Maaike Meijer, Vicki Baum en Jeroen Thijssen (de boekbesprekingen in de week van 7 november 2018)

12 november 2018
| | | | | | | | | | | | | | | | |

Onze wekelijkse samenvatting van de recensies in kranten en tijdschriften waarin deze week aandacht voor Maaike Meijer, Vicki Baum en Jeroen Thijssen, en verder: Christope Guilluy, András Forgách, Richard Sennett, Marja Vuijsje, Gabri van Tussenbroek (Trouw), Paul van Vliet (De Volkskrant), Arno Kantelberg, Aminatta Forna, Paula Bermann (Het Parool), Rachel Cusk, Nicolas Mathieu, Wolfram Eilenberger en Babah Tarawally (NRC).

Oudere afleveringen van deze rubriek zijn te raadplegen in ons archief. Tussen rechte haken staan de redactionele items op Athenaeum.nl.

Maaike Meijer, Vicki Baum en Jeroen Thijssen (de boekbesprekingen in de week van 7 november 2018)

Delen op

'Ik onderzoek sinds twintig jaar hoe Fransen met bescheiden inkomens verdeeld zijn over de ruimte. Zo zag ik dat de lagere middenklasse - arbeiders, kleine zelfstandigen en gepensioneerden - zich heeft verwijderd van de vijftien grote steden. Voor het eerst in de geschiedenis wonen ze in meerderheid - 75 à 80 procent - niet meer in die gebieden waar het geld echt wordt verdiend. De logica van de economie en de huizenprijzen heeft ze naar de periferie verdreven.' De Franse geograaf Christope Guilluy schreef No Society. La fin de la classe moyenne occidentale, Kleis Jager interviewde hem.

Janita Monna las Peter Ghyssaerts Laiwarikon ('veelstemmig amalgaam'), en Jaap Goedegebuure looft Maaike Meijers Hemelse mevrouw Frederike. Biografie van F. Harmsen van Beek (1927-2009) [fragment]: 'Te beginnen met de titel rekent ze af met het koosnaampje Fritzi, in zwang bij vrienden, fans en sensatiebeluste omstanders, maar gehaat door Harmsen zelf. Verder maakt Meijer veel werk van de nalatenschap, die behalve gedichten en verhalen ook tekeningen en allerhande ingenieus vervaardigde objecten omvat. [...] Maaike Meijer maakt van Frederike’s buitenissigheid geen geheim, maar ze legt er tegelijk de volle nadruk op dat die eigenschap nu juist de vitale conditie en levensader voor haar kunstenaarschap uitmaakt. [...] Misschien is het wat al te kras, zoals de biografe doet, om de diagnose van verbale adhd te stellen.'

Urban Affairs: Paul van der Steen las Richard Sennetts Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst [onze recensie]: 'Stadsleven moet het hebben van de inzichten- en ideeënrijkdom. Als Sennetts boek zelf een stad was dan ging het om een misschien net iets te volle stad, die baat had gehad bij een nog wat helderdere structuur. De schrijver overtuigt ook iets meer met zijn probleemanalyse dan met de door hem opgedragen oplossingen, die enigszins in het vage blijven.'

Boek van de week is András Forgáchs De akte van mijn moeder [fragment]. 'Toch zit Forgáchs grote meesterschap in het eerste deel: het op feiten gebaseerde, maar gefictionaliseerde verhaal van zijn ouders. Daarin treft hij zo’n fraaie toon dat zijn boek als het ware "ondanks de feiten" een echte literaire parel mag worden genoemd,' betoogt Sofie Messeman.

In 'Vandaar dit boek' Gabri van Tussenbroek over Amsterdam en de Nachtwacht. De mannen op het meesterwerk van Rembrandt [fragment]. 'Het boek is geen biografie van deze schutters, de stad is de hoofdpersoon. Ik grijp de Nachtwacht aan om de stad te beschrijven die er in grote lijnen nog precies zo uitziet als toen. Als ik naar buiten kijk, zie ik de Oudezijds Voorburgwal, waarover deze schutters vele malen hebben gelopen. Iets verderop staan de huizen waar ze hebben gewoond. Het verleden is niet abstract, de geschiedenis ligt hier op straat,' zegt hij tegen Henny de Lange.

