Kate Elizabeth Russell, Anjet Daanje, Erwin Mortier en Kenkō (het recensieoverzicht van de week van 8 april 2020)

14 april 2020
| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |

Onze wekelijkse samenvatting van de recensies in kranten en tijdschriften, waarin dit keer aandacht voor Kate Elizabeth Russell, en verder: Rutger Bregman, Meine Pieter van Dijk, Margot Dijkgraaf, Philippe Lançon (Trouw), Mirjam Schwarz, Dylan Thomas, Erwin Mortier, Coen Simon (de Volkskrant), Alex Boogers, Nir Baram, Jia Tolentino (Het Parool), Anjet Daanje, Isabella Hammad, Adam Phillips (NRC Handelsblad), Yoshido Kenkō, Paul Celan, Huub Beurskens, Anton de Kom en de Europese Literatuurprijs (De Groene Amsterdammer).

Oudere afleveringen van deze rubriek zijn te raadplegen in ons archief. Tussen rechte haken staan de redactionele items op Athenaeum.nl.

 

Trouw opent met twee reflecties op de corona-crisis naar aanleiding van boeken. In zijn essay ‘De meeste mensen deugen (maar dat doet er niet toe)’ noteert journalist en schrijver Philip Dröge zijn gedachten over de politieke maatregelen om COVID-19 te bestrijden, met name als het gaat over het beknotten van vrijheden. Natuurlijk gaat het over Rutger Bregmans boek De meeste mensen deugen [fragment]. Dat mag zo zijn, schrijft Dröge, maar in een crisis is collectiviteit een must en is ‘de meeste’ niet genoeg. ‘Willen we het virus verslaan, dan moeten we de 10 tot 20 procent freeriders onder ons weten te beteugelen. Zelfs als dat de goedwillende deugers beknot.’ Daarnaast een interview met China-expert Meine Pieter van Dijk, over zijn boek China, vriend of vijand? Het boek werd geschreven vóór de corona-crisis, maar lijkt juist nu actueel. Van Dijk signaleert een nieuw soort verzet in China. ‘Voor het eerst is het verzet niet iets van specifieke subgroepen, corona is iets wat iedereen raakt. De gewone man krijgt het gevoel dat de gezondheid van het volk niet telt. Daarmee kan de staat grote groepen van zich vervreemden. En het sociale contract staat toch al onder druk.’

Theoloog Paul van der Steen bespreekt twee boeken over de vorig jaar door brand verwoeste Notre Dame. Een van Ken Follett en een van Agnès Poirier. Al krijgt dat van Follett niet heel veel aandacht in het stuk. Zijn Notre-Dame. Een beknopte geschiedenis van een beroemde kathedraal is weliswaar ‘sympathiek’, omdat ‘de opbrengst en zijn royalty’s naar het fonds voor de herbouw van de Notre-Dame gaan’, maar het is ‘meer een lang essay […] dan een echt boek’ dat weinig toevoegt ‘aan wat is blijven hangen van alle media-aandacht net na de brand’, en waarin Follett bovendien op hinderlijke wijze ‘zelf af en toe opduikt’. Van der Steen focust zich op Notre-Dame. De ziel van Parijs, waarin journalist Poirer ‘de geschiedenis het werk [laat] doen, ondersteund door gedegen bronnenonderzoek en gesprekken met relevante zegslieden’. Poirer schetst de kerk als ‘geen individueel, maar een sociaal werkstuk, dat tot in alle hoeken de geschiedenis van stad en land ademt’. Aanleiding om de rampzaligheid van de brand vorig jaar ‘iets te relativeren’. De kerk raakte al meerdere keren zwaar beschadigd, maar ‘steeds kwam de Notre-Dame er weer bovenop’.

Kate Kirkpatricks biografie Simone de Beauvoir. Een leven krijgt lof van Jann Ruyters. Het boek is geboren uit een poging om de ‘oermoeder van het moderne feminisme’ te bevrijden uit de greep van Sartre, in wiens kader De Beauvoir nog steeds vaak wordt beschouwd. Kirkpatrick doet dit door in de biografie ruim baan te geven aan De Beauvoirs filosofische werk. Dat levert een biografie op die aan het denken zet ‘over de paradox dat deze revolutionair, pleitbezorger van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, voorvechter van abortuswetgeving, aanklager van seksisme en de ongeschikte positie van vrouwen, zichzelf als filosoof een inferieure positie toebedeelde. Dat zij die zo krachtig schreef over de gevaren van de romantische liefde, speciaal voor vrouwen, haar eigen relatie met haar levensgezel romantiseerde.’

‘Hoe is het om aanwezig te zijn bij een brute slachting, en die te overleven?’ Ger Leppers bespreekt De flard, de autobiografische roman die cultureel journalist Philippe Lançon schreef over de aanslag op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo, waarbij hij aanwezig was en zwaargewond raakte. Aan de daders maakt hij weinig woorden vuil. ‘Blijven stilstaan bij hun motieven zou daaraan een onverdiend belang geven, en dat zou het slachtoffer niet vooruithelpen bij de zoektocht naar het nieuwe begin dat hij voor zijn leven moet vinden’, schrijft Leppens. In plaats daarvan schrijft Lançon ‘eerst uitvoerig maar ingetogen over de aanslag, het gevoel overrompeld te worden door gebeurtenissen die zich sneller ontrollen dan de hersenen kunnen bijhouden, alvorens daarna weer gelijke tred met het leven te krijgen’. Daarna is het grootste deel van het boek ‘gewijd aan de lichamelijke en psychologische reconstructie van Lançon.’ Veel gaat het daarbij over literatuur en muziek, waar Lançon geen ‘troost’ maar ‘kracht’ uit put. ‘Zo trekt hij, tegen de barbarij, rondom zich een muur op van cultuur, gemaakt van het beste wat de menselijke geest tot stand heeft gebracht.’

Janita Monna herinnert zich de stilte die viel in de collegezaal nadat dichter en docent Tom van Deel een gedicht had voorgelezen. Al zijn herinneringen van een kwarteeuw oud slecht te vertrouwen, die stilte ‘was er echt’. Voordat ‘we over dat gedicht zouden gaan praten, voordat we bedachtzaam, stap voor stap zouden kijken: wat gebeurt hier nu eigenlijk in taal, was er die stilte. Een kleine pauze waarin de woorden voorzichtig konden neerdalen.’ Monna ervaart ‘eenzelfde soort stilte’ als ze leest in het dichterlijk oeuvre van Van Deel, waaruit Nicolaas Matsier en Marjoleine de Vos een selectie samenstelden en publiceerden onder de titel Een steen in de beek verveelt zich niet. ‘Langer dan een regel of tien zijn de gedichten zelden. Woorden staan als blokje op de pagina, als een schilderij aan een witte muur. Daarbinnen staat de wereld even stil, is een kort moment uit de tijd gelicht.’ ‘Door de taal te vertragen […] maakt de dichter aanwezig wat afwezig is.’

Margot Dijkgraaf vertelt over haar boek Zij namen het woord. Rebelse schrijfsters in de Franse letteren [fragment]. ‘Ik ben niet op zoek gegaan naar vrouwen die een schandalig leven hebben geleid of een heel ander leven hadden dan andere vrouwen. Maar het is blijkbaar wel zo dat als je schrijft, je een soort karakter hebt dat het dagelijks leven anders maakt dan normaal. Dat je grenzen verlegt, niet alleen in de literatuur, maar ook in het vrouwenleven. […] Het leuke en mooie aan al die tien vrouwen is dat ze niet in een hoekje zijn gaan zitten en de wereld aan zich voorbij laten gaan.’

Rob Schouten heeft waardering voor auteur Joost de Vries en zijn nieuwe boek Rustig aan, tijger [fragment]. Het vertellersplezier druipt ervan af, schrijft Schouten. De Vries ‘spéélt […] met onze tijd en zijn iconische verhalen, maar hij speelt ook met oude verteltradities, waarvan hij en passant graag laat merken goed op de hoogte te zijn.’ Er is ook kritiek: ‘Soms gaat hij wat mij betreft over de schreef. Zo kon hij het in vorige boeken al niet laten te strooien met citaten en hip Engels, dat wordt er in deze verhalen niet minder op.’ Van Schouten ‘mag hij deze etalage van hedendaags idioom iets soberder inrichten.’ Als hij dat zou doen, ‘krijgen we met hem een van de beste schrijvers van het moment.’

Het romandebuut Djin Patrouille op de Paarse Lijn – over de talrijke kindverdwijningen in India in de vorm van een verhaal over een negenjarig jongetje dat de verdwijning van een klasgenootje onderzoekt – van journalist Deepa Anappara wordt besproken door Vrouwkje Tuinman. Zij oordeelt dat de roman ‘heel effectief [schetst] hoe massahysterie werkt’. Anappara schrijft bovendien ‘heel smakelijk over het dagelijks leven in de sloppenwijk.’ Wel haalt ze naar Tuinmans smaak ‘absoluut té veel couleur locale uit haar verfdoos.’

Twee kinderboeken worden besproken door Bas Maliepaard. Hij roemt naar aanleiding van Onmogelijk blauw van Kate DiCamillo (12+) ‘de knappe manier waarop [de auteur] in een paar woorden emoties fileert.’ Bovendien kan DiCamillo ‘personages in een paar zinnen diepte geven.’ Dat maakt dat dit verhaal over tiener Billie die wegloopt als haar hond doodgaat ‘ontroert, terwijl het verhaal juist ook geestig, soms licht absurd is opgeschreven’. Ook vestigt Maliepaard de aandacht op ‘de heerlijke reeks kartonnen kijk- en zoekboeken van het Duitse illustratorenechtpaar Göbel en Knorr, die ‘als geroepen’ komen nu ‘we onze kinderen thuis moeten vermaken’.

Verder bespreekt Joke de Wolf in de reeks oorlogklassiekers Het Oostindisch Kampsyndroom van Rudy Kousbroek. Een boek met scherpe vragen ‘die voorlopig nog niet beantwoord zijn, en daarom het herlezen waard’. En vinden we een bespreking van het corona-pamflet van Italiaanse succesauteur Paolo Giordano: In tijden van besmetting. De auteur maakt zich zowel zorgen dat alles ineen zal storten als dat alles bij het oude zal blijven. Hij ziet eenden zwemmen in de vijver op het Piazza di Spagna. ‘Een signaar van hoop of een slecht voorteken?’

Korte besprekingen zijn er ook van Coen Verbraaks Oorlogskinderen. Het verhaal van een generatie, en Zoönose. Hoe dodelijke ziekten van dier naar mens overspringen van David Quammen, en De Vondeling van Eva Maria Staal. En er is aandacht voor Catels Het verhaal van de Goscinny’s en voor De geboorte van een Galliër, de stripbiografie van René Goscinny, een van de geestelijk vaders van Asterix en Obelix.

De recensies van Trouw verschijnen elke zaterdag in Letter en Geest, en zijn voor abonnees te raadplegen op trouw.nlTrouw is te koop bij het Nieuwscentrum. 

Kate Elizabeth Russell, Anjet Daanje, Erwin Mortier en Kenkō (het recensieoverzicht van de week van 8 april 2020)

Delen op

€ 20,99

In de Volkskrant deze week een voorpublicatie van Ik hoop dat alles weer gewoon wordt waarin Mirjam Schwarz aan de hand van dagboeken en brieven van haar vermoorde tante de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Winterswijk reconstrueerde. 'Niemand had me verteld dat dit ook mijn geschiedenis was.'

L.H. Wiener schrijft over de nieuwe vertaling van Onder het melkbos [fragment] van Dylan Thomas: ‘Ik blijf achter de vertaling van Hugo Claus staan, nu 64 jaar geleden gemaakt - de missers krijgt hij van mij cadeau - en ik feliciteer tegelijkertijd Erik Bindervoet met dit gedenkwaardige saluut aan Dylan Thomas, en aan zichzelf.’

