Een laat eerste woord bij een nagelaten bundel: Paul Beers over Ingeborg Bachmann

02 februari 2022
| | | |

Paul Beers vertaalde Ingeborg Bachmanns Sämtliche Erzählungen als Verzamelde verhalen, een van de Schwob-wintertitels. Op ons verzoek lichtte hij de eerste alinea van de nagelaten bundel Het veer toe. Het eerste woord kwam laat in het vertaalproces, geeft hij toe.

N.B. Lees ook bij ons een fragment uit Malina, ook in Beers' vertaling.

Bij voorkeur de eerste alinea uit Ingeborg Bachmanns Verzamelde verhalen, een boek van 450 pagina’s? Goed dan. Maar niet uit Het dertigste jaar of Simultaan, haar al in 1984 en 1987 vertaalde verhalenbundels waar ze terecht naam mee maakte, maar uit haar nagelaten bundel Het veer. Deze verscheen pas vijf jaar na de dood  van de aan de gevolgen van een brandongeval overleden schrijfster (1926-1973).
Hier nog niet de lange, tegen haar dichterschap aanleunende, compromisloze verhalen met een merendeels mannelijke hoofdpersoon uit Het dertigste jaar, noch de toegankelijkere ‘vrouwelijke’ verhalen uit Simultaan, die gepubliceerd werden een jaar na haar befaamde roman Malina en een jaar voor haar ellendige dood in oktober 1973.

Ik had voor uitgeverij Koppernik, die als eerste sinds ruim dertig jaar Bachmann opnieuw wilde uitgeven, de eerdere, grote verhalenbundels al digitaal herzien, toen de beslissing viel om ook de uit de nalatenschap samengestelde bundel Het veer te vertalen en chronologisch aan het latere werk vooraf te laten gaan.

Uit mijn voorwoord bij de Verzamelde verhalen citeer ik: ‘Het eerste verhaal, “Het veer”, werd geschreven nog voor haar twintigste en in 1946 afgedrukt in een plaatselijk blad te Klagenfurt. De drie erop volgende verhalen verschenen in 1949 in een Weens dagblad en verschillen als “hemel en aarde” om de titel van het tweede verhaal te parafraseren. Terwijl “Het veer” een mooie, meteen al lyrische vertelling is, blijkt “In de hemel en op aarde” een bepaald wrang verhaal, dat evenwel eenzelfde “literaire” ambitie verraadt.’

Zo begint dat titelverhaal:

Im hohen Sommer ist der Fluss ein tausendstimmiger Gesang, der, vom Gefälle getragen, das Land ringsum mit Rauschen füllt. Nahe am Ufer aber ist er stiller, murmelnder und wie in sich selbst versunken. Er ist breit, und seine Kraft, die sich zwischen das Land legt, bedeutet Trennung. Gegen Norden ist das Tal dunkel und dicht, nahe liegt Hügel an Hügel, aufwärtsgewölbt hängen Wälder nieder, und in der Ferne heben sich die steileren Höhen, die an hellen, freundlichen Tagen einen milden Bogen in das Land hinein bilden.

En dit werd mijn niet in de jaren tachtig, maar pas in 2020 gemaakte vertaling:

Hartje zomer is de rivier een duizendstemmig gezang dat, gedragen door het verval, het land rondom met geruis vervult. Maar dicht bij de oever is hij stiller, murmelend eerder en als in zichzelf verzonken. Hij is breed en zijn kracht, die zich tussen het land houdt, betekent scheiding. Aan de noordkant is het dal donker en compact, dichtbij ligt heuvel tegen heuvel, naar boven toe hangen bossen gewelfd omlaag, en in de verte verheffen zich de steilere hoogten die op heldere, vriendelijke dagen een milde boog boven het land vormen.

Over mijn vertaling zou ik alleen willen zeggen dat het even duurde voordat ik het eerste woord van de hele bundel vond: ‘Hartje (zomer)’; dat ik tevreden ben met de vertaling van ‘murmelnder’ met ‘murmelend eerder’; en bepaald ontevreden met ‘zich tussen het land houdt’ in plaats van gewoon legt aan te houden; moeilijk is natuurlijk ‘aufwärtsgewölbt’, laat wie wil zijn tanden erop stuk bijten.

Paul Beers is de vertaler van het oeuvre van Witold Gombrowicz, Ingeborg Bachmann en Robert Menasse, van alle verhalen van Marian Pankowski en vier Privé-Domeindelen van de familie Mann.

Een laat eerste woord bij een nagelaten bundel: Paul Beers over Ingeborg Bachmann

Delen op

€ 29,90
€ 42,99
€ 22,50
€ 11,99
pro-mbooks1 : athenaeum