Anne Enright (het recensieoverzicht van de week van 13 mei 2020)

18 mei 2020
| | | | | | | | | | | | | |

Onze wekelijkse samenvatting van de recensies in kranten en tijdschriften met deze week onder meer aandacht voor Anne Enright, en verder: Rudi Meulemans, Alfred Birney, Pauline Broekema, Anne Enright (Trouw), Marijke Schermer, Jan Pronk, Murat Isik (de Volkskrant), Gerda Blees, Rebecca Solnit (Het Parool), Judith Schalansky, Martijn Simons, Kenko, Elif Shafak (NRC Handelsblad), Frank Koerselman, Eva Meijer en Kate Elizabeth Russell (De Groene Amsterdammer).

Oudere afleveringen van deze rubriek zijn te raadplegen in ons archief. Tussen rechte haken staan de redactionele items op Athenaeum.nl.

 

Letter & Geest begint deze week met een interview met techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek over de corona-uitbraak en een voorpublicatie uit Taalkracht. Andere woorden, andere werelden (red. Sanne Bloemink, Christien Brinkgreve en Eric Koenen) over hoe woorden de werkelijkheid vormgeven: ‘Woorden zijn niet abstract, ze blijken hard en concreet. Schelden doet geen pijn, zeiden we vroeger op het schoolplein. Er is geen pedagoog meer te vinden die dat nog durft te beamen. Woorden zijn daden; in het Hebreeuws betekent het woord “dabar” niet voor niets woord en daad tegelijk.’

Met Een ander leven. Mijn reis in de voetsporen van Vita Sackville-West, Harold Nicolson en James Lees Milne deed Rudi Meulemans met zijn man de reis die dit omineuze drietal anno 1947 door Zuidwest Engeland maakte over. Soms voelt het als ‘een wat obligatoir aanvoelende beschrijving van een twintigtal landgoederen’, schrijft Marnix Verplancke, maar dan komt de magistrale, onverwachtse finale van het boek.

Over Alfred Birneys nieuwe roman In de wacht [fragment] schrijft Rob Schouten: ‘[Hoofdpersoon] Nolands woordenrijk gelamenteer is leuk, vermakelijk maar het heeft ook iets vrijblijvends en populistisch. Vandaar dat de momenten van contemplatie en melancholisch inzicht mij eigenlijk het beste bevallen in deze weinig verheven klaagzangen.’

Journalist en schrijver Pauline Broekema vertelt over haar boek Tekenares van Montparnasse. Het eigenzinnige kunstenaarsleven van Edith Auerbach. In het voetspoor van dat boek verschijnt ook de catalogus Contre L’Oubli. Tegen het vergeten Edith Auerbach (1899-1994). ‘Ze is een vrouw die altijd wegkijkt, lastig was, maar ook lief,’ zegt Broekema. In deze twee boeken voer Auerbachs leven en werk komen de kunstenaarskringen van het Parijs van de jaren twintig en dertig levendig voor het voetlicht.

Het Boek van de Week is Actrice van Anne Enright, over de dochter van Ierlands beroemdste (en beruchte) actrice Katherine O’Dell. Vrouwkje Tuinman schrijft hierover: ‘Uiteindelijk werkt iedereen de werkelijkheid om tot een versie die voor hem of haar acceptabel is, lijkt Enright te willen zeggen. Dat doet ze meeslepend en vol compassie.’

Inge Schilperoord recenseert het nieuwe essay van Wytske Versteeg, Verdwijnpunt [fragment], over incest en de verwerking daarvan. Ze noemt het ‘verplichte literatuur voor iedereen die echt wil begrijpen waar seksueel misbruik om draait’. ‘Haar woordkeuze is weloverwogen en haar beeldspraak uitermate raak.’

Verder schrijft poëzierecensent Janita Monna over Liefde in tijden van brand van Mark Boog: ‘De bundel stemt onbehaaglijk maar niet somber.’ Boog ontwijkt in deze bundel over de liefde clichés en ‘ontdoet zijn taal van vrijwel iedere anekdotiek, maakt die zo onthecht dat er ruimte ontstaat voor nieuwe betekenissen.’ De nieuwe roman van Niklas Natt och Dag, 1794 [fragment] wordt besproken (Gerwin van der Werf: ‘Opnieuw virtuoos geschreven, maar meer geforceerd in inhoud’). Er is aandacht voor het nieuwe jeugdboek van Lydia Rood, Blauwtje, en de boeken van Volker Ulrich (Acht dagen in mei), Vanessa Oostijen (Tussenruimte [fragment]), Georges Perec (De aanslag in Sarajevo) en Lucas Waagweester (Op drift. De ontwrichting van Turkije).