Dimitri Verhulst zegt over zijn quarantaine: ‘De vermaledijde gezondheidsapp op mijn telefoon vertelt mij dat ik gisteren 5.040 stappen heb gezet, oftewel 2,9 kilometer. Geen idee hoe mijn telefoon weet hoe lang mijn benen zijn. Dat hadden meer stappen kunnen zijn, aangezien ik enkele uren op een ladder heb doorgebracht, raamkozijnen vervend. We zullen de wereld proper achterlaten als we vergaan. Ik denk aan de ramen in de steden, waar iedereen de hele dag alleen maar heeft door te staren, en hoe helder die uit verveling weer zijn gelapt. Als nieuw.’

‘Ruim twintig jaar en een heel oeuvre later krijgt het debuut van Erwin Mortier een afronding. Zijn delicate proza kan even ritmisch en beeldend zijn als poëzie’, schrijft Arjen Peters over De onbevlekte, het nieuwe boek van Mortier [fragment]. ‘De onontwarbare mengeling van verdriet, trots en schaamte uit Marcel krijgt in De onbevlekte een afronding, doordat Andrea aan het eind van haar leven het archief van de brieven en foto's van haar broer aan Marcel overdraagt. Die is niet alleen naamgenoot, maar ook een schrijver. Wellicht dat hij met dat materiaal nog iets kan doen, is haar veronderstelling. Dat is met deze sequel gebeurd. Waarin de verteller er ook graag achter wil komen of oudoom Marcel misschien op mannen viel, net als hij doet. Er was wel sprake van vriendinnen, ontdekt hij, en ene Maria was de laatste; maar met haar heeft hij het uitgemaakt, omdat hij vrij wilde zijn, leest nazaat Marcel in een brief uit 1943’, aldus Peters over De onbevlekte.

‘Coen Simons pleidooi tegen enthousiasme mag weinig origineel zijn, in dit Twitter-tijdperk is het urgenter dan ooit. Zijn diagnose biedt genoeg stof tot nadenken’, schrijft Martin de Haan over Coen Simons Pleidooi tegen enthousiasme [fragment].

De boekrecensies van de Volkskrant verschijnen elke zaterdag, en zijn te raadplegen op Volkskrant.nl/boeken - een selectie is slechts voor abonnees toegankelijk. De Volkskrant is te koop bij het Nieuwscentrum.

In Het Parool van afgelopen zaterdag: Alex Boogers (De zonen van Bruce Lee). Stefan Raatgever interviewt hem 'in de klapstoel': 'Maar echte working class, white trash-schrijvers zoals ik waren er óók niet toen ik begon. Als ik in die hokjes was blijven denken, had ik nooit een positie veroverd. Ik moest juist dwars door alles heen, dwars door afkomst, identiteit en elite. Zo heb ik een plaats in de literatuur veroverd.'

Maarten Moll interviewde Nir Baram (Aan het einde van de nacht [fragment | toelichting door de vertaler]): 'Je roept die demonen op in je hoofd en verplaatst ze dan naar het papier, in de wereld van het verhaal. Ik heb geprobeerd de demonen te bezweren met dit boek. Het was het enige waar ik over kon schrijven.' En Marjolijn de Cocq ging in e-mailcorrespondentie met Kate Elizabeth Russell over Mijn duistere Vanessa [fragment]: 'Ik schreef vanuit Vanessa omdat dit haar verhaal is. Ik heb zoveel jaar met haar geleefd. Maar soms sloop mijn 30-jarige ik in de tekst, daar moest ik erg voor waken. [...] Door objectiever naar mijn werk te kijken en juist afstand te nemen van Vanessa kon ik de juiste toon treffen – waardoor je als lezer de manipulatie en het misbruik ziet waar zij dat niet ziet en niet wil zien. Dat is de enige manier waarop ik haar recht kon doen.

Dieuwertje Mertens las Jia Tolentino's essaybundel Spiegeldoolhof, die scherp is, belezen en bewust - 'wat niet betekent dat ze niet soms in de door haarzelf geschetste valkuilen stapt' -, Maarten Moll las Woody Allens autobiografie À propos ('leest als een met biografische wetenswaardigheden opgedirkte wraakoefening'), en Dieuwertje Mertens tipt de moderne klassieker Twee meisjes en ik van A.H. Nijhoff ('De roman is prachtig geschreven vanuit een beschouwend perspectief, waarbij de verteller wel analyseert, maar niet oordeelt, en net genoeg in het ongewisse laat om de lezer met allerhande vermoedens op te zadelen. Nijhoffs stijl is, zelfs bijna een eeuw later, nog fris en haar verhaal is origineel.').

De boekrecensies van Het Parool verschijnen elke zaterdag. Het Parool is te koop bij het Nieuwscentrum.

In NRC vandaag een vijfballenstuk van Thomas de Veen over Anjet Daanjes De herinnerde soldaat, 'een groots werk, een zeer, zeer goede roman, die ik niet gauw zal vergeten'. 'Daanje combineert een steeds spannender en beklemmender wordend verhaal met grote literaire diepte, met confronterende vragen. Wat betekent een identiteit, een verleden, en hoe verhoudt de liefde zich daartoe – wat dóét de liefde, een diepe verbintenis, met een identiteit? Versterken of beperken? En zo draait het uit op de belangrijkste vraag: wat betekent het om mens te zijn? Lief te hebben?'

Dan: Bas Heijne over Isabella Hammads De Parijzenaar [fragment | onze recensie]: 'Ontzagwekkend. Hier is een roman van bijna zeshonderd bladzijden van een jonge auteur die ver blijft van autobiografisch zwelgen; haar hoofdpersoon, de Palestijn Midhat Kamal, plaatst ze met vaste hand in een weids historisch landschap [...]. Dan is er Hammads stijl: helder, precies, trefzeker.'

Bas Blokker over de culturele-toeëigeningsdiscussie rondom Jeanine Cummins' Wie omkijkt [onze recensie], en Persis Bekkering bespreekt het boek: 'Cummins geeft haar personages geen menselijkheid, maar stuurt ze over platgetreden paden.'

'Luxemburg vertegenwoordigt de twintigste eeuw. De futiel gebleken Joodse hoop op assimilatie door middel van het socialisme, eindigend in een catastrofe.' Arnon Grunberg over Rosa Luxemburgs brieven in Ik voel me in de hele wereld thuis [fragment]. Arthur Eaton ten slotte interviewde Adam Phillips over zijn nieuwe boek Attention Seeking. 'Aandacht is een vorm van erkenning. We vragen aandacht omdat we iets erkend willen hebben, vaak weten we niet precies wat. We groeien door erkenning, door uitwisseling. Dus we hebben mensen nodig die ons erkennen, en we moeten ook erkenning geven aan anderen. Het is ons ruilmiddel, zo je wil. En het is het medium van ons verlangen, de plek waar we werkelijk plezier kunnen vinden. Aandacht geven en nemen is onderdeel van de zoektocht naar écht plezier. Naar ongedwongen plezier, en de mensen en dingen die ons zulk plezier verschaffen,' zegt hij.

Verder aandacht voor de boeken van Kate Elizabeth Russell [fragment], Fred de Vries, Agnès Poirier, Hans Glaubitz, en Paolo Giordano [onze recensie].

De boekrecensies van NRC Handelsblad verschijnen elke vrijdag in Boeken, en zijn voor abonnees te raadplegen op Nrc.nl. NRC Handelsblad is te koop bij het Nieuwscentrum.

Deze week in De Groene Amsterdammer: Joost de Vries eert Kenkō en zijn De kunst van het nietsdoen [fragment]. 'Niemand heeft zo mooi over ledigheid geschreven als Yoshido Kenkō, die aan het begin van de veertiende eeuw leefde.' En: 'Je kunt er hardgrondig naar zoeken, maar Kenkō geeft geen definitie van wat het lovenswaardige nietsdoen precies is, of waarom het zo lovenswaardig is.'

In Dichters & Denkers dan Ton Naaijkens over de brieven van Paul Celan, door Barbara Wiedemann bijeengebracht in 'etwas ganz und gar Persönliches': 'Celans brieven, of ze nu in het Roemeens, Frans of Duits gesteld zijn, brengen de mens Celan nabijer dan ooit. Het monument dat hij met zijn gedichten oprichtte – niet alleen ter nagedachtenis aan wie hem ontvielen, maar ook als oeuvre in zijn volle, rijke omvang – wordt er alleen maar meer door geschraagd.'

En Kees ’t Hart over Huub Beurskens, De straffeloze: 'IJzersterk vind ik dat Beurskens zijn verder anonieme H doelbewust een moeizame stijl meegeeft. Hij blinkt in zijn romankunst uit in een overvloed aan impressionistische, gedetailleerde schrijfkunst, vaak wordt hij hiervoor geroemd, maar hier werkt hij met een sterk ambtelijk aandoende, droogkloterige stijl. H denkt, ziet en formuleert als een ambtenaar.'

Michiel van Kempen ten slotte schrijft over Anton de Kom, Wij slaven van Suriname: 'Als het boek van De Kom tegen het licht van zijn tijd wordt gehouden – de zwarte emancipatiebewegingen van de Harlem Renaissance, de Négritude-beweging, de burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging van Gandhi, de Indonesische ontvoogdingsstrijd – wordt het alleen maar verbazingwekkender. Want De Kom stond er moederziel alleen voor. Hij had zichzelf tot taak gesteld de geschiedenis van Suriname te beschrijven zoals die in zijn ogen werkelijk geweest was. Dat betekende dat hij radicaal moest breken met oudere geschiedschrijvingen, terwijl hij tegelijkertijd ook voor zijn eigen documentatie bij gebrek aan andere bronnen op die boeken terugviel.'

Dit jaar is het tiende waarin de Europese Literatuurprijs uitgereikt wordt. Daarom blikt de redactie van De Groene Amsterdammer in een speciale bijlage terug op eerdere winnaars en speculeert over de toekomst van de Europese literatuur.

‘Stel nu dat je de eerste drie winnaars van de Europese Literatuurprijs terugleest: welk beeld van Europa krijg je dan?’ vraagt Joost de Vries. De eerste winnaar bekijkt Europa door de ogen van drie Afrikaanse migranten. Drie sterke vrouwen [fragment | onze recensie] is volgens De Vries verplichtte kost voor iedereen die bang was ‘dat met de influx van tienduizenden migranten er in Europa eennieuwe onderklasse zou ontstaan’. De drie vrouwen uit de titel hebben namelijk weliswaar geen makkelijke levens, ‘maar ze staan op eigen benen’.

De Britse nostalgie uit Julian Barnes’ Alsof het voorbij is [fragment], de tweede winnaar van de prijs, heeft met de jaren zijn onschuld verloren. ‘Of Tony Webster leave of remain zou hebben gestemd zou ik niet zo kunnen zeggen,’ schrijft De Vries. De derde winnaar, ‘roman, schuine streep biografie, schuine streep egodocument Limonov’ [onze recensie], over de gelijknamige Russische activist en hedonist, geschreven door de Franse Emmanuel Carrère, gaat volgens De Vries over ‘een botsing van de zachte krachten van Europa – de verfijning, de cultuur, de wens om samen te werken – metde botte machtsverheerlijking van een solistische Rus.’

Margot Dijkgraaf, de initiatiefnemer van de Europese Literatuurprijs, bespiegelt op wat de Europese literatuur nu karakteriseert en vraagt zich af hoe die er in de toekomst uit zal zien. ‘Steeds vaker,’ oppert ze ook op basis van de enquête die De Groene eerder dit jaar hield, ‘agenderen romans direct of indirect politieke of maatschappelijke onderwerpen.’ Ze noemt Olga Tokarczuks Rustelozen als een voorbeeld van wat zo’n roman kan laten zien, namelijk ‘dat de werkelijkheid veel ingewikkelder in elkaar steekt dan je dacht’. Ook Ali Smith, met Lente [fragment | onze recensie], en Jeannette Winterson, met Frankusstein [fragment | onze recensie], komen langs, bijzonder vanwege hun ‘ongebruikelijker compositie waarbij verhalen onorthodox in elkaar haken.’ En wat te denken van Mahir Guven, Turks-Koerdisch en stateloos geboren in Frankrijk. Zijn roman Broer [onze boekverkopersbespreking | toelichting door de vertaler] ‘zien wat ballingschap met je doet’.

De bijlage bevat ook een essay van Emmanuel Carrère, die schrijver van Limonov, over ‘de Jungle’ van het Noorde Franse Calais, en een stuk over vertalen. De Europese Literatuurprijs is namelijk niet alleen voor de schrijver van het winnende boek maar ook voor de vertaler ervan. ‘Nederland heeft een bijzonder rijke vertaaltraditie – zo’n 35 tot 40 procentvan de (nieuwe) boeken in de boekhandel is vertaald,' schrijft Hanneke Marttin. Ze geeft inzicht in de uitdagingen van het vertalen en pleit tussendoor nog voor het toewijzen van een vaste vertaler aan het oeuvre van een schrijver, ‘zoals Houllebecq eigenlijk altijd door Martin de Haan wordt vertaald’ [toelichting door de vertaler].

Damy Baumhöer draagt een artikel bij over het belang van de studentenjury van de prijs. Aan hen is het niet alleen om ook een winnaar te kiezen maar ‘de vijf juryleden zijn dit jaar ambassadeurs van de Europese literatuur. Ze willen jongeren weer met hun neus in de boeken krijgen’. Het laatste stuk uit de bijlage is een interview met Max Porter, die in 2017 de Europese Literatuurprijs kreeg voor Verdriet is het ding met veren [fragment | onze recensie]. Hij is enthousiast over Marieke Lucas Rijnevelds roman De avond is ongemak [fragment | podcast | toelichting door de vertaler naar het Engels] (nu genomineerd voor de International Booker) roept schrijvers op om lezers andere werelden te laten zien: ‘Een goede schrijver kan de lezer zowel in tijd als in ruimte verplaatsen.'

De Groene Amsterdammer is elke woensdag al te koop bij het Nieuwscentrum. Athenaeum Boekhandel verzorgt de boekverkoop voor de website van De Groene

De kunst van het nietsdoen | Kenko | 9789028210462
€ 20,00
Niksen | Olga Mecking | 9789021575605
€ 20,00
Matisklo | auteur onbekend | 9789056551070
€ 10,00
De straffeloze | Huub Beurskens | 9789492313904
€ 19,50
Niksen NL | Olga Mecking | 9789049807894
€ 17,99
Niksen | Olga Mecking | 9789021575612
€ 4,99
Niksen | Olga Mecking | 9789021575629
€ 20,00
Niksen | Olga Mecking | 9789049807887
€ 17,99
Brideshead revisited | Evelyn Waugh | 9780141182483
€ 13,99
Sense of an ending | Julian Barnes | 9780099570332
€ 11,99
De rustelozen | Olga Tokarczuk | 9789044543445
€ 17,50
De rustelozen | Olga Tokarczuk | 9789044520965
€ 7,49
Lente | Ali Smith | 9789044642186
€ 21,99
Lente | Ali Smith | 9789044642193
€ 12,99
Spring | Ali Smith | 9780241973356
€ 12,99
Spring | Ali Smith | 9780241207055
€ 18,99
Frankusstein | Jeanette Winterson | 9789025455514
€ 24,99
Broer | Mahir Guven | 9789026346316
€ 21,99
Broer | Mahir Guven | 9789026346323
€ 9,99
Grand frère | Guven, Mahir | 9782253074366
€ 9,99
MINDBOOKSATH : athenaeum