Piet Schrijvers over het vertalen van Seneca’s tragedies

23 maart 2015

We vroegen vertaler Piet Schrijvers iets over zijn vertaalpraktijk te vertellen naar aanleiding van het verschijnen van zijn vertaling van Seneca's tragedies Thyestes, Agamemnon, Oedipus en Hercules. Over lastige, golvende en furieuze woordvelden en vertalen zonder Latijnse tekst.

Twee principes

Sinds ruim vier jaar werk ik aan de uitgave en metrische vertaling van Seneca’s tragedies (10 in totaal, waarvan twee apocrief aan hem zijn toegeschreven). Mijn uitgever Patrick Everard en ikzelf hebben gekozen voor een all-in editie: Latijnse tekst, metrische vertaling plus zakelijke noten (geografische, mythologische, astronogische onderaan de pagina), plus per tragedie een soort biografie/receptiestudie op ieder toneelstuk. Het eerste deel met de drie vrouwenstukken (Medea, Phaedra, Trojaanse Vrouwen) verscheen in juni 2013 en werd in 2014 herdrukt. De all-in-formule lijkt in een behoefte te voorzien en is kennelijk ook gewild bij leeskringen/leesclubs en op universitaire afdelingen. Het tweede deel (436 pp.) bevat de vier mannenstukken (Thyestes, Agamemnon, Oedipus, Hercules) en is zojuist verschenen.

Na het vertalen van HoratiusLucretius, Vergilius en recentelijk de moeilijke Lucanus, ervaar ik het vertalen van Seneca’s tragedies als relatief minder moeilijk. Ik volg mijn inmiddels uitgekristalliseerde vertaalprincipes. Ik ben geen zelfstandige artiest of primaire kunstenaar, maar een ambachtelijke, secundaire tolk van Latijnse metrische teksten en ik heb als zodanig te maken met twee coderingen en daarmee verbonden vertaalprincipes:

  1. ik streef naar een zo volledig mogelijke weergave van de inhoud, van de informatie, maar niet van de grammaticale codering van het Latijnse origineel (het Latijnse subject, verbum, adjectivum etc. hoeft dit niet per se te blijven in mijn Nederlandse weergave); mijn vertalingen zijn niet bedoeld als hulp voor het zelfstandig vertalen uit het Latijn.

  2. ik heb te maken met een esthetische codering in versmaat, ritme, woordvolgorde, zinslengte, stijl en semantische verwoording en streef naar een volledige, adequate weergave van deze Latijnstalige, estetische codering in mijn Nederlandse weergave. Deze moet, niet grammaticaal, maar estetisch zo veel mogelijk lijken op het origineel. Literair vertalen is voor mij eigenlijk een vorm van superieure kitsch.

De zekere mate van grammaticale en semantische vrijheid die ik mij vergun, is omgekeerd evenredig aan de striktheid van de esthetische, formele navolging. Ik vertaal ongeveer 200-250 versregels Seneca in een werkweek van 5-6 dagen en een gehele tragedie al naar de omvang in ca. 6 weken. De Latijnse tekst heb ik dan wel van te voren in een tweetalige Loebeditie gelezen. Bij het vertalen zou ik liefst helemaal geen Latijnse tekst meer voor ogen hebben, alleen wit papier, potlood en wat Nederlandse hulpmiddelen als Nederlands synoniemenwoordenboek, Het juiste woord, de Dikke Van Dale. Vooral geen wetenschappelijke commentaren die iedere esthetische ervaring om zeep helpen.

Golven

Ik heb verleden jaar een reeks werkcolleges geleid voor masters klassieke talen aan de onderzoekschool ACASA van VU en UvA over Seneca’s Agamemnon. Stiekem had ik een print van mijn vertaalversie bij mij om die zo nodig aan te scherpen. Een leerzame ervaring was dat ik als poëzievertaler kennelijk nogal op de vierkante centimeter werk en soms de grotere structuren uit het oog verloren had, bijvoorbeeld Seneca’s gebruik van sleutelwoorden en consistente beeldspraak in de toneeltekst als geheel. Zo zegt Clytemnestra aan het begin tegen zichzelf: Quid fluctuaris?, door mij vertaald met 'Wat aarzel je?'.

Een referaat van een van de deelnemers wees mij op het consistente gebruik van het beeld van storm en golven in de gehele toneeltekst. Ik heb mijn vertaling dankbaar gewijzigd in: 'Wat golf je heen en weer?' De vertaling 'wat golf je?' vind ik vreemd Nederlands, maar door de toevoeging 'heen en weer' kwam ik ruimte tekort. Ik had staan: 'Wat aarzel je? De beste weg staat niet meer open.' Een voor de hand liggende inkorting is om wat in het Latijn negatief is uitgedrukt, in één semantisch begrip samen te vatten, dus: 'de beste weg is dicht'. Zo’n semantische transpositie kan ook van positief naar negatief als je bijvoorbeeld ruimte te veel hebt.

Razen

Sleuteltermen bij Seneca geven soms onoplosbare problemen, bijvoorbeeld het woordveld rond: furor, furere, furiosus, Furia, in het Nederlands tentatief weer te geven met 'razernij, razen, razend', ik geloof dat Vondel consequent doorging met 'Raasgodinnen'. Aan het slot van Seneca’s Agamemnon stuit men op de verbale botsing tegen tussen Clytemnestra en Cassandra:

CLYT. Furiosa morere!
CASS. Veniet et vobis furor.

In een speeltekst van de UvA uit 1996 kwam ik als vertaling tegen: CLYT. 'Waanzinnige, ga dood!' CASS. 'Uw waanzin wordt uw dood!' Ik heb zelf geprobeerd de herhaling in furiosa/furor te handhaven door omineus te vertalen: CLYT. 'Sterf, jij furie!' CASS. De Furie (met hoofdletter = wraakgodin) zal ook u bereiken!

Ook de vertaling van woorden uit het veld pius/ impius/pietas/impietas die in het Latijn van Seneca op 3 relaties kunnen slaan: (on)loyaliteit tussen mensen en goden, tussen familieleden, tussen individu en staat, maar wel als Latijnse term steeds herhaald kunnen worden, geeft grote problemen, temeer als je een algemene term als ‘misdadige’ om eufonische redenen (de twee stomme e’s en de keelklank ggg), liever niet gebruikt.

Frisse ogen

Na het proces van 4-6 weken vertalen ga ik direct door met onderzoek naar de receptiegeschiedenis van het desbetreffende toneelstuk. Ik heb het als uiterst nuttig ervaren om drie zo niet zes maanden een eerste vertaalversie niet meer in te zien. Ik weet dan praktisch niet meer weet wat ik vertaald heb, en kan met nieuwe, frisse ogen kritisch-afstandelijk naar mijn Nederlandse tekst kijken om mopperend ritmische en semantische verbeteringen aan te brengen (de Latijnse tekst komt bij deze revisie niet op tafel, het is een puur Nederlandse affaire geworden). De Latijnse tekst keert pas terug bij de revisie van de inleiding en de doorgewerkte secundaire literatuur om te zien of in dat wetenschappelijk licht de vertaling nog aangescherpt moet worden.

Deze laatste maanden vóór de Boekenweek 2015 heb ik vooral gewerkt aan mijn lezing ‘Seneca’s theater van de waanzin’; deel III van de Senecavertaling ligt te wachten.

Piet Schrijvers is emeritus hoogleraar Latijnse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Leiden, essayist en vertaler. Hij vertaalde naast Vergilius ook Horatius en Seneca. Voor de vertaling van De rerum natura van Lucretius ontving hij in 2011 de Martinus Nijhoff Prijs. In 2007 ontving hij de Oikos publieksprijs. Voor Athenaeum.nl lichtte hij eerder de eerste zin van Vergilius Aeneas toe.

Delen op

€ 49,95
€ 25,00
€ 49,95
€ 49,95
€ 25,00
€ 49,95
MINDBOOKSATH : athenaeum