat er volgt, maar die er bij nader inzien onlosmakelijk mee verbonden is.

In de recensies van De paradox van geluk lijkt het echter of het hele verhaal zich in het heden afspeelt, een verhaal met vele hoofdpersonen, van wie de belangrijkste twee elkaar bij toeval ontmoeten in de stad die ook al een hoofdrol vervult: Londen. Ze lopen elkaar letterlijk tegen het lijf: Jean, een Amerikaanse bioloog die tijdelijk in Londen woont, en Attila, een Ghanese psychiater die de stad bezoekt voor een congres. Als Attila op zoek gaat naar een verdwenen jongetje krijgt hij hulp van Jean en van een gevarieerde groep mensen van allerlei nationaliteiten – parkeerwachten, straatvegers, beveiligers – die de stad door en door kennen.

Onder het kopje ‘Londen, zondag 2 februari 2014, avond’ is dit dan het begin:

At that time of day Waterloo Bridge is busy with shoppers and weekend workers who make their way on foot across the bridge to Waterloo Station. At that time of year too, dusk comes early, by four in the afternoon. By five it is dark. The fox wended its way through the pedestrians, who for the most part paid it no heed, for they would not so easily be distracted from their fixity of purpose.
Op dat uur van de dag is het op de Waterloo Bridge druk met winkelaars en weekendwerkers die te voet naar Waterloo Station gaan. En in die tijd van het jaar gaat het al vroeg schemeren: om vijf uur is het donker. De vos liep tussen de voetgangers door, die hem voor het merendeel geen aandacht schonken, zo makkelijk waren ze niet af te leiden van het vaste doel dat ze voor ogen hadden.

Je ziet ze meteen voor je, die haastig doorlopende mensen die nergens oog voor hebben en alleen maar naar huis willen. De allitererende w’s die de Engelse zin zijn snelle loopritme geven bleken in de vertaling vanzelf mee te komen: die van ‘way’ verdween, maar de ‘winkelaars’ zorgden voor een nieuwe. Wat het woord ‘shoppers’ betreft, dat wordt in het Nederlands ook gebruikt, maar mooi is het niet. ‘Mensen die hebben gewinkeld’ zou misschien nauwkeuriger zijn geweest, ze zijn immers uitgewinkeld, maar dat staat er in het Engels ook niet en bovendien is het wel erg omslachtig: het haalt de vaart eruit. Wij hebben gekozen voor het woord ‘winkelaars’, iets minder gangbaar maar hier goed op zijn plaats.

En dan leest u verder en denkt: hé, daar ontbreekt een stukje. Dat klopt, ‘by four in the afternoon’ is gesneuveld. Het korte Engelse ‘dusk comes early’ vraagt in het Nederlands veel meer lettergrepen: ‘gaat het al vroeg schemeren’, en in dat langere zinnetje zit die geleidelijke overgang van licht naar donker al zo besloten dat het vreemd klinkt om daar zo’n vrij vast tijdstip aan te verbinden. Het is een periode, die om vijf uur voorbij is.

De vos die deze eerste zinnen binnenwandelt is geen toevallige voorbijganger. Ook hij is een stadsbewoner, net als al die anderen, de vreemdelingen. Ze zijn overal maar worden nauwelijks opgemerkt. In De paradox van geluk draait het om hen, als lezer leer je hun wereld van binnenuit kennen. We zien Londen en de Engelsen, oftewel onze westerse wereld, door hun ogen – en dat is precies wat de auteur met dit verhaal wilde bereiken.

Tot slot dan ook nog even de échte eerste zin, uit een stille, verlaten wereld, het tegenovergestelde van die haastige mensenmassa in een eenentwintigste-eeuwse wereldstad:

Spring snow, still, porcelain bowls in the hollows of the earth.
Voorjaarssneeuw, holten in de grond verstild tot witporseleinen kommen.

Aleid van Eekelen-Benders vertaalde eerder werk van John Green, Claire Cameron, Francisco X. Stork, Roxane Gay en Alice Sebold. Eerder lichtte ze haar Forna-vertaling met Marijke Versluys, Fantoomliefde, toe, haar vertaling met Wim Scherpenisse van Cristina Algers Dit was niet het plan en John Greens Schildpadden tot in het oneindige. Mariella Duindam vertaalde samen met haar Jonathan Dee; Duindam vertaalde ook werk van Tracy Chevalier, Justin Cronin, Andrea Wulf en anderen. Wulfs De uitvinding van de natuur vertaalde ze samen met Fennie Steenhuis, en lichtte ze voor ons toe.

Delen op

€ 11,99
MINDBOOKSATH : athenaeum