In de bijlage Tijd verzorgt Marja Vuijsje (Oude dozen) de levenslessen, waaronder 'Onderschat jezelf niet': 'Het eerste boek dat we lazen was De tweede sekse van Simone de Beauvoir. Veel boeken die ik toen heb gelezen, zijn allang de deur uit, maar dat heb ik nog. Het heeft veel gedaan voor mijn zelfvertrouwen. Deels vanwege de inhoud, maar meer nog omdat ik ontdekte dat ik die teksten best begreep. Het was ingewikkeld, maar ook weer niet zo ingewikkeld.'

Ook in Trouw:

  • Een fragment uit Marco Visscher, De energietransitie. Naar een fossielvrije toekomst, maar hoe?.
  • Gerwin van der Werf over Gabe Habash, Stephen Florida: 'Gabe Habash schreef een grillig, adembenemend portret van een vereenzaamde jongen die met zijn bezeten stem door je hoofd blijft tetteren, die je weg zou willen jagen, maar aan wie je je ook gaat hechten.'
  • Beeldboek van de week is Made in Holland. 400 jaar wereldmerk, samengesteld door Karin Gaillard.
  • Bas Maliepaard over Gerda Dendooven, Op zoek naar Stella: 'Hoewel je na lezing van deel één benieuwd bent of de ouders hun dochter zullen vinden, raakt dit nieuwe verhaal toch minder.'
  • Robin van Wechem over Kathrin Hartmann, Groene leugens. Duurzaamheid als verkooptruc: 'Een ontnuchterende optelsom van de ravage die in naam van de rijke mens wordt aangericht.'
  • Marnix Verplancke over Jonathan Franzen, Het einde van het einde van de wereld: 'Heeft het traditionele essay, als subjectieve proeve van een persoonlijk vertoog, zonder absolute geldigheid nog wel een toekomst, vraagt Franzen zich op de eerste pagina’s van zijn boek af. [...] [Je kunt] die vraag alleen maar positief beantwoorden.'
  • In Tijd bespreekt Karin Luiten Jeroen Thijssen, Johannes van Dam. De biografie [fragment | onze recensie]: 'Het boek leest als een trein en elk hoofdstuk eindigt met een heuse cliffhanger.'

De boekrecensies van Trouw verschijnen elke zaterdag in Letter en Geest, en zijn voor abonnees te raadplegen op trouw.nlTrouw is te koop bij het Nieuwscentrum. 

 

‘Wat moet je doen of zijn om jezelf een echte man te kunnen noemen?’ vraagt Julien Althuisius zich af. Naar aanleiding van deze vraag, schrijft hij over drie boeken, die elk het idee van ‘de man’ aansnijden. Dat zijn Jan van Mersbergens Man/Vader (‘Wat het man-beeld aangaat is Van Mersbergen nogal traditioneel.’), Man man man door Jan Heemskerk en Marcel Langedijk (‘Een sympathieke poging de traditionele man en zijn perspectief een moderne make-over te geven.’) en Jordan Petersons 12 regels voor het leven (‘Peterson heeft genoeg interessants te melden, maar je moet zeker niet alles voor zoete koek nemen.’).

Dan, een stuk van Mac van Dinther over Jeroen Thijssens biografie Johannes van Dam [fragment | onze recensie]: ‘Een nauwgezet portret […] het is vooral leuk voor de inner circle, niet voor een groter publiek.’ Verder schrijft Flip Vuijsje over Roger Daltreys Mijn verhaal. Veel dank, meneer Kibblewhite en recenseert: ‘Voldoende details en eigen perspectief […] Wel had de vorm hier en daar wat beter gekund. In zijn manier van schrijven is Roger wel érg een jongen van de gestampte pot, en ook wel érg geforceerd-joviaal in de manier waarop hij de lezer direct toespreekt.’
Aleid Truijens las Maaike Meijers Hemelse mevrouw Frederike [fragment].‘Meijer vindt een bewonderenswaardig evenwicht tussen het in bescherming nemen van haar onderwerp en het fileren van haar evidente tekortkomingen. Zij is een scherp kijkende onderzoeker, die met empathie interpreteert. Wat jammer toch dat dit wonderbaarlijk mooie oeuvre zo klein is gebleven.’

Ten slotte gaat Wilma de Rek in gesprek met Paul van Vliet over Brieven aan God en andere mensen. ‘Ik moet jou in vertrouwen bekennen dat ik pas laat ben gaan nadenken. Ik heb heel lang in een roes geleefd. Echt in een roes,’ vertelt Van Vliet. Over het theaterleven, zegt hij: ‘Het theater was de plek waar ik me het prettigst voelde. Ik heb voor een optreden nooit zenuwen gehad, ik werd rustig in het theater, ik was blij als ik op mocht. Spelen blijft voor mij het mooiste wat er is.’

Korter:

  • Sander van Walsum over Cees van Lotringen, Tot hier en nu verder: ‘Heel schokkend of vernieuwend zijn de inzichten niet die Van Lotringen ontvouwt, maar hij laat wel op aanstekelijke wijze het grote verband der dingen zien.’
  • Jan Tromp over Chrisje en Kees Brants, Velden van weleer: ‘Een ruim aangevulde nieuwste druk.’
  • Bo van Houwelingen over Andreas Burnier, Een tevreden lach: ‘Een tevreden lach moet vooral gelezen worden om Burniers sprankelende intellectuele stijl.’
  • Emilia Menkveld over Vicki Baum, Grand Hotel [toelichting door de vertaler]: ‘Negentig jaar later heeft het boek al zijn charme behouden.’
  • Cécile Narinx over Ivo Weyel, Het verleden ruist voorbij [fragment]: ‘Zalige inkijkjes in een verdwenen wereld. Amuses zijn het, die de honger naar meer aanwakkeren.’

De boekrecensies van de Volkskrant verschijnen elke zaterdag in Sir Edmund, en zijn te raadplegen op Volkskrant.nl/boeken - een selectie is slechts voor abonnees toegankelijk. De Volkskrant is te koop bij het Nieuwscentrum.

Deze week in Het Parool een voorpublicatie van Arno Kantelbergs De stijl van de schrijver. Verder gaat Marjolijn de Cocq in gesprek met Aminatta Forna over De paradox van geluk. Forna vertelt: ‘Je weet dat er een patroon in zit, maar dat moet je al wevend en knopend zien te vinden. Ik weet vooral wat de algemene idee van het boek is en intussen onderzoek ik gedachtelijnen die elkaar overlappen […] Het verhaal van de wolf, van de uitroeiing van de wolf, staat voor de grenzen aan onze tolerantie.’

Van Dieuwertje Mertens een recensie over Maaike Meijers Hemelse vrouw Frederike [fragment].‘Meijer bewondert het werk en zit Frederike dicht op de huid, maar kijkt ook met een kritische, analytische en feministische blik naar Frederike en haar omgeving.’ Paula Bermanns Deze ontspoorde wereld wordt besproken door Peter de Brock. ‘Met nuchtere blik beschreef de Joodse Paula Bermann haar ervaringen in de oorlog in Amsterdam en in de onderduik.’

Korter:

  • Dries Muus over Vicki Baum, Grand Hotel [toelichting door de vertaler]: ‘Ze laat haar decor glanzen, toont de elegante, weelderige oppervlakte en de morsigheid daarachter.’
  • Maarten Moll over Martin Michael Driessen, Mijn eerste moord [fragment]: ‘Driessen is goed in het opzetten van verhalen, die meteen intrigeren.’
  • Dirk-Jan Arensman over Maeve Brennan, Een bezoek: ‘Een verstikkend mineurboekje vol proza als opschitterende motregen.’

De boekrecensies van Het Parool verschijnen elke zaterdag. Het Parool is te koop bij het Nieuwscentrum.

Thomas de Veen schrijft deze week voor NRC over twee nieuwe Groningse aardbevingsromans, naar aanleiding van Louis Stillers Gasland. Het zijn de boeken Schokland van Saskia Goldsmith en Liefde & Aardbevingen van Jan Mulder. ‘Goldschmidt maakte van de feiten een mooi verhaal, hoewel het nog niet voelt als een ultiem gasbevingenverhaal, zoals ook de allegorische uitvergroting van Mulder z’n beperkingen heeft. Maar het verschil tussen de twee boeken toont hoe vruchtbaar dit onderwerp is,’ aldus De Veen.

Toef Jaeger las Rachel Cusks Kudos [fragment | recensie].‘Een zeer vermakelijk boek,’ schrijft ze. ‘Het lijkt allemaal eenvoudige cultuurkritiek, maar het spel dat Cusk speelt met de waarde van literatuur en of die nu wel of niet meer aan kracht wint als romans om eerlijkheid [draaien], is fascinerend.’ Van Margot Dijkgraaf een stuk over vier Franse schrijvers, naar aanleiding van de uitreikingen van de grote Franse literaire prijzen deze week [nieuwsitem]. Over Nicolas Mathieus Leurs enfants après eux, dat dit jaar de Prix Goncourt won, schrijft ze:Het boek is een vuistdikke coming-of-age-roman, met vaart, geschreven in de nuchtere, rauwe taal van alledag, met veel dialogen.’ Verder komen David Diops Frère d’âme, Paul Greveillacs Maîtres et esclaves en Thomas B. Reverdy’s L’hiver du mécontentement aan bod: ‘De paradox is dat deze schrijvers een stem geven aan de sociale klasse waaruit ze afkomstig zijn, dat ze voor hen en in hun naam schrijven, terwijl ze in datzelfde milieu niet of nauwelijks worden gelezen. Dat wringt. Maar ze hebben wel een stem gekregen.’

Dan een recensie van Ger Groot over Wolfram Eilenbergers Het tijdperk van de tovenaars. ‘Meeslepend geschreven, weet Eilenberger met Het tijdperk van de tovenaars een indringend beeld op te roepen van een decennium van intensief wijsgerig denken, al is dat misschien minder universeel dan de ondertitel (Het grote decennium van de filosofie) suggereert.’ Verder is Ron Rijghard niet onder de indruk van Karin Veraarts biografie over Ivo van Hoven, Ivo. Regisseur. Mentor. Manager. ‘Veraart schuwt analyse en duiding en ontbeert het vermogen om een lijn uit te zetten, een idee uit te werken of een vervolgvraag te stellen. Gemiddeld drie keer per bladzijde vraag je je af: hoe dan, waarom dan?’ Maral Noshad Sharifi sprak met Babah Tarawally over zijn Gevangen in zwart-witdenken. ‘Eerder voelde ik me nog niet geworteld in Nederland. Je moet sterk zijn om non-fictie te schrijven, je kunt aangevallen worden en mijn meningen zijn pittig. Vroeger verstopte ik wat ik wilde zeggen over onrecht en racisme in mijn romanpersonages. Mijn laatste boek ging over de opkomst van Wilders. Nu voel ik me echt volwassen, ik kan zeggen wat ik denk. Ik durf met mijn billen bloot.’

Korter:

  • Janet Luis over Jeroen Brouwers, Laatste plicht en Feuilletons [fragment]: ‘Een levendig en afwisselend geheel […]. Hij weet je moeiteloos bij de les te houden.’
  • Rob van Essen over Maeve Brennan, Een bezoek: ‘Eenzaam, beklemmend, desolaat – dat is het universum waarin Anastasia terechtkomt; het is ook het universum van Brennan.’
  • Sebastiaan Kort over Geerten en Doeschka Meijsing, Liefdevolle rivaliteit [fragment]: ‘Ondanks dat er in de door Nop Maas voorbeeldig van annotaties voorziene brieven wel wat veel oude koeien zitten, zijn ze goed geschreven en wisselen steunbetuiging en vinnigheid elkaar vermakelijk af.’
  • Joost Vermeulen over Pieter Serrien, Het elfde uur: ‘Een uiterst waardevolle aanvulling.’
  • Peter van Zonneveld over Kester Freriks, Tempo doeloe: ‘Kester Freriks neemt het op voor wie het land waarmee men zich verbonden voelde, moest verlaten. Daar heb ik veel sympathie voor. De tegenstelling die hij creëert, acht ik echter niet overtuigend.’

De boekrecensies van NRC Handelsblad verschijnen elke vrijdag in Boeken, en zijn voor abonnees te raadplegen op Nrc.nl. NRC Handelsblad is te koop bij het Nieuwscentrum.

MINDBOOKSATH : athenaeum