De recensies van Trouw verschijnen elke zaterdag in Letter en Geest, en zijn voor abonnees te raadplegen op trouw.nlTrouw is te koop bij het Nieuwscentrum. 

Anne Enright (het recensieoverzicht van de week van 13 mei 2020)

Delen op

€ 22,99
€ 21,00

In de Volkskrant bespreekt Taede Smedes drie boeken over religie anno nu. Emanuel Rutten probeert in Contra Kant. Herwonnen ruimte voor transcendentie te bewijzen dat kennis van de dingen an sich wel mogelijk is, hoewel hij daar volgens Smedes in tekortschiet. In Van God spreken, het afscheidsboek van bijzonder hoogleraar Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur Wouter Slob, vertelt Slob aan journalist Job van Schaik over zijn ‘articulerende opvatting van theologie’. ‘Ofschoon je niet langer “over” God kunt spreken, kun je wel “van” God spreken: een verwoording geven van hoe jij je geloof in God beleeft.’ Dit lijkt Smedes vele malen nuttiger dan het streven naar het vinden van Godsbewijzen. Het derde boek, Religie herzien, is van Jonas Slaats, en draait om het begrip ‘religie’. ‘Er is geen uniek kenmerk dat de essentie van religie bevat. Sterker nog, ons begrip van religie is een typisch westers construct met christelijke, kolonialistische en racistische wortels.’

Arjan Peters interviewde (toneel)schrijfster en Librisprijs-genomineerde (Liefde, als dat het is [fragment]) Marijke Schermer. ‘Voor Liefde wilde ik een vloeibaar perspectief maken, zodat ik met alle personages kon meebewegen.’ Het thema: een uiteenvallend huwelijk. ‘Dat wilde ik met die techniek beschrijven. En de thematische vraag behandelen: kun je je individualiteit bewaren binnen dit soort verbintenissen, waarin de romantiek soms overgaat in gewoonte, totdat de vonk verdwenen lijkt?’ Er is weinig hoop voor de personages in het boek. ‘Je moet het je personages niet te comfortabel maken. Daar schiet niemand iets mee op.’

‘In de analyse van Pronk is schuld alles overwoekerend,’ stelt Jan Tromp vast over Suriname van wingewest tot natiestaat, een boek over de dekolonisatie van Suriname door Jan Pronk. Tromp noemt het een ‘intrigerende, zij het nogal wijdlopige ascese’. Pronk is een ‘stroeve schrijver’ die zich verliest in details, maar ‘toch is Suriname het lezen waard, omdat het een boek is over schuld en boete’.

Verder las Arjan Peters het gedicht ‘Vier huizen terug’ van debutant Meity Völke in haar bundel Aan het licht (‘Völke laat zien dat ze er op de weg naar het dichterschap alleen voor stond. Door daarover te lezen, worden wij prompt partij, supporters van de dichter van ‘Vier Huizen terug’) en een gedicht uit de bundel Af (breken) op (ruimen) in (pakken) van Peter van Lier, waarin Van Lier volgens Peters ‘opzichting [slingert] en [schuift] met nogal banale woorden.’

Over Murat Isiks verder uitgebreide Boekenweekessay van vorig jaar, Mijn moeders strijd, schrijft Peters: ‘De aanvulling is zinvol, want Isik kan door gesprekken met zijn moeder, die weet hoe ze een verhaal moet opbouwen, nog verder terugblikken, naar zijn geplaagde grootmoeder, Aynurs moeder.’ Bo van Houwelingen is positief over De vierde mei van Sipko Melissen: ‘Het is prettig meeslenteren met deze slimme dame, al was het maar omdat oudere vrouwen als volwaardige literaire personages zeldzaam zijn.’ Ook nieuwe boeken van Jesse Ball (Het duikersspel [fragment]), Elvira Sastre (Dagen zonder jou), Piet J. van den Hout (Gevaarlijk spel), Rob Siekmann (Cruyffiaans – Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie) en Jacky Durand (De recepten van mijn vader) worden besproken.

De boekrecensies van de Volkskrant verschijnen elke zaterdag, en zijn te raadplegen op Volkskrant.nl/boeken - een selectie is slechts voor abonnees toegankelijk. De Volkskrant is te koop bij het Nieuwscentrum.

