Recensie: De nostalgie van Zjabotinski herontdekt

25 november 2015 , door Marjolein Corjanus
| | |

Deze week verschijnt bij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling door Otto Boele en Inge van Gemert van de roman Afscheid van Odessa van Vladimir Zjabotinski. Zjabotinski (1880-1940) is de geschiedenis ingegaan als militant zionist en de politieke tegenstrever van Ben Goerion. Zijn literaire werk raakte daarbij ondergesneeuwd. Afscheid van Odessa, in 1936 in Parijs verschenen, werd pas in 2000 in een Russische overzichtsuitgave opgenomen, waarna er een Engelse en een Duitse vertaling volgden. Door marjolein corjanus.

Een trefzeker stilist

De sfeer die deze roman uitademt, doet wel denken aan de eerste hoofdstukken van Edmund de Waals veelgeprezen The Hare with Amber Eyes (2010) waarin Odessa ook als de kosmopolitische wereldhaven aan de Zwarte Zee wordt beschreven, met zijn kooplieden en graanpakhuizen. In korte hoofdstukken en in een zeer trefzekere en beeldende stijl schetst Zjabotinski het leven in zijn geboortestad van rond 1900. Afscheid van Odessa draait om de lotgevallen van de vijf kinderen van de goedgesitueerde, Joodse familie Milgrom, die in rake portretten worden neergezet. Als eerste is daar de mooie maar brutale Maroesja: '... ze had de bijzondere gave [...] om de meest misplaatste opmerkingen iets lieflijks mee te geven, alsof ze zich alles kon permitteren.'

Het zijn liefdevolle, maar veel vaker ook zeer humoristische typeringen, zoals de anekdote waarin een dronken tweetal in een onbewaakt ogenblik het kruispunt van een verkeersagent overneemt en met een geïmproviseerd fluitsignaal het hele verkeer lamlegt:

‘De jongeman met de berenmuts bulderde, weliswaar onduidelijk gearticuleerd, maar met een dreigende basstem die een groot bereik had: “Rije, schooiers, wat staan jullie daar nou?”’

Waarop de verteller tot zijn ontzetting ontdekt dat de ene helft van het tweetal de jonge Sergej Milgrom is. 
Van de anonieme verteller komen we niet veel meer te weten dan dat hij als journalist werkt. Desalniettemin richt hij zich in ironische terzijdes regelmatig rechtstreeks tot de lezer. Zo voegt hij een Tussenhoofdstuk, niet voor de lezer toe: 'Om eerlijk te zijn schrijf ik dit hoofdstuk alleen uit pure lafheid. Ik ben al drie keer begonnen aan het vervolg van die bewuste nacht, maar het gaat me moeilijk af; ik ben te beschroomd. Zojuist heb ik drie pagina’s verscheurd. Om op adem te komen zal ik nu over iets anders schrijven.'

Assimilatie versus polarisatie

Afscheid van Odessa is veel meer dan een meeslepend en geestig portret van de inwoners van een stad. Het is een trefzekere momentopname van een samenleving waar zoveel verschillende bevolkingsgroepen volledig geïntegreerd waren:

'Geleidelijk wreven hun gewoonten zich aan elkaar stuk, namen ze hun eigen altaren niet meer al te serieus en drongen ze langzaam maar zeker door tot een belangrijk geheim in deze wereld, en wel dat wat voor jou heilig is, voor de buurman niets voorstelt, terwijl die buurman evenmin een dief of landloper is.'

Dat de stemming langzaam omslaat, wordt door Zjabotinski indringend en van binnenuit beschreven. Zo wordt de onrust en de dreiging in de stad geschetst tijdens de opstand op de pantserkruiser Potjomkin in 1905, later zo ijzingwekkend verfilmd door Eisenstein. Zjabotinski beschrijft hoe het antisemitisme steeds openlijker de kop opsteekt en hoe pijnlijk het is om polarisatie tussen bevolkingsgroepen aan den lijve te ondervinden.

'Ik herkende onze stad niet meer die kort daarvoor nog zo luchthartig en vriendelijk was geweest. De metropool van het zachte zuiden die in de loop van een eeuw door het eensgezinde en verliefde gezwoeg van de vier menselijke rassen was ontstaan, werd nu overspoeld door een haat die de stad, naar men zei, tot dan toe nooit had gekend.'

Wellicht te naïef en te onschuldig om hun bestaan en hun lot onder ogen te zien, gaan alle kinderen Milgrom op hun eigen manier ten onder in de woelige tijden waarin ze moeten leven. 

Nostalgie

Zjabotinski verliet Odessa in 1907 en zou er nooit meer terugkeren. Dat verklaart waarom Afscheid van Odessa zo vol is van heimwee naar een tijd dat 'graanhandelaars nog negocianten werden genoemd en in hun gesprekken Grieks en Italiaans vermengden'. In het laatste hoofdstuk droomt de verteller hardop over hoe hij terug zou keren naar de stad van zijn jeugd: 

'Als het zou kunnen, zou ik niet via het Razdelnajastation willen aankomen, maar met de stoomboot, in de zomer uiteraard, vroeg in de ochtend. [...] Helemaal in mijn eentje zou ik vanaf het dek naar de oever kijken. [...] In mijn kindertijd zag je nog weleens een heel woud van schoorstenen en masten in alle havens omhoog torenen, toen Odessa nog een tsarina was. Daarna dunde dit steeds verder uit, maar ik wil het zien zoals het in mijn kindertijd was: een woud waarin de matrozen, vissers en havenarbeiders van alle kanten naar elkaar riepen, en als je goed luisterde, kon je het allermooiste lied van de mensheid horen: wel honderd talen tegelijk.'

Zo nu en dan wordt er in Afscheid van Odessa verwezen naar schrijvers, componisten of politici die in de afgelopen tachtig jaar in de vergetelheid zijn geraakt. Afgezien daarvan is deze roman springlevend, niet alleen dankzij Zjabotinski's sprankelende stijl maar vooral omdat zijn beschrijving van een tijdgeest zo uitermate actueel is.
Een samenleving die de eigen diversiteit niet koestert, doet uiteindelijk vooral zichzelf tekort.

Marjolein Corjanus is freelancevertaler en -redacteur en daarnaast zelfstandig onderzoeker op het gebied van de Franse letterkunde. Eerder schreef zij voor literair blog De Papieren Man.

MINDBOOKSATH : athenaeum