Recensie: De lege plek en de moedermeeuw

25 november 2015 , door Lyanne van den Berg
| | | | |

Na een aantal kinderboeken en twee poëziebundels debuteerde Jaap Robben in 2014 als romancier. En hoe. Birk, genomineerd voor de ANV Debutantenprijs, is geen boek dat schreeuwt of volstaat met langdradige mooischrijverij, geen boek waar de schrijver een kunstje laat zien of een debuutroman die toch vooral een belofte is voor beter werk in de toekomst. In Birk schreeuwen alleen de meeuwen en is het taalgebruik helder, doen alleen de verdoofde vliegen een kunstje. Robben krijgt mijn stem voor de Debutantenprijs.
Door lyanne van den berg.

N.B. Zie ook onze voorpublicatie uit de roman.

Als vader verdwijnt

Mikael Hammerman woont met zijn ouders Birk en Dora op een heel klein eiland. Er staan verder maar twee huizen, dat van Karl en dat van mevrouw Augusta dat na haar dood door meeuwen bewoond wordt. Birk verdrinkt als hij Mikaels bal uit het water wil halen. Bij zijn verdwijning begint het verhaal.

Een eiland is een fijne omgeving om over te schrijven. Het aantal personages wordt niet te groot, de schrijver beperkt zichzelf: er zijn amper onverwachte dingen. De omgeving is gemakkelijk te controleren. Dat kan je zien als een weinig uitdagende keuze van Robben, maar juist op dit eiland kan Robben zich niet verschuilen achter grappige personages of eindeloze beschrijvingen van straten en toevallige ontmoetingen. Alles leidt naar het einde van het verhaal.

Robben schrijft helder, in prachtige kleine scènes met veel gevoel zonder dat het sentimenteel wordt. Er wordt bijvoorbeeld nooit over het gemis van Birk gesproken. Natuurlijk is Birk dood, maar het gaat niet om de schuldvraag, Birk gaat over een moeder en een zoon, over een lege plek in het gezin. Over geen idee hebben hoe die plek op te vullen.

‘“Hé, Karl.”
“Hé, jongen.”
Normaal zou mijn vader tegen hem zeggen: “Nog een walvis gevangen?” Daarom zei ik dat ook maar.
“Nee, die zat er dit keer helaas niet tussen.”
“Als je een kist goud opvist, dan deel je die met je buurman, toch?”
“Eh, tja.”
“Afgesproken dan.” Nu sloeg papa hem altijd tegen zijn schouder, maar het zou raar zijn als ik dat ook deed.’

Geen ontsnapping mogelijk

Mikael, die in het begin van het verhaal zeven is, begint steeds meer de rol van zijn vader over te nemen om de leegte die zijn vader achterlaat op te vullen. Hij wordt vijftien en lijkt qua uiterlijk steeds meer op zijn vader.

‘Mama draait zich naar me toe, haar warme adem kriebelt langs mijn nek. Onverwachts voel ik haar hand tegen mijn buik. Ik trek hem in. Ze beweegt met mijn buik mee en streelt langs mijn navel. “Birk,” fluistert ze. “Mijn Birkje.”’

De taal van Mikael verandert niet als hij ouder wordt, wat storend zou kunnen zijn, ware het niet dat hierdoor het contrast tussen Dora en hem groter blijft. Natuurlijk is het al een bijzonder ongezond idee om je zoon als je echtgenoot te behandelen, maar door Mikael een bepaalde kinderlijke onschuld te geven maakt Robben hem weerloos.

Mikael probeert aan zijn moeder te ontsnappen door vaak naar het huis van mevrouw Augusta te gaan. Daar ontdekt hij een meeuwennest in de slaapkamer, hij verzorgt het kuiken. De tederste momenten uit Birk zijn die als Mikael de jonge meeuw verzorgt, waarvoor hij rauwe mosselen fijn kauwt. Hij lokt de moedermeeuw de kamer uit zodat hij het jong ongestoord kan voeren. Omdat hij bang is dat de meeuwen weg zullen gaan trekt hij de deur van de slaapkamer achter zich dicht. De volgende keer dat hij terug komt, is het te laat. De moedermeeuw heeft te lang geen eten gehad en daarom haar eigen jong opgegeten. Net als voor de jonge meeuw is er ook voor Mikael geen ontsnapping mogelijk. Hun moeders moeten overleven.

Mijn Birkje

Hoewel je Dora gemakkelijk als de slechterik kan neerzetten, is Robben ook hier weer subtiel. Hij maakt haar handelen voor mij begrijpelijk. Ik leef met haar mee, met haar wanhoop en de enige optie die ze nog ziet. Dora verbrandt alle spullen van Mikael om haar zoons identiteit te laten verdwijnen. Hier krijg ik kippenvel van:

‘Zoals je bij een aanzoek doet, zakt ze door haar knieën. “Alleen deze ben ik nog vergeten,” zegt ze lieflijk. Met haar vuist drukt ze zacht in mijn knieholtes. “Mag ik alsjeblieft je laarzen. Dan hoef je alleen nog aan je naam te wennen.” Ze kijkt naar me op. “Mijn Birkje.”’

Jaap Robben is in zijn element, het boek is hiernaar toegeschreven. Er is geen uitleg meer nodig. Ook hier is de taal weer zo helder dat ik de scène haarscherp voor me zie, het is zo’n eenvoudig beeld. Er is geen opsmuk nodig. Het mag klein zijn, waardoor het misschien wel meer betekenis krijgt. In die kleine beelden voel ik de eenzaamheid van de personages.

Het mooie aan Birk vind ik dat Robben geen grote woorden nodig heeft en het verhaal nergens sentimenteel wordt. Je wordt meegesleurd, er is geen tijd om stil te staan, op adem te komen en na te denken over wat er zojuist is gebeurd. Pas als de laatste bladzijde is uitgelezen en je uit het kolkende water naar boven komt om adem te happen, overspoelt het besef van de zwaarte van het verhaal je.

Lyanne van den Berg volgt de opleiding Creative Writing aan Artez, en is stagiaire bij Athenaeum.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum