Over persoonlijk voornaamwoorden in Agustín Fernández Mallo’s Nocilla-trilogie, vertaald door Adri Boon

08 december 2021
| | |

Adri Boon vertaalde Agustín Fernández Mallo’s Nocilla-trilogie, en lichtte voor ons een terugkerend vertaalprobleem voor het Spaans en Portugees: het is niet altijd duidelijk of er naar een man of vrouw verwezen wordt – en dat leidt tot ongemakkelijke situaties.

N.B. Wij publiceerden voor uit Boons vertaling van Clarice Lispectors Alle verhalen.

Hij, zij of het?

Gisteren had ik, al vertalend, weer zo’n gevalletje. Gevalletje wie-is-hier-nu-het-onderwerp? Inmiddels ken ik het verschijnsel en schrik er niet meer zo van, maar gek blijft het wel. Tussen de romaanse talen lopen verschillende scheidslijnen en een ervan is de lijn tussen talen die, net als het Nederlands, (bijna) altijd het persoonlijk voornaamwoord expliciteren - het Frans, het Italiaans - en talen die dat niet doen - het Spaans, het Portugees.
(In die zin staan deze laatste dichter bij hun oermoeder, het Latijn, waarin het persoonlijke voornaamwoord ook schittert door afwezigheid).

Maar wat vreemd, dat je in literaire teksten zinnen kunt aantreffen met een werkwoord waarvan je niet goed weet wat het onderwerp is. Toch komt het voor, niet vaak, maar vaak genoeg om er dit stukje aan te wijden. Meestal volstaat de ‘grammatica’ van het logische verband om uit te kunnen maken wie (of wat) het onderwerp is. Maar ik zal wat duidelijker zijn en een voorbeeld geven. Het zinnetje: Habla de su pena kan, zo, los, zonder verdere context, betekenen: ‘Hij spreekt over zijn verdriet’ of ‘Zij spreekt over zijn verdriet’ of ‘Hij spreekt over haar verdriet’ of ‘Zij spreekt over haar verdriet’ of ‘Het [een boek bijvoorbeeld] spreekt over haar verdriet’ of ‘Het spreekt over zijn verdriet’. Want, o ja, dat was ik nog vergeten te vertellen, het Spaanse bezittelijk voornaamwoord su kan zowel ‘zijn’ als ‘haar’ betekenen.

Malle situaties

Maar het is nog veel erger. In het Nederlands gaat het werkwoord niet alleen altijd gepaard met een geëxpliciteerd onderwerp, de stijl-‘grammatica’ vereist ook dat als in een opeenvolging van zinnen het onderwerp verandert dat duidelijk wordt aangegeven. Ik bedoel dit: stel een passage in een verhaal gaat over twee vrouwen; als in de ene zin de ene vrouw het onderwerp is en in de volgende zin de andere vrouw dan wordt die overgang in het Nederlands duidelijk aangegeven. Met haar naam bijvoorbeeld, of haar relatie ten opzichte van de eerdergenoemde vrouw (vriendin, moeder, buurvrouw). Maar in het Spaans en Portugees bestaat die conventie niet! Dus in die talen kun je onbekommerd vier keer achter elkaar ‘zij’ gebruiken terwijl het over twee verschillende personen gaat. Toen ik dat ooit voor het eerst tegenkwam dacht ik arrogant: slip of the pen van de schrijver - kan gebeuren. Maar nadat ik het later ook bij andere auteurs tegenkwam begreep ik dat het behoorde tot het standaard instrumentarium van de literaturen waaruit ik vertaal.

Dat leidt soms wel tot malle situaties. Toen ik enige tijd geleden de verhalen vertaalde van de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector had ik op mijn bureau een Franse en een Engelse vertaling liggen. Bij twijfel zwenkte mijn blik eerst naar het ene en vervolgens naar het andere boek. (De schrijfster overleed al in 1977, aan haar kon ik niets meer vragen.) En meer dan eens zag ik elle in het Frans staan en een he in het Engels - of omgekeerd, een lui en she. Die verschillende interpretaties brachten me geen steek verder maar de deuk in mijn eigenwaarde bleef beperkt: mijn gewaardeerde collega’s kwamen er ook niet uit.

Verwisseld

Tijdens Crossing Border ontmoette ik voor het eerst de schrijver wiens trilogie ik had vertaald. Ik zou hem als tolk terzijde staan bij het interview dat even later plaats zou vinden. We hadden kort e-mailcontact gehad - ik had hem een lijst vragen voorgelegd, die hij bondig en accuraat had beantwoord. Buiten voor het hotel stonden we in de kou wat te kletsen. Onwennig, aftastend. Het leek me een aardige vent.

Aangekomen bij theater Korzo verloor ik hem in de chaos van de lawaaierige ontvangstruimte uit het oog. Een tijdje later vond ik hem terug, aan de bar van een zijvertrek, geanimeerd in gesprek met zijn uitgever. Er waren flesjes bier opengetrokken. Op een gegeven moment draaide de uitgever zich enigszins nerveus naar mij toe - met zijn rug naar de schrijver - en smiespelde dat er iets vreselijks was gebeurd. In hoofdstuk vijf - het hoofdstuk dat de schrijver in het Spaans en ik in het Nederlands voor het publiek zouden voorlezen - een correctie per abuis niet was meegekomen. Nu stond er ‘hij’ waar ‘zij’ en ‘zij’ waar ‘hij’ had moeten staan en ‘zijn’ waar ‘haar’ en ‘haar’ waar ‘zijn’ had moeten staan. Ik dacht terug aan het half uur dat ik die zin als een goochelaar in de lucht had gegooid en opgevangen en uiteindelijk had geconcludeerd dat het niet anders kon dat de ‘hij’ ‘zij’ en ‘hem’ ‘haar’, en omgekeerd, moest zijn; en dat ik dat in de kantlijn van de drukproef had aangegeven.

De schrijver nam een slok uit zijn flesje. Ik nam hem op - en maakte een snelle inschatting. Ik vertelde hem wat ik net had gehoord. Hij knipperde even met zijn ogen. Lachte toen. Toeval en metamorfose vormen de as van zijn oeuvre. Als die versregel van Yeats niet op het papiertje van het gelukskoekje had gestaan en hij niet in een Chinese restaurant was gaan eten, had hoofdstuk vijf nooit bestaan. Althans niet zo.

Adri Boon (1961) heeft meer dan zestig werken vertaald uit het (Latijns-Amerikaans-) Spaans, Catalaans, Galicisch en Portugees, waaronder Isabel Allende, Clarice Lispector, Paulo Coelho, Eduardo Mendoza, Mercè Rodoreda en Fernando Pessoa.

Over persoonlijk voornaamwoorden in Agustín Fernández Mallo’s Nocilla-trilogie, vertaald door Adri Boon

Delen op

€ 45,00
pro-mbooks1 : athenaeum