In Het Parool vertelt Gerda Blees aan Marjolijn de Cocq over het bijzondere vertelperspectief in haar roman Wij zijn licht. Ze baseerde haar verhaal losjes op een nieuwsbericht uit 2017, over leden van een woongroep die besloten geen voedsel meer tot zich te nemen, waarna een van hen overleed. Blees koos ervoor het verhaal te vertellen vanuit verschillende perspectieven, niet alleen van mensen maar ook van voorwerpen en abstracties. 'Ik had eerst alleen mensen in gedachten, maar dat voelde een beetje beperkt. Toen kwam ineens het idee dat er meer hoeken zijn van waaruit je kunt kijken. Als eerste perspectief bedacht ik de nacht. En daar kwamen al die andere perspectieven achteraan rollen. Het was spannend, want ik wist niet of het ging werken [...]. Het had een grote speelsheid, ik kon veel dingen uitproberen. Het perspectief van de sinaasappelgeur was wel het uitdagendste. Dat had ik al bedacht voor ik wist wat de relevantie ervan zou zijn. Dus toen ik aan dat hoofdstuk begon, gaf ik mezelf de opdracht: wat heeft de sinaasappelgeur te vertellen? Ik kon spelen met de taalregisters van de verschillende perspectieven, ik kon veel meer uitproberen met taal dan wanneer je één toon kiest die je het hele verhaal moet volhouden.’

In eerdere romans van Anne Enright speelden moeders vaak een belangrijke rol,  ‘maar het meest indringende moederportret schetst ze waarschijnlijk nu pas, in haar zevende roman Actrice’, aldus Dirk Jan Arensman. Het is het levensverhaal van Katherine O'Dell, ‘ooit en pijnlijk kortstondig een diva in de theaters van Londen en Dublin en de studio’s van Hollywood, waarna haar carrière vastliep en haar geest ontspoorde’.
Het verhaal wordt verteld door haar dochter Norah: ‘Ze geeft dodelijke samenvattingen van de drakerige Hollywoodfilms waarin Katherine bijvoorbeeld “de pittige Ierse non” speelde “die zich afbeult in een veldhospitaal in Normandië”, om uiteraard verliefd te worden op een gevelde kapitein. En dat moederlief altijd, ook in huiselijke kring, leek op te treden c.q. “nep” was, krijgt ruimschoots aandacht.’ Laconiek vernietigend (en duivels geestig) klinkt de vertelstem, op dat soort momenten. Maar tegelijkertijd spreekt er ook vanaf het begin affectie en dochterliefde uit de beschrijvingen.

Het probleem met activistische literatuur, en ook met de 'doorwrochte journalistieke' essays van Rebecca Solnit, is volgens recensent Dieuwertje Mertens dat die soms iets drammerigs krijgt. Solnit analyseert in haar nieuwe essaybundel Wiens verhaal is dit? [fragment] de ontwikkelingen van deze tijd waarin bewegingen als Occupy, Black Lives Matter en #MeToo proberen om bestaande machtsverhoudingen te veranderen. ‘Toch schuilt Solnits kracht niet in de stellige verontwaardiging, maar in het willen weten, begrijpen en analyseren: de nieuwsgierigheid. Gelukkig zijn er ook essays in die sfeer. In Al die woede bespreekt ze bijvoorbeeld de golf aan feministische manifesten die de afgelopen jaren verschenen, waarin auteurs als Rebecca Traister en Soraya Chemaly vrouwen oproepen hun woede te omarmen. Is woede nu echt een vruchtbare emotie, vraagt ze zich af. Om te concluderen: liefde is essentieel, woede optioneel. Het is de vragende vorm (uit de titel) die het langst blijft hangen.’

En verder:

  • De schilderijen in de postuum verschenen monografie Sieg Maandag, leven en kunst in de schaduw van Bergen-Belsen gaan veelal over de oorlogservaringen van deze Amsterdamse kunstenaar. Ze gaan vaak vergezeld van zijn eigen commentaar. ‘Ik herinner me het binnenkomen in de Schouwburg, waar honderden mensen zaten, door elkaar heen wandelend: huilende, wanhopige mensen,’ schrijft Maandag onder een donker schilderij met haast onherkenbare mensen. In de episode Aankomst in Bergen-Belsen vult een agressieve hond het gehele schilderij. Het beest springt van woede hoog in de lucht en is klaar om de nieuwe ‘lading’ gedeporteerden aan te vallen. ‘We stonden op het perron met blaffende, bijtende honden en mensen die in doodsangst bij elkaar kropen, dat is het beeld. Schreeuwende Duitsers.’
  • In de graphic novel Dragman van Steve Appleby is de superheld een man in vrouwenkleren. De moord waarmee het verhaal begint is de eerste van een reeks moorden – ‘en het is in een wervelende en hybride graphic novel, die schakelt tussen genres en heen en weer springt in de tijd, dat Dragman en zijn vriendin Dog Girl die zullen oplossen.’
  • De Haarlemse boekverkoper Vincent Elzinga (Kennemer Boekhandel) kiest voor de rubriek ‘Naar bed met’ de roman Lieg met mij van Philippe Besson, ‘een overweldigend verhaal over de eerste allesomvattende liefde van twee schooljongens, Philippe en Thomas, op het Franse platteland in de jaren tachtig’.
  • Voor een roman over de corona is het misschien nog wat te vroeg, oordeelt Dries Muus over Quarantaine van Wim Daniëls. ‘De roman haalt het, qua inzichten en emotionele impact, niet bij de betere reportages. Omdat Daniëls (schrijver, taalkundige, theatermaker) zijn verbeelding amper aanspreekt. Zijn beschrijvingen van corona-ervaringen − ook die op een uitpuilende ic − gaan niet dieper dan het gemiddelde nieuwsitem of talkshowgesprek. Ook bij zijn personages blijft hij aan de oppervlakte: zelden komen ze écht met zichzelf, elkaar of het virus in conflict. Nergens worden de dramatische mogelijkheden, gewetenskwesties en ethische dilemma’s uitgebuit.’
  • Als 'boek voor alle leeftijden' kiest Joukje Akveld deze week voor Miauw, miauw miauw! een bundeling van ‘de mooiste gedichten over poezen en andere dieren’ van Annie M.G. Schmidt. De illustraties van Sylvia Weve zijn volgens Akveld ‘een en al schwung’. ‘Weves kattenspul heeft niets knuffeligs. Ogen loeren boosaardig of staren juist nogal dommig voor zich uit. Kwaaie staarten prikken stijf de lucht in, stoelen worden met baldadig plezier aan gort gekrabd.’
  • In de rubriek Signalement tipt het Parool de roman Midzomer, Stadsmoe [fragment] van dichter, schrijver en fietskoerier Bernard Wesseling, de roman Dagen zonder jou van de ‘Spaanse literaire sensatie’ Elvira Sastre; Een ander leven, waarin Rudi Meulemans zeventig jaar na dato Vita Sackville-West en haar man Harold Nicolson achternareist door Zuidwest-Engeland; het nieuwe kinderboek Zolderkinderen van Superjuffie-auteur Janneke Schotveld; De Gave Gods. De pest in Holland vanaf de late Middeleeuwen door historici Leo Noordergraaf en Gerrit Valk: ‘ze beschrijven economische stagnatie, slecht functionerende bestuurders, medische en godsdienstige ideeën over de aard van de pest en pogingen tot bestrijding.’; en tot slot De ijzige verloofde, het eerste deel van De spiegelpassante-serie, ‘een internationale fantasyhit’ door de Franse Christelle Dabos.

De boekrecensies van Het Parool verschijnen elke zaterdag. Het Parool is te koop bij het Nieuwscentrum.

De boekenbijlage van de NRC begint met twee bladzijden over sociale media. Volgens Nynke Verschuer heeft Frier met No Filter, over Instagram, ‘een gedetailleerde ontstaansgeschiedenis’ geschreven, en geeft ze ‘tegelijkertijd inzicht in de bedrijfscultuur van Facebook, de dynamiek in Silicon Valley en de levensloop van Instagram-oprichter Kevin Systrom’. Reinier Kist schrijft over Gouden bergen van Doortje Smithuijsen, dat zich richt op de wereld van influencers. Die zijn volgens Smithuijsen ‘een uitwas van een maatschappij die volledig gefoust is op het individu, en op het op elke mogelijke manier perfectioneren daarvan’.

Een enthousiaste recensie van Inventaris van enkele verliezen [fragment] van Judith Schalansky, een bundel essayistische verhalen. ‘Of het nu gaat om een verdwenen Duitse speelfilm uit 1929 met de “verdwenen” actrice Greta Garbo in de hoofdrol, een onvolledig fragment van een liedtekst van Sappho of een verbrand schilderij van Caspar David Friedrich,’ schrijft Michel Krielaars, ‘iedere keer weet [Schalansky] er in poëtisch lange zinnen een schitterend verhaal omheen te weven.’ Vijf ballen.

Sebastiaan Kort recenseert De Hollandse droom [fragment] van Martijn Simons, over een rechter en diens vervreemde zoon, die als schrijver de familiegeheimen uit de doeken doet. Hij is voorzichtig enthousiast en noemt het een boek van ‘uiteenlopende kwaliteit’. ‘Dat een jonge schrijver het aandurft om zich ernstig te buigen over een tijd en de mensen die er rondlopen verdient hoe dan ook een compliment,’ schrijft Kort, want ‘de eigenlijke inzet’ van De Hollandse droom is ‘het morele kompas van de gevestigde orde van de late twintigste en vroeg eenentwintigste eeuw’.

Deze week buigt Auke Hulst zich over De kunst van het nietsdoen [fragment] en doet dat net als Joost de Vries in zijn essay in De Groene Amsterdammer in korte genummerde paragrafen te doen. ‘In weerwil van de titel betreft het,’ volgens Hulst, ‘geen Marie Kondo-achtig zelfhulpboek, maar een genummerde grabbelton van herinneringen, anekdotes, overpeinzingen en lijstjes. Het boek is vooral de vrucht van het nietsdoen, van een geestelijke ruimte waarin gedachten kunnen groeien.’ Het zet Hulst ook aan het denken. ‘Wat verkiezen wij in deze roerige tijd?’ vraagt hij. ‘Niet het verleden, dat nog maar zo kort geleden is… en ver weg.’

En dan nog een dubbele recensie, deze keer over hedendaags Amerika. Het fotoboek Dignity van Chris Arnade dat bestaat uit portretten in McDonalds krijgt vier ballen. Wat het zo sterk maakt is dit: ‘Het toont Amerika voorbij de verhulling van massacultuur.’ Amity and Prosperity van Eliza Griswold scoort nog beter bij Mark Lievisse Adriaanse. Het ‘is het verhaal van een gecorrumpeerde overheid die zich laat leiden door de belangen van grote bedrijven, van een economisch systeem dat zich niets aantrekt van de ecologische en sociale schade die het veroorzaakt – het verhaal van het moderne Amerika’.

Daarnaast aandacht voor:

  • Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar van Cindy Hoetmer. Vier ballen.
  • Maar waar zijn die duiven dan van Jan Siebelink. Drie ballen.
  • This Too Shall Pass van Julia Samuel. Vier ballen.

En een interview met Elif Shafak, schrijver van 10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld [fragment]. ‘In mijn romans vertel ik verhalen over degenen die door de geschiedenis zijn vergeten, minderheden in de marge. Ik wil de periferie naar het centrum brengen, de onzichtbaren zichtbaarder maken,’ vertelt Shafak aan Margot Dijkgraaf.

De boekrecensies van NRC Handelsblad verschijnen elke vrijdag in Boeken, en zijn voor abonnees te raadplegen op Nrc.nl. NRC Handelsblad is te koop bij het Nieuwscentrum.

Kees ’t Hart bespreekt De nieuwe rivier van Eva Meijer [fragment | onze recensie]. 'De whodunit-kant van het verhaal is sterk, ik leefde mee, ja, ook met die angstige Janet, die helaas nog vermoord wordt ook. Zo’n lezer ben ik wel en dat wil ik graag blijven. Te veel bleef ik haken, vooral in de meer mythische en verklarende fragmenten, aan zinnen die niet genoeg stilistische kracht hebben,' schrijft hij onder meer.

Maaike Meijer las Frank Koerselmans Ontvadering. het einde van de vaderlijke autoriteit. '[H]orizontaliteit is volgens Koerselman een "vrouwelijk" beginsel terwijl verticaliteit "mannelijk" zou zijn,' merkt Meijer op. 'Koerselman pleit voor een restauratie van mannelijke flinkheid en vaderlijk gezag, ook al hoeft dat traditioneel mannelijke repertoire niet door mannen te worden vervuld: als iemand het maar doet. Dat laatste standpunt zou Koerselman tot een interessante gesprekspartner kunnen maken, als hij het ook zou waarmaken. Maar gezag blijft bij hem gewoon gebonden aan mannelijkheid, hij wil daar helemaal niet vanaf, hij heeft geen idee hoe dat zou kunnen.'

Basje Boer recenseert Mijn duistere Vanessa, de 'indrukwekkende debuutroman' van Kate Elizabeth Russell [fragment]. 'Russell werkte bijna twintig jaar aan Mijn duistere Vanessa en deed uitvoerig onderzoek, en dat voel je met name in de uiterst precieze psychologie van de personages en hun verhoudingen. Ze beschrijft deze mensen niet, ze wekt ze tot leven. Ze laat ze op elkaar reageren en met elkaar omgaan op een manier die tot in de puntjes realistisch voelt. Huiveringwekkend waarachtig is de manier waarop Russell Strane’s manipulatie blootlegt.'

De Groene Amsterdammer is elke woensdag al te koop bij het Nieuwscentrum. Athenaeum Boekhandel verzorgt de boekverkoop voor de website van De Groene

MINDBOOKSATH : athenaeum