Recensie: Cor was inderdaad hier

25 november 2015 , door Annemarie de Wildt
| | | | |

'Hé schat,' zei Cor Jaring bij elke ontmoeting, 'geef me een zoen.' Zijn wangen voelden steeds beniger bij zo'n begroeting met drie zoenen. Ik leerde Jaring kennen in 2001, toen het Amsterdams Historisch Museum zijn imposante foto's van havenwerkers exposeerde. Krachtige zwart-witte beelden van de stoere mannen die de boten maakten, toen die nog gemaakt werden in Amsterdam. Wittenburg, waar Cor Jaring (1936-2013) opgroeide is onherkenbaar veranderd. Gelukkig hebben we zijn foto´s nog die momenteel te zien zijn in het Stadsarchief, Huis Marseille én in het fotoboek Cor was hier. Door annemarie de wildt.

Fotografenboek

Cor kon helaas de openingen van deze exposities niet meer meemaken: de tentoonstelling van zijn beelden van het Magisch Centrum Amsterdam 1965-1975 in het Stadsarchief en in Huis Marseille een oeuvretentoonstelling samengesteld door fotograaf Sander Troelstra. Bij die tentoonstelling verscheen het schitterend uitgegeven boek Cor was hier, naar een idee van Troelstra. Het is een echt fotografenboek geworden: een biografie in foto´s en teksten, van Troelstra zelf, van Joris van Casteren en fragmenten uit Je bent die je bent uit 1968.

Emile Fallaux vertelde op een bijeenkomst in het Stadsarchief over zijn samenwerking met Jaring in de jaren zestig. Na het succes van Ik Jan Cremer moest er over Jaring ook een autobiografie komen. Zijn leven was er kleurrijk genoeg voor. Fallaux was de ghostwriter en tikte de avonturen van de fotograaf op, die toen begin dertig was en zijn iconische beelden van Provo maakte. 'En als we het niet meer wisten, verzonnen we wat,' vertelde Fallaux. Ik heb het boek uit 1968 meteen tweedehands aangeschaft. Het heeft een prachtig jaren zestig omslag, oranje en paars, met blote meiden in en op de lens van Jarings camera.

Op doktersadvies

Cor Jaring vertelde altijd over zijn ouders dat hij 'uit hun ontstaan was op doktersadvies'. Zijn moeder was diepverdrietig na de dood van zijn schele, oudere broertje Nelissie. Cor werd enorm verwend door zijn moeder, tot zij stierf toen hij twaalf jaar was. Jaring senior was aan de drank en hij nam regelmatig vrouwen mee naar de enige slaapkamer waar ook Cor sliep. 'Hij had de gekste wijven, die ouwe. Wat ik daar geleerd heb, idioot gewoon,' tekende Fallaux op uit de mond van Jaring.

Sander Troelstra is op zoek gegaan naar het verhaal achter de sterke verhalen. Hij praatte uren met Cor, bekeek zijn foto's en las zijn brieven aan zijn vrouw Willy. Hij zocht naar negatieven met Nancy Sinatra, want Cor zou na een erotisch dansavondje in Japan foto's van haar hebben gemaakt. 'Niet gevonden,' vertelde Troelstra enigszins teleurgesteld op de bijeenkomst in het Stadsarchief.

Cor was hier is Troelstra's afscheid van Cor Jaring. In de epiloog schrijft de fotograaf over zijn oudere vakbroeder: 'Voor mij is zijn fotografie pas goed als je Cor totaal ziet. Cor Jaring als mens, met al zijn streken en gekkigheid. Dan pas kun je écht naar zijn fotografie kijken.'

Geestverruimend

Het boek opent met de meest spectaculaire scène uit Jarings fotografenbestaan: Bart Huges die een gaatje in zijn hoofd boort vanwege vermeende geestverruimende effecten. In kleur, het bloed druipt over zijn gezicht. De laatste tijd kijk ik veel naar de foto's van Jaring vanwege de postertentoonstelling over Provo die het Amsterdam Museum maakt. Dankzij de beelden van Jaring komen de jaren zestig weer tot leven: de tegen de tabaksverslaving tierende Robert Jasper Grootveld bij het Lieverdje, de confrontaties tussen Provo's en politie, de witte spijkerpakken, de happenings, de rookbommen.

In Cor was hier staat tussen de foto's van Grootveld een fragment uit Je bent die je bent over de eerste ontmoeting tussen de fotograaf en de antirookmagiër in café Reynders. Grootveld: 'Publicity, daar draait het om. Als je dat weet, heb je de halve wereld in je zak. Dan lach je je een aap, de hele dag. Publicity.' De camera van Jaring was onontbeerlijk bij de pibliciteit. Geen wonder dat de jongens en meiden van Provo dol waren op de magere, kalende fotograaf met zijn grote snor.

Naakte meiden

En Cor zou Cor niet geweest zijn, als hij niet op zijn manier profiteerde van de wilde jaren zestig. Tussen de Provo-beelden is een intermezzo opgenomen met foto's van naakte meiden, heel subtiel op iets ander papier gedrukt. Cor vertelde Fallaux dat hij zelfs een bloot meisje in de tuin van het Rijksmuseum fotografeerde. 'Het kon die meiden allemaal niet schelen. Als het maar voor de kunst was. Aan de gekste grappen en standjes kon je op die manier een cultureel tintje geven.'

Cor Jaring had een grote mond en een klein hartje. Dat bleek tijdens zijn reis naar Japan, waar hij dus niet Nancy Sinatra fotografeerde maar wel sumoworstelaars, he-she boys, gangsters en verliefde stelletjes. Maar ondertussen, zo blijkt uit de in Cor is hier afgedrukte brief aan zijn vrouw, liep hij in de drukte van Tokio met zijn ziel onder zijn arm en voelde zich vreselijk alleen. Pas in Amsterdam voelde hij zich weer thuis.

Het is opmerkelijk tussen hoeveel verschillende mensen hij zich zo thuis gevoeld heeft, dat hij hen van zo dichtbij heeft kunnen fotograferen: havenarbeiders, Provo's, prostituees en pooiers, de buitenissige leden van de Insektensekte en het Deskundologisch Laboratorium, krakers, kunstenaars en de bezoekers van zijn stamkroegen in Amsterdam Oost. Cor was inderdaad hier.

Annemarie de Wildt is curator bij het Amsterdam Museum